Vrijdag, 15 mei, 2020

Geschreven door: Shelley, Mary
Artikel door: Lierop, Tea van

Mathilda

Stille wateren…

[Recensie] Zinnen die je meteen leiden naar landschappen die zich ontvouwen door de gedetailleerde beschrijvingen. Dat is een van de redenen om dit vervolg op Frankenstein te lezen. Dé gelegenheid om nogmaals te genieten van Shelley’s schitterende proza.

Beide boeken hebben meer overeenkomsten dan alleen de stijl, ook de thema’s zijn vergelijkbaar. Met de kleine kanttekening dat enige kennis van het privéleven van de auteur beide romans een extra dimensie kan geven.
 
Mathilda is geschreven in 1820, maar werd pas in 1959 uitgegeven. De verantwoordelijkheid bij het niet eerder publiceren berust bij Mary’s vader. Mary stuurde hem het manuscript ter beoordeling en hij was geschokt door het thema waarna hij weigerde het terug te sturen. Juist door het achterhouden zou het boek als ‘schandaalroman’ bekend komen te staan.
 Nu wil iedereen natuurlijk weten wat het schandaal zou kunnen zijn. Hoewel incest niet het absolute hoofdthema is, spreekt het wel het meest tot de verbeelding.

Na de opbouw, waarin de achtergrond van Mathilda’s vader verteld wordt, komt het moment waarop de tragedie begint. Mathilda’s moeder overlijdt in het kraambed. Daarmee stort de wereld van de jonge vader in, vervolgens kan hij zijn dochter niet meer verdragen. Hij vertrekt naar het buitenland. Het meisje groeit op bij een tante en ontbeert elke vorm van genegenheid. Na 16 jaar meldt de vader zich weer en al die tijd heeft Mathilda het droombeeld van haar vader gekoesterd.

“Aangezien ik de slaap niet kon vatten liep ik de hele nacht het vertrek op en neer en keek naar het vuurrode spoor van de zon die onder de noordelijke horizon door scheerde, een verschijnsel dat in Schotland hartje zomer is waar te nemen. Bij het aanbreken van de dag haastte ik me naar het bos; urenlang gaf ik me over aan wilde dromen die vleugels gaven aan de slepende tred des tijds en mijn grote ongeduld enigszins verdreven. Mijn vader werd rond het middaguur verwacht, maar toen ik hem tegemoet wilde gaan bleek ik verdwaald te zijn; bij elke poging de weg terug te vinden raakte ik verder verstrikt in de wirwar van bospaden, en de bomen onttrokken elk aanknopingspunt aan het zicht.” (blz.26)
 
Wanneer de twee elkaar weer zien is er in eerste instantie een zorgeloze en verheugde stemming, die is echter van korte duur omdat de vader een geheim met zich meedraagt. Het lukt hem niet te blijven zwijgen over hetgeen hem tot wanhoop drijft omdat Mathilde niet rust voordat ze het weet. De tragedie gaat voort. Zonder teveel te vertellen over de inhoud gaat het verhaal nu verder met een totaal ontredderde Mathilda die als een kluizenaar op een hutje op de hei is gaan wonen.
Haar noodlot lijkt onafwendbaar:
 
“Misschien zou ik voor iemand anders dankbaarheid kunnen voelen, maar ik zou nooit meer in staat zijn tot liefhebben of hopen zoals vroeger, want alles was nu even ellendig; zelfs mijn genoegens duldde ik slechts, ervan genieten kon ik niet. Ik was als een eenzaam plekje te midden van bergen, aan alle kanten ingesloten door steile donkere wanden, waartoe geen sprankje warmte doordrong, en zonder een uitweg naar zonniger weiden.” (blz 95)
 
Eenzaam en depressief lijdt ze in stilte en op dit soort momenten zie je de schepping van Frankenstein terug, die ook helemaal alleen is en rouwt om wat hij niet heeft.
En dan is er een ontmoeting waardoor het verhaal kantelt. Hoe is het mogelijk in het onherbergzame land iemand te ontmoeten die ook nog eens onderhoudend en knap is? Maar het is de realiteit, de man is dichter en diepbedroefd omdat hij kort daarvoor weduwnaar is geworden. Er zijn gesprekken, er is genegenheid, maar helaas is Mathilda’s depressie weerbarstig, ze is ‘als door het medusahoofd van de misère versteend.’..
 
Deze vrij gecomprimeerde roman heeft niet veel pagina’s, maar wel veel inhoud. De manier waarop de natuur beschreven wordt is schitterend, je waant je in het historische Engeland en Schotland. De invloed van de Romantiek is duidelijk aanwezig zoals de onbereikbare liefde, de ongerepte natuur en het noodlot. Ik heb het idee dat dit boek net zo beklijft als Frankenstein. Vooral wanneer je weet dat haar eigen tragische leven zo’n grote stempel gedrukt heeft op haar werk. Mary’s moeder stierf daadwerkelijk in het kraambed en zelf verloor Mary haar pasgeboren dochter.
Critici zijn het erover eens dat William Godwin- haar werkelijke vader- model staat voor de vader uit de roman en Percy Shelley- haar echtgenoot- voor dichter Woodville.
Dat de roman ook nog talloze verwijzingen heeft naar vooral de Griekse mythologie maakt het tot een onweerstaanbare klassieker.
 
Hoewel de roman is gebaseerd op een aantal autobiografische elementen hoeft het thema incest helemaal niet autobiografisch te zijn. In het nawoord door Hanna Bervoets wordt de mening van literatuurhistorica Elizabeth Nitchie weergegeven over dit onderwerp en speurend op internet zijn er meer interpretaties te vinden. De vraag: ‘fictie of niet‘ mag iedereen voor zichzelf beantwoorden, mij intrigeert vooral het verhaal.
 
De auteur
 
Mary Shelley, geboren Mary Wollstonecraft Godwin (Londen, 30 augustus 1797 – aldaar, 1 februari 1851) was een Engels schrijfster.
Mary Shelley was de dochter van de feministe Mary Wollstonecraft en de filosoof William Godwin. Ze werd de tweede vrouw van de beroemde schrijver en dichter Percy Bysshe Shelley. Haar vijf jaar oudere echtgenoot organiseerde met regelmaat bijeenkomsten waarbij contemporaine literaire grootheden bijeenkwamen. Zij mocht daarbij als toehoorder aanwezig zijn. Geïnspireerd door de verhalen van de literaire kopstukken uit die tijd, schreef Mary Shelley op 19-jarige leeftijd – in het jaar zonder zomer – haar bekendste werk, de gothic novel Frankenstein (The Modern Prometheus).
Ze stierf op 1 februari 1851 te Londen. Op haar eigen verzoek werd ze begraven in Bournemouth op de begraafplaats van de Saint Peter’s Church. [Bron: Wikipedia]
 
 
Eerder verschenen opmetdeneusindeboeken