Donderdag, 19 juli, 2018

Geschreven door: Buvelot, Quentin
Artikel door: Weterings, Vera

Mauritshuis - het gebouw

Geschiedenis van een kunsttempel

[Recensie] Alles wat je wilde weten over het Mauritshuis is eindelijk verzameld en bij elkaar gebracht in een prachtig boek: Mauritshuis. Het gebouw. Hoewel het boek wellicht door haar formaat, koffietafelboek, niet zo toegankelijk oogt is het werk heerlijk vlot geschreven met grappige anekdotes en bevat het prachtige historische foto’s die te maken hebben met de historie van het Maurtishuis tot en met de onlangs voltooide uitbreiding en renovatie. In het werk wordt – zoals de titel al verklapt – het gebouw centraal gesteld en de bouw- en gebruikersgeschiedenis behandeld.

Mauritshuis. Het gebouw is samengesteld door Quentin Buvelot, hoofdconservator van het Mauritshuis. Hij heeft het merendeel van de hoofdstukken geschreven. Daarnaast leverden Koen Ottenheym (hoogleraar architectuurgeschiedenis, Universiteit Utrecht), Johan de Haan (bijzonder hoogleraar Toegepaste kunsten en kunstnijverheid, Radboud Universiteit Nijmegen) en Margriet van Eikema Hommes (technisch kunsthistorica, Technische Universiteit Delft) bijdragen aan het boek.

De verschillende hoofdstukken zijn chronologisch ingedeeld. Zo start het werk met een hoofdstuk over de directe omgeving van het Mauritshuis vóór 1633. De bouw van het Mauritshuis (1633-1644) vond plaats in de periode dat de Hofvijver en de bebouwing eromheen zijn tegenwoordige vorm kreeg. Hierna wordt ingegaan op de samenwerking tussen Johan Maurits van Nassau-Siegen, Jacob van Campen en Constantijn Huygens, buurman en mede-inspirator. Met de bouw van de huizen voor deze heren in het gebied bij het Binnenhof werd de nieuwe classicistische architectuur in Den Haag geïntroduceerd. De woonhuizen van Johan Maurits van Nassau-Siegen en Constantijn Huygens werden schoolvoorbeelden van het ‘Hollands classicisme’. Het sterk geïdealiseerde beeld van de architectuur uit de klassieke oudheid diende als voorbeeld, zo stonden harmonische proporties centraal in de stroming. Aangezien Johan Maurits veel van huis was, hield zijn buurman Huygens toezicht op de bouw. Er wordt uitgebreide informatie verschaft over de bouw van het huis, de studies die architect Van Campen gebruikte en tekeningen van Pieter Post.

In het derde hoofdstuk worden ook het interieur en de inrichting van het gebouw besproken. Helaas zijn er geen inventarissen of nauwkeurige beschrijvingen van het interieur bekend uit de eerste jaren dat Johan Maurits in het pand woonde, maar verschillende bronnen geven genoeg aanwijzingen om een reconstructie te maken. Johan Maurits imponeerde zijn gasten met zijn kunstschatten. De Leidse hoogleraar Adolph Vorstius (1597-1663) was zo onder de indruk van de rijkdom van zijn collectie dat hij een Latijnse brief aan Huygens schreef die is overgeleverd. Een andere bron is afkomstig van Willem Frederik van Nassau-Dietz (1613-1664), stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. In zijn dagboek schreef hij over het diner dat hij op 9 december 1644 bijwoonde bij Johan Maurits onder andere ‘wiens huys heel fray is, oock wel vergult en gemeubleert’.

Boekenkrant

Dat het gebouw van binnen prachtig is, kunnen we vandaag de dag nog steeds terug zien. Helaas kunnen we de bijzondere tuin die bij het Mauritshuis hoorde niet meer bezoeken. Een apart hoofdstuk gaat in op deze bijzondere tuin aan de hand van ontwerpen, prenten en correspondentie van Johan Maurits. Hierna volgt een tragisch hoofdstuk uit de geschiedenis van het Mauritshuis. Na de dood van Johan Maurits bleek hij schulden te hebben nagelaten en werd duidelijk dat het Mauritshuis met een fikse hypotheek belast was. Om de schulden te vereffenen werd het eigendom van het Mauritshuis en de tuin op 10 maart 1683 door erfgenaam Wilhelm Moritz overgedragen aan Johan van Duijnen en Jacob van der Hoeven. Zij zouden het pand nooit gaan bewonen, maar verhuurden het aan de ‘Gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en West-Friesland. Zij gebruikten het gebouw voor recepties en tijdelijke huisvesting voor ambassadeurs. Vanaf 25 juli 1701 huisvesten de Staten van Holland de hertog van Marlborough in het Mauritshuis. Op dinsdag 23 februari 1704 brak brand uit in het Mauritshuis. In het werk wordt op basis van getuigenverklaringen getracht een reconstructie van de brand op te pennen. De brand was zo vernietigend dat na afloop uitsluitende de muren overeind stonden. Het kostbare, unieke interieur van het Mauritshuis was geheel verloren gegaan.

Naast het behandelen van de verschillende bewoners van het Mauritshuis wordt ook stilgestaan bij de totstandkoming van het Mauritshuis als museum. De renovatie die bij dit proces kwam kijken, komt uitgebreid aan bod. Hierbij wordt niet alleen ingegaan op bouwhistorische vraagstukken, maar worden ook leuke anekdotes aangehaald. Zo hebben in het souterrain van het Mauritshuis van 1824 tot 1977 conciërges met hun familieleden gewoond. Administrateur M. de Groot woonde er met zijn vrouw en hun vijf kinderen tussen 1941 en 1952. Menno de Groot, een van de kinderen, deelt in een aparte kadertekst zijn jeugdherinnering over het Mauritshuis.

Tot slot wordt het meest recente hoofdstuk uit de geschiedenis van het Mauritshuis behandeld, de uitbreiding en renovatie. Denk hierbij aan de verhuizing van het restauratieatelier naar de zolder van het gebouw en de toevoeging van de oorspronkelijke schoorstenen. De teksten worden aangevuld door ontwerpen van architect Hans van Heeswijk en foto’s van de nieuwe ruimten. Nu de lezer de gehele geschiedenis van het Mauritshuis tot zich heeft genomen, kan hij zich desgewenst nog extra verdiepen door ook de bijlagen te lezen. Hierin zijn historische beschrijvingen van het Mauritshuis opgenomen door Adolph Vorstius, Pieter Post, Abraham van Wickevoort en Jacob de Hennin. Ook is een transcriptie van een inventarislijst van het Mauritshius uit 1687 te vinden en een memorie met beschrijving van werkzaamheden in het Mauritshuis. De laatste bijlage toont de bezoekcijfers van het Mauritshuis die vanaf 1875 zijn bijgehouden in de jaarverslagen van het Mauritshuis. Hierin is de grote stijging door de jaren heen te zien, van 19.776 bezoekers in 1876-1877 tot 133.345 in 1976 en 261.127 in 2011.

Al met al is Het Mauritshuis een bijzonder fraai geschreven, prachtig geïllustreerd en erg uitgebreid boek. Voor wie geïnteresseerd is in architectuur is dit boek dan ook een absolute aanrader. De compleetheid van zowel de bouw- als gebruikersgeschiedenis maakt het werk uniek aangezien zo’n overzichtswerk over het museum nog niet eerder is verschenen.

Eerder verschenen op Hereditas Nexus