Vrijdag, 1 februari, 2019

Geschreven door: Mik, Edzard
Artikel door: Verplancke, Marnix

Mea culpa

“Als je jong bent, ben je niet onschuldig”

De eerste zin

“Zijn vrouw kwam overeind maar Nazim hief zijn arm en stond erop zelf thee voor ons te halen.”

Recensie

Wanneer Marten tijdens een opsporingsprogramma op tv ziet dat Gülay verdwenen is, de dochter van Nazim, iemand die hij een paar decennia eerder in Maastricht kende, beslist hij om na al die tijd in Amsterdam terug te keren naar de stad waar hij opgroeide. Sybil, zijn jeugdliefde die nadien met zijn beste vriend Erol trouwde, vergezelt hem. Marten was ooit betrokken bij een vechtpartij tussen de families van Nazim en Erol, waarbij deze eerste een schop tegen het hoofd kreeg die hem voor de rest van zijn leven in een rolstoel deed belanden. Misschien meer nog wel dan naar Gülay wil hij op zoek naar zijn rol tijdens die vechtpartij twintig jaar eerder. Was hij een onschuldige getuige, of zat hij er voor meer tussen?

Sociologie Magazine

Vanuit dit vertrekpunt bouwt Edzard Mik een ingenieuze roman op over de wijze waarop wij onszelf altijd verhalen vertellen. Wanneer ik maar lang genoeg blijf graven zal ik ongetwijfeld ontdekken dat Nazim door mijn toedoen verlamd geraakt is, schertst Marten, en misschien bevat zijn scherts ook wel een bittere waarheid. Hoe weten we immers zeker wat er in het verleden is gebeurd? En dat geldt niet alleen voor zijn relatie met Nazim, maar ook voor die met Sybil. Marten heeft het idee dat hij zijn vroegere geliefde aan Erol heeft geschonken, maar misschien klopt ook dat wel niet. Een ding is echter zeker, het verleden blijft altijd het verleden en de jongeren die Sybil en Marten toen waren blijven onbereikbaar. “We konden neuken wat we wilden,” beseft Marten na een partijtje seks dat in tranen is geëindigd, “maar we zouden nooit naar hen kunnen terugkeren.”

Net zoals in zijn vroegere boeken komt Edzard Mik in Mea culpa als een beslagen stilist op het ijs. Gracieus en met veel psychologisch inzicht laat hij zijn personages hun weg doorheen het leven zoeken, zonder zelf op de voorgrond te treden. Dit boek gaat in feite niet over Marten, Nazim, Sybil of Gülay, besef je na een tijd. Hun queeste naar die onbereikbare waarheid is universeel, het lot van ons allemaal, en dat geeft Mea culpa een extra niveau.

3 vragen aan Edzard Mik

De les die je als lezer uit Mea culpa zou kunnen trekken is dat je het verleden toch maar beter het verleden laat. Van al dat oprakelen komt niet veel goeds, toch?

Mik: “Dat zit inderdaad op meerdere manieren in het boek, dat je door in het verleden te gaan wroeten alleen maar oude wonden openrijt, en dat dit jou en anderen weer in nieuwe problemen kan brengen. Het psychoanalytische idee dat je je trauma moet herbeleven om het te verwerken en op te lossen klopt volgens mij niet altijd. Ik zeg dit in dit boek, maar ook heel wat psychologen en psychiaters zeggen dat. Misschien is verdringing en verdergaan met het leven wel helemaal zo slecht nog niet.”

In die zin moeten we met zijn allen wat Russischer worden en het leven pakken zoals het komt, zoals Marten zegt?

Mik: “Marten heeft inderdaad dit beeld van Russen, dat ze het leven veel meer op hun schouders nemen en accepteren wat hun eigen rol erin is geweest, los van de vraag of die goed of slecht was. Hij vindt dat uiteindelijk een wijzere manier van omgaan met de zaken dan hoe hij dat probeert te doen. Je zou kunnen zeggen dat er twee lijnen door het boek lopen, die waarin de wens geuit wordt om te begrijpen wat er in het verleden is gebeurd, en als tegenbeweging een enorm verlangen naar de jeugdige onschuld, naar het kunnen terugkeren naar de tijd dat je een onbeschreven blad was. Ergens verlangt Marten ernaar verlost te worden van zijn neiging alles een plek te willen geven in zijn verhaal. En daartoe zijn we allemaal veroordeeld. De echte feiten zijn onkenbaar. Wij interpreteren ze en construeren er verhalen mee die betekenis geven aan ons leven.”

Maar is de jeugd die hij probeert terug te vinden wel zo onschuldig?

Mik: “Natuurlijk niet, als je jong bent, ben je niet onschuldig. Ik heb een dochter van zestien. Die zit middenin het leven, maakt veel mee. Dat is intens, maar niet onschuldig. Die zogenaamde onschuldige jeugd construeer je achteraf, die is evengoed een fictie. Wanneer je er middenin zit, worstel je met je angsten, onzekerheden en verlangens, net zoals je dat later als volwassene doet. ‘De jeugd is een belofte en die wil ik eindelijk wel eens meemaken,’ zegt Marten op een bepaald moment. Ik denk dat hij niet de enige is.”

Eerder verschenen in Knack