Maandag, 7 september, 2020

Geschreven door: Boersma, Hidde
Boudry, Maarten
Bodelier, Ralf
Artikel door: Knoppers, Rijkert

Meer

Kan overvloed de wereld duurzamer en welvarender maken?

[Recensie] Een daverend succes! Dat is de mening van Marco Visscher over de zestien waterkrachtcentrales, die de Tennessee Valley Authority (TVA) aan het begin van de vorige eeuw langs de Tennessee River bouwde. Een mooie prestatie, aldus ‘ecomodernist’ Visscher, want: in 1930 beschikte slechts tien procent van de Amerikaanse boeren over elektriciteit, tien jaar later, na de bouw van de hydrocentrales, was dat negentig procent. En elektriciteit betekent: vooruitgang!

Gedwongen verhuizing

De vrolijke optimistische schrijfstijl is echter misplaatst en verdoezelt het feit dat het ontwikkelingsproces rond de waterkrachtcentrales destijds behoorlijk problematisch is verlopen. Allereerst betekende de bouw van de centrales dat vijftienduizend families gedwongen moesten verhuizen. Dit feit heeft Visscher ook opgemerkt, maar volgens hem was dit “een acceptabel offer” omdat de hydrocentrales welvaart zouden opleveren. Wie echter andere bronnen raadpleegt komt er snel achter dat de werkelijkheid minder rooskleurig was. Neem bijvoorbeeld de constructie van de Tellico dam, Ć©Ć©n van de TVA-dammen die ook in het artikel van Visscher voorkomt. “Het verzet tegen het project groeide onmiddellijk na de aankondiging,” schreef William Chandler in een gezaghebbende studie over stuwdammen van het Wadebridge Ecological Centre. Zo eisten de tegenstanders dat er eerst een milieueffectrapportage zou plaatsvinden, om de gevolgen voor het milieu van de waterkrachtcentrale in kaart te brengen. Aan de hand van deze studie kwam aan het licht dat er een bedreigde vissoort in het stroomgebied leefde. Deze ontdekking van de perscina tanasi was dus niet, zoals Visscher suggereert, een toevallige ontdekking door een bioloog maar de uitkomst van een systematisch onderzoek. Het verplaatsen van de vis leidde ertoe dat de bouw van de dam vele jaren stil kwam te liggen.

Tennessee River

Boekenkrant

Volgens Chandler was de vele kritiek op de dam terecht, want uiteindelijk kwam er weinig terecht van de beloofde industriĆ«le ontwikkeling. Daarnaast vielen de voordelen voor de scheepvaart tegen, terwijl de hoeveelheid opgewekte stroom marginaal was: de TVA waterkrachtcentrales in de Tennessee River hadden in 1963 een totaalvermogen van 5.000 MW, het vermogen van de Tellico Dam was slechts 22 MW. “Tellico Dam was een verlies voor iedere betrokkene,” concludeerde de aan het World Watch Institute verbonden Chandler in 1984.
Het nauwkeurig weergeven van de mening van anderen zou in dit artikel wel eens beter kunnen. Zo citeert Visscher uit een rapport van het Internationale Energieagentschap (IEA) hoeveel energie een mens gemiddeld nodig zou hebben voor een leven in welzijn, hierbij onder meer uitgaande van een minimum aan elektriciteit, voldoende voedsel en drinkwater, een goede gezondheid en toegang tot onderwijs. Dit zou per huishouden in de stad 500 kWh zijn. Maar wat het artikel niet vermeldt is dat dit volgens het IEA-rapport slechts een tijdsopname is, waarbij het nadrukkelijk de bedoeling is dat de genoemde hoeveelheid energie stijgt tot het nationale gemiddelde is bereikt.

De centrale stelling van de Amerikaanse energiespecialist Amory Lovins is niet om “zo weinig mogelijk energie” te gebruiken, maar om de grootste onbenutte energiebron ter wereld in te zetten, namelijk energie-efficiency. Op een ander moment suggereert Visscher een tegenstelling tussen president Franklin Roosevelt en de Amerikaanse politicus Al Gore. De eerste had er ooit op gewezen dat elektriciteit een absolute noodzaak voor de bevolking is, Al Gore beweerde in 1992, dat de aanleg van elektriciteitsnetten binnen ontwikkelingslanden niet strikt noodzakelijk was. Al Gore heeft het dus over elektriciteitsnetten, het al dan niet kunnen beschikken over elektrische stroom stelt hij helemaal niet ter discussie.
Los van dit soort onvolkomenheden is het grootste bezwaar tegen dit artikel dat er helemaal niets nieuws in staat. De centrale stelling, dat een milieubeleid alleen succesvol kan zijn als er voldoende energie en economische ontwikkeling is, is zo oud als maar kan zijn, sla het rapport Our common future van de Brundtland-commissie uit 1987 er maar eens op na.

Club van Rome

Correct citeren is ook niet de sterkste kant van wetenschapsjournalist Hidde Boersma, die in de inleiding van dit boek Paul Ehrlich aanhaalt met een citaat over goedkope energie. Wat Boersma buiten beschouwing laat is dat Ehrlich zijn uitspraak doet in reactie op de toepassing van kernenergie. Hiermee komt deze uitspraak in een ander daglicht te staan. En om de opvatting van Greenpeace nu indirect weer te geven door gebruik te maken van een publicatie van twee Finse energiedeskundigen is ook niet sterk, overal op internet zijn rapporten van de milieuorganisatie te vinden.

Het valt op dat de auteurs nauwelijks de discussie aangaan met andersdenkende deskundigen. Bijvoorbeeld met degenen die ervan uitgaan dat je eerst energie moet besparen, zodat je meer kunt doen met minder energie, zie bijvoorbeeld het boek Factor Vier van de Club van Rome (1995): factor vier slaat op het verkrijgen van een dubbele welvaart met de helft van de grondstoffen. Of wat te denken van de in Nederland bedachte Trias Energetica: beperk eerst de energievraag, gebruik vervolgens duurzame energie en zet dan pas eindige energiebronnen zo efficiĆ«nt mogelijk in. Het zou interessant zijn om de mening van de Ecomodernisten op deze stellingnames te weten. Door alleen oneliners te lanceren zoals ā€œDe wereld heeft meer energie nodig, niet minderā€ kom je natuurlijk niet ver.

De vraag is daarbij ook waarom dit boek vier verschillende onderwerpen behandelt en dat onder Ć©Ć©n noemer ‘meer’: duurzaamheid, groei en ontwikkeling, landbouw en natuur en: leven en vrijheid.Ā  Het zijn vier onderwerpen die in feite los staan van elkaar. Waarom ook niet over: meer woningen, meer ziekenhuizen, meer verkeer, meer recycling, meer kinderopvang en meer muziek? Al met al is dit een weinig inspirerend boek, dat vooral door een gebrek aan systematische onderbouwing meer vragen oproept dan beantwoordt.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles