Zondag, 22 november, 2020

Geschreven door: Westerterp, Marjolein
Artikel door: Altena, Bert

'Mensen, het is lastig maar het kan...'

Het optimisme van Jan Terlouw

[Recensie] Hij heeft een hoge aaibaarheidsfactor. Jan Terlouw, oud-politicus van D’66, laat op hoge leeftijd nog steeds van zich horen. Vier jaar geleden ontroerde hij half Nederland met zijn spontane toespraak in De Wereld Draait Door over het gebrek aan vertrouwen in de samenleving. Het beeld van het ‘touwtje uit de brievenbus’ raakte een snaar bij jong en oud.

In de serie De woorden van …, uitgegeven door de Internationale School voor Wijsbegeerte, wordt hij uitgebreid geïnterviewd door Marjolein Westerterp. Terlouw krijgt royaal gelegenheid om zijn visie op leven, politiek en samenleving te geven. De interviewster blijkt een gulle aangeefster te zijn, waardoor Terlouw volop de ruimte krijgt om uit zijn rijke levenservaring te putten.

Opgegroeid in een domineesgezin, kiest Terlouw voor een studie in de exacte wetenschappen. Hij werkte als natuurkundige op diverse plaatsen in het buitenland. Terug in Nederland ging hij de politiek in, werd partijleider van D’66 en was enkele jaren minister in de jaren tachtig. Hij eindigde zijn politieke carrière als commissaris van de koningin in Gelderland, waar hij is blijven wonen. Daarnaast ontwikkelde hij zich tot een van de meest geliefde jeugdboekenschrijvers van ons land. Met name Oorlogswinter werd een kaskraker, maar er staan veel meer titels op zijn naam.

Terlouw straalt optimisme uit, zeker als het gaat om kinderen en jongeren. Opvoeden is stimuleren, wat hij op zijn manier in zijn jeugdboeken heeft gedaan, waarin de moraal nooit ver weg is, maar er toch niet duimendik op ligt. 

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

“Als jouw kind tegen je jokt, vraag je dan af waarom hij dat doet. Er is een reden voor, maar die reden kan hij vaak niet onder woorden brengen. Als je hem door middel van gesprek probeert te helpen, kan het zijn daden en gevoelens prima duiden (…) Als ouders daar aandacht aan besteden, gaat het goed in de opvoeding. Dan hoef je ook helemaal niet te straffen. Straffen is niet zinvol” (112 – 113).

De drie carrières, in de wetenschap, de politiek en als schrijver, komen uitgebreid aan bod. Maar ook gaat het over thema’s als twijfel en religie, en het voltooid leven. Het meest verwondert hij zich over zijn schrijverschap, dat tegennatuurlijk lijkt aan iemand met een wetenschappelijke denktrant. Maar met de verhaaltjes die hij zijn kinderen vertelde, ontdekte hij zijn vermogen om mensen met woorden mee te slepen.

Terlouw blijkt inderdaad, ook in deze gesprekken, een aangenaam causeur. Niet dat het allemaal zo wereldschokkend is wat hij heeft te melden. Natuurlijk maakt ook hij zich zorgen over het milieu, over de verharding in de maatschappij en de verruwing van de politieke omgangsvormen. Vroeger was het allemaal … Nee, Terlouw is eigenlijk niet zo van het achterom kijken. 

“Ik leef heel erg in de toekomst, wat er gaat gebeuren, ik denk weinig over het verleden (…) Ik ben geïnteresseerd in nieuwe dingen, steeds vooruit. Ik denk dat me dat veel meer ligt. Ik rond een project af en ga door naar de toekomst. Ik ben geen filosoof die in de reflectie blijft hangen” (162).

Hij is zich op een prettige manier bewust van zijn eigen beperkingen. Daar heeft hij ook de leeftijd voor (geboren in 1931), maar bij Jan Terlouw krijg je sterk de indruk dat het een deel van zijn karakter is. Bescheiden en vriendelijk, maar als het moet beslist. Iemand die ooit het volgende compliment van premier Van Agt incasseerde: “wat kun jij op een suave manier venijnige dingen zeggen” (58).

Natuurlijk kun je ook kritische kanttekeningen maken bij dit interview in boekvorm. Dat het soms wel erg tam door kabbelt, dat de interviewster weinig scherp is, dat het soms in herhaling vervalt, maar waarom zou je dat doen, bij zo’n vriendelijke en voorkomende man? Terlouw heeft zo’n hoge aaibaarheidsfactor dat ik dat allemaal graag voor lief neem.

Eerder verschenen op Nieuw Wij en Bert Altena