Dinsdag, 31 maart, 2009

Geschreven door: Zijlstra, Sophie
Artikel door: Wersch, Juliette van

Mevrouw Couperus

De kwestie van liefde

De kwestie van liefde’ is het zesde hoofdstuk in Mevrouw Couperus van Sophie Zijlstra, maar had wat mij betreft ook de titel van het boek kunnen zijn. Mevrouw Couperus vertelt het verhaal van de vrouw van, of beter gezegd, maar met alle respect, de vrouw achter de schrijver Louis Couperus: Elisabeth. Het is nu haar stem die we horen, en wat voor één. Het is een stem van een vrouw met een grote behoefte aan geluk en liefde. Aan vermindering van de eenzaamheid die ze soms in haar huwelijk voelt. Liefde die van twee kanten komt. Liefde die voor haar is bedoeld en niet voor anderen, of voor ‘de dingen’, zoals Louis ze noemt, die hem bezighouden.

Maar wat die dingen zijn en welke behoeften ze beiden hebben, daar komen we pas later achter. Mevrouw Couperus begint met de plotselinge en onverklaarbare verlamming van Elisabeth. Van de een op andere dag kan ze niet meer staan of lopen. Ze gaat bij dokter Bende onder hypnose om de mogelijke oorzaak te achterhalen. Maar Elisabeth is geen gewillige patiënte. Met scepsis, – of is het onwil, of intelligentie? – treedt ze de dokter tegemoet, niet bereid zich over te geven.
Dat Elisabeth niet alles vertelt is duidelijk. Ze heeft een visioen gehad over drie treden die naar een tuin leiden en waar ze een geluid hoort dat ze niet kan plaatsen. Als ze uiteindelijk wel over het visioen vertelt en zich weer herinnert waar de drie treden zich bevinden en dat die tuin bestaat, komen ze erachter dat de verlamming een verlate reactie op traumatische ervaring is. Ze heeft iets in die tuin gezien en gehoord wat haar heeft doen verstijven, en die fysieke reactie komt een jaar later in alle hevigheid terug, zo erg dat ze niet meer kan lopen, zonder zich die bewuste avond te herinneren. Ze snapt dan eindelijk wat ‘de dingen’ zijn waar Louis het over heeft – die ik hier niet ga verklappen om de spanning en de leespret niet te bederven.

Voor de beschrijving van de sessies en het ziektebeeld van Elisabeth, heeft de auteur Freud gelezen over zijn patiënte Anna O. De hypnose is een interessante toevoeging, niet alleen op historisch gebied, maar ook omdat het een goed voertuig is om Elisabeth van zowel binnenuit, door haarzelf, als buitenaf, door de dokter, te beschrijven. Dat levert een bepaalde spanning, over wie Elisabeth nu is, op. We zien een intelligente vrouw van vlees en bloed, met haar hunkeringen, behoeften, kwaliteiten en zwakheden.

Het waren de momenten dat ik in het hoofd van Elisabeth zat, die me het meest raakten. Meer dan de bijna sprookjesachtige beschrijvingen van de jeugd in Indië en meer dan wat in de Volkskrant ‘Couperiaans zangerige zinnen’ genoemd werden. Het historisch getinte taalgebruik stoorde in het begin zelfs een klein beetje, maar dat verdwijnt zodra je Elisabeths gedachten gaat volgen. Een vrouw wier leven zich in een schaduw bevindt. Het boek is geen aanklacht tegen Couperus of tegen alle mannen die als kunstenaar, musicus of schrijver stralen, zo fel dat hun vrouw vanzelf in een schaduw komt te staan. Het moet echter niet makkelijk voor Elisabeth zijn geweest een soort secretaresse van haar man te zijn; het netjes overtypen van zijn manuscripten, terwijl ze zelf goed kon vertalen en schrijven. Wat Mevrouw Couperus zo fijn om te lezen maakt, is de menselijkheid en de reflectie van Elisabeth. Het wordt nergens dreinend, omdat ze zelf voldoende afstand neemt, soms sceptisch, soms eerlijk, en soms heeft ze die afstand juist niet en komt pure frustratie naar boven. Elisabeth leest uit eigen werk aan Louis voor:

Sociologie Magazine

‘Toen ik klaar was met lezen bleef het even stil, een moment haalde hij zijn ogen van het tafereel voor hem af, drukte zijn sigaar uit, keek me aan en zei: “Heel aardig.” Hij haakte zijn ogen weer vast aan een sjouwer en stak zonder ernaar te kijken de volgende Russische sigaar op. Heel aardig. “Heel aardig.” Het was niet kwetsend bedoeld. Opbouwend zelfs, toch kwetste het me diep. “Heel aardig” is niet wat je wilt horen.’

Dat is inderdaad niet wat je wilt horen. Maar dat zegt ze niet. De hunkering naar erkenning, respect, eigenwaarde, blijft onuitgesproken tussen hen in hangen. Het huwelijk, dat verstandig geformeerd en harmonieus lijkt, waarin man en vrouw elkaar aanvullen, is onderhuids ook een wirwar van niet gecommuniceerde emoties die voor een afstand tussen de twee zorgt. De liefde van Louis en Elisabeth is niet gespiegeld, maar heeft bij beiden een andere focus, en dat is precies wat het zo pijnlijk maakt. ‘De dingen’ van Louis staan tussen hen in. Soms lijkt het huwelijk voor hen beiden een gevangenis, zonder dat ze de ander echt verachten of haten. Dat kunnen ze niet. Maar ze kunnen evenmin met de waarheid leven. De eenzaamheid die ze in die relatie voelen, is misschien wel beklemmender dan wanneer ze alleen zouden zijn. Toch zijn ze er voor elkaar, tot het bittere eind.

Het feit dat het hier om echt bestaande personen gaat, om een getalenteerde vrouw achter de beroemde schrijver, geeft het verhaal nog een extra laag: het voedt de verbeelding over hoe het leven met hem geweest moet zijn en het laat meer van hem zien, juist doordat we hem vanuit haar beschouwen.
Kort en krachtig heeft Sophie Zijlstra in deze moderne historische roman heel mooi laten zien dat ‘de kwestie van liefde’ niet zo gemakkelijk is.


Eerder verschenen op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *