Vrijdag, 30 augustus, 2019

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Reinewald, Chris

Mijn leven als keizer

Koorddanser boven poelen vol bloed

[Recensie] De roman Raise the Red Lantern van de hedendaagse Chinese schrijver Su Tong werd in 1991 door landgenoot Zhang Yimou verfilmd tot een succesvol, gelijknamig historisch epos. Momenteel draait Zhangs historische film Shadow (2018) in de bioscopen. Verwonderlijk dat zoiets nog niet gebeurde met Su’s filmisch geschreven Mijn leven als keizer.

CCTV, de Chinese tv vertoont lang lopende tv-series over keizerlijke dynastieën in een glorieus, onbesmet verleden. Het zijn veelal trage kostuumdrama’s vol broedertwisten, intriges, affaires en bloedige vechtpartijen gefilmd in oude paleizen, kloosters en nevelige berglandschappen. Of de historische feiten kloppen maakt minder uit. Met een Shakespeariaanse mix van elkaar bekampende rijken van broers en volksopstanden knutsel je al gauw een overtuigend drama in elkaar.

Niet onbelangrijk is dat je zo ook geen last krijgt met de censuur. Aan schrijvers de uitdaging om in (drie)dubbele bodems eventueel kritische verwijzingen naar de discrete dictatuur van hedendaags China te stoppen.
Voordat hij Mijn leven als keizer aan het papier toevertrouwde stond Su Tong (1963) een “onafgebroken innerlijke zwerftocht” voor ogen, eentje “vol vreugde en tegenspoed […] beroering en deining, die de adem benemen […] als organische eenheid van water, vuur, honing en gal”. Dat schrijft hij althans in een optimistisch voorwoord. Daarna geeft hij de paarden van zijn verbeelding de vrijheid.

14 jaar

Technisch Weekblad

Het epos is gauw verteld. In Xie, een niet nader historisch aangeduid Chinees rijk komt de 14-jarige prins Duanbai op de keizerstroon terecht. Eigenlijk zouden zijn twee oudere halfbroers beter geschikt zijn maar zijn moeder en grootmoeder hebben de machtswisseling nu eenmaal zo bekokstoofd. De in onsterfelijkheid gelovende vader is in bed met een jonge courtisane zo ineens gestorven.

Als onhandige, onbeschreven puber bluft Duanbai, tevens verteller van het verhaal, zich de eerste tijd door zijn dagelijks leventje heen. Juekong, een empathische monnik treedt als geduldige leermeester op, totdat ook hij in ongenade zal vallen. Van de gewone mensenwereld buiten zijn paleizen heeft de jonge keizer amper weet. Binnenshuis spelen courtisanes net zo’n belangrijke rol als de volgzame ministers. Eén keer neemt Duanbai de benen, met een trouwe eunuch. Incognito bezoekt hij een rondreizend circusje, waar hij diep onder de indruk raakt van de koorddanser. Dát zou hij nu echt graag doen.

Maar hij keert terug naar het paleis. Er moet actie ondernomen worden tegen het opstandige zuiden. Hij stuurt zijn krijgshaftige halfbroer er op af.
Onschuldig vergoten bloed klotst de lezer voor ogen. De jonge keizer grossiert in wrede terechtstellingen en veldslagen. Duanbai weet dat je alleen zo de macht in handen houdt. Ook de slaafse concubines kunnen afgewezen worden. Ze betalen daarvoor met afgehakte vingers en handen. Zijn allerliefste, zwangere concubine spaart hij door haar te laten wegsluizen naar een klooster. Later treft hij – inmiddels ambteloos – zijn minnares in een chique bordeel. Ze haalt dan haar rode lantaarn naar binnen en geeft zich weer aan hem. Onbetaalde liefde, maar Duanbai constateert dat ze haar vroegere onschuld als onbekommerd fladderende dagvlinder heeft verloren.

Zampano

Subtiel laat Su de onmacht van de te jonge keizer voelen. De alleenheerser wordt opgejaagd door van alles en iedereen. Hij is niet in staat zijn eigen leven te leiden. Op driekwart van het verhaal neemt hij zijn lot in eigen hand. Duanbai zet zichzelf af. Hij ontvlucht het paleis en riskeert zo het voortbestaan van het Rijk. Met de trouwe eunuch aan zijn zijde gaat hij op zoek naar het circusgezelschap om de edele kunst van het koorddansen te leren.

Vrijwel niemand herkent de voormalige keizer totdat hij een halve peer eet en de rest wegsmijt: een gewoonte van het hof. Omdat hij het circusje niet vindt leert de voormalige keizer zichzelf koorddansen. Daarna formeert hij een eigen, wat arremoeiig  circusgezelschap. (Zoiets als Zampano in La Strada van Fellini) In het Rijk Xie woedt inmiddels een burgeroorlog. Uiteindelijk komt het buiten voor de muren van zijn voormalige paleis tot een gruwelijke apotheose.

We lezen een weerzinwekkende opsomming van hoe gruwelijk de voormalige machtshebbers aan hun eind komen. Onbewust van dit zinloze geweld blijft de keizer-van-het-koord optreden. Zo heeft Duanbai zich genoemd. Hij wil niet dat de mensen zich aan hem vergapen als hun voormalige keizer-aan-lager-wal maar als de acrobaat die hij is geworden. Tussendoor leest hij in De Analecten: overgeleverde uitspraken en dialogen van de filosoof Confucius, het oude boek dat hij van zijn leermeester kreeg. Soms vindt hij de hele wereld terug in het wijsgerige boek. Maar even zo goed stelt hij vast dat het hem geen stap verder brengt.

Als rasverteller schildert Su Tong het spannende, kleurrijke en poëtische verhaal in rake, brede, nonchalante penseelstreken. Doordat topvertaler Mark Leenhouts de roman direct uit het Chinees naar het Nederlands overzette heb je het vertrouwen dat er weinig ruis in terechtkwam. Onwillekeurig vraag je je af of Su met zijn keizersverhaal een parabel schreef over de in zichzelf gekeerde macht waarmee de Han-Chinezen de vele minderheidsvolken in China overheersen.

Voor het eerst gepubliceerd op DeLeesclubvanAlles