Donderdag, 7 januari, 2021

Geschreven door: Schmitt, Eric-Emmanuel
Artikel door: Quis leget haec?

Mijn leven met Mozart

Gefingeerde brieven aan de grootmeester van de klassieke muziek

[Recensie] Mijn leven met Mozart van Eric-Emmanuel Schmitt bestaat uit een aantal gefingeerde brieven waarin de schrijver aangeeft hoe Mozart zijn leven heeft beïnvloed. Dat leek mij een wat gekunstelde vorm maar à la, ik ben een hartstochtelijk liefhebber van (klassieke) muziek en ik kan moeilijk iets laten liggen over Mozart, wiens muziek ik torenhoog acht.

Die vorm valt mee en de invloed van Mozart op het leven van de schrijver is groot. Als vijftienjarige liep de auteur rond met zelfmoordplannen. De manier was al gekozen en het moment van verlossing was aanstaande. In die gemoedstoestand woonde de puber een repetitie van de opera van Lyon bij, van de opera Le Nozze di Figaro. De aria (vanaf 2:07) die hij toen hoorde veranderde alles voor hem:

“Mijn kracht kwam terug. En de verwondering. Ja, de schoonheid, alle schoonheid van de wereld stroomde de zaal binnen en werd me aangeboden, daar, vlak voor mijn neus. Toen de sopraan zweeg, viel er een stilte die bijna even ontroerend was als het gezang, een stilte die vast en zeker nog van Mozart was…Weg wanhoop! Weg somberheid! Ik wilde leven. Als er op aarde zulke waardevolle, zulke volmaakte en zulke intense dingen bestonden, trok het leven me aan.”

Die kan Mozart in zijn zak steken. De schrijver loopt wel eens hoogdravend weg in zijn beschrijvingen van de muziekstukken, zoals over het Et incarnatus est uit de Mis in C:

Dans Magazine

“Het is geen stem meer, het zijn vleugels. Het is geen menselijke zucht meer, het is een harmonieuze bries die ons tussen de wolken meeneemt. Het is geen vrouw meer, het zijn alle vrouwen, de moeders, de zusters, de echtgenotes, de minnaressen.”

Het stoort me niet. Ik lees dit soort boeken in de hoop dat ze me een geheimtip geven en die kwam. Ik heb Le Nozze di Figaro vaak gehoord, dus ook de aria van Barbarina, L’ho perduta. Schmitt schrijft hierover:

“Hoe kun je zo snel een sfeer, een emotie oproepen? Hoe kun je zoveel in een paar seconden zeggen?…Je begrijpt onmiddellijk dat er iets verloren is gegaan. In een donkere tuin met doolhofachtige bosschages zit een verdwaald meisje met een lantaarn in haar hand, alleen in de duisternis, te snikken en te weeklagen. Wat is haar overkomen? Ze huilt om iets wat ze is kwijtgeraakt…Zolang de aria duurt, onthul je ons niet wat het is. Is het een familielid, een verloofde? Een verwachting, een illusie?”

Het blijkt een speld… Maar Schmitt wees mij nog eens op de prachtig ronddraaiende melodie die een en al droefheid uitstraalt. Kan je nagaan wat Mozart kan als het om iets meer dan een speld gaat.

Zo beschrijft Schmitt ook de opera Die Zauberflöte. Het is de laatste opera die hij schreef. Opvallend is dat het een verhaal is met draken, wonderlijke fantasiefiguren en sprookjesachtige decors. Aan het eind van zijn leven lijkt Mozart terug te keren naar zijn jeugd met een opera waarin de kindergeest aanwezig is. Dat is wat anders dan een kinderachtige opera of een opera voor kinderen. Mozart brengt de kindergeest tot uitdrukking in de muziek. Hij doet dat door zuinig met middelen om te gaan. Een kind kan met weinig speelgoed een hele wereld scheppen en Mozart doet dat in Die Zauberflöte ook. Herkenbare melodieĂ«n zonder oppervlakkigheid zijn hier het kenmerk en dat kunnen alleen de groten.

Schmitt wijst mij ook op het duet van Papageno en Pamina uit deze opera. Het is een liefdesduet, maar geen duet van geliefden. Hun hart gaat naar een ander uit maar Mozart laat hun stemmen toch samen de liefde bezingen. Ik had er nog nooit bij stilgestaan maar het is een prachtig gegeven. Ik denk niet dat dit in andere opera’s voorkomt. Kenners weten dat er nog een heel pak schitterende aria’s in deze opera zitten, gaat het vooral beluisteren.

Het boek wordt geleverd met een cd waarop de besproken fragmenten zijn te horen. Het boek had van mij veel langer mogen zijn omdat ik graag hoor waarom iemand een bepaald muziekstuk waardeert. Ik leer er veel van.

Eerder verschenen op Quis leget haec?