Vrijdag, 18 oktober, 2019

Geschreven door: Verstappen, Fen
Artikel door: Verplancke, Marnix

Moeder af

Moeder verliezen, moeder worden

De eerste zin:
“Het was niet haar geboorte die mij moeder maakte, maar dat het meisje zomaar bij ons bleef.”

Recensie

Wie is toch die oude, grijze vrouw in die rolstoel die zo uitzinnig naar ons zit te zwaaien, vraagt de vertelster uit Fen Verstappens deels autobiografisch geĆÆnspireerde debuutroman zich af. Samen met broer Tijn en zus Biek bezoekt ze de Amsterdamse Artis-zoo, waar ze in de verte haar moeder ziet zitten, de vrouw in de rolstoel dus, die ze zo goed kende tot ze een hersenbloeding kreeg en die sindsdien iemand anders is geworden, iemand die nog met moeite een paar woorden kan communiceren. Hoe ga je met dit verlies van de geest om wanneer het lichaam er nog is, luidt de filosofische vraag achter het uitermate delicate en uitgepuurde Moeder af.

Verstappen situeert haar roman tussen twee reisjes naar Parijs. Tijdens het eerste is moeder nog op en top zichzelf, de succesrijke mode-ontwerpster die ieder jaar een showroom heeft tijdens de Parijse modeweek en daar ook de handtassen ontworpen door Biek en de sieraden van Tijn aan de man brengt. De vertelster, ā€˜een denker met twee linkerhandenā€™ zoals ze zichzelf beschrijft, is dan een kruising tussen een ober en een wc-juffrouw. Behalve deze keer, want ze is zwanger en krijgt daardoor meer aandacht dan gewoonlijk. De tweede reis vindt een jaar later plaats, wanneer moeder in een instelling zit, Biek en Tijn er alleen voor staan in Parijs en hun zus met haar kleine gezinnetje op Kreta verblijft. Wat betekent het om moeder te worden op het moment dat je zelf je moeder verliest, gaar daarbij door haar hoofd.

ScĆØnes

Verstappen studeerde filosofie en werkt als copywriter. Het eerste merk je aan de intellectuele onderstroom die Moeder af, zonder ooit opzichtig te worden, torenhoog uittilt boven de gemiddelde psychologische roman. Het tweede aan de feilloze stijl waarbij ieder woord belang heeft. Moeder af is een nuchter boek, niet zakelijk, want daar schrijft Verstappen te melodieus voor, maar zeker ook niet melodramatisch of pathetisch. In korte hoofdstukjes, soms maar een halve pagina lang, gaat ze op zoek naar de essentie, en die is wrang. Zo wrang dat er soms enig cynisme komt bovendrijven, zoals wanneer beschreven wordt hoe moeder na een tijd licht herstelt: “Ze eet soms al zelfstandig. De puree, de vis, de erwtjes. En vaak ook het servet.”

Drie vragen aan Fen Verstappen

Inmiddels is het drie jaar geleden dat je moeder een hersenbloeding kreeg. Had je het gevoel dat er tijd overheen moest gaan voor je er een roman over kon schrijven?

Verstappen: “Ik werk als copywriter. Schrijven is dus mijn vak, maar tot mijn moeder ziek werd, zette ik zelden iets voor mezelf op papier, ik had ook geen dagboeken of zo. Toen kreeg ik er wel behoefte aan, niet om het van me af te schrijven, maar om mijn gedachten te ordenen. Die tekstjes zijn uiteindelijk de basis geworden voor het boek waaraan ik pas tweeĆ«nhalf jaar later ben begonnen. Misschien had die drang om iets op papier te zetten wel met mijn opleiding filosofie te maken. Er wordt wel eens gezegd dat een filosoof altijd met een been in de ervaring staat en met zijn ander in de beschouwing erover. Wat mijn moeder overkwam riep een emotionele ervaring bij me op, maar ik voelde ook de behoefte om er duiding aan te geven. Mijn moeder was er fysiek nog, maar ze was tezelfdertijd mijn moeder niet meer. Wat zegt dit over mijn begrip van identiteit of ouderschap, vroeg ik me af.”

Op het moment dat je moeder haar hersenbloeding kreeg, was je net zwanger. Hoe heeft de ervaring van het een die van het ander beĆÆnvloed?

Verstappen: “In mijn roman wilde ik graag het moeder worden afzetten tegen het verliezen van een moeder, om zo de definitie van ouderschap te onderzoeken. Wanneer je moeder wordt, word je ook automatisch een beetje minder het kind van je ouders. In mijn persoonlijke geval vergrootte het krijgen van een kind mijn incasseringsvermogen. Een zwangerschap dwingt ook een grotere zelfzorg af, waardoor ik tijdens haar ziekte soms ook nĆ­et bezig was met mijn moeder, maar gewoon met mezelf en dat zwangere lichaam.”

Je begon het boek niet te schrijven met de bedoeling het verlies van je moeder te verwerken, zei je, maar heeft het uiteindelijk toch niet dat effect gehad?

Verstappen: “Ik ervoer de rouw als een eenzaam proces dat ik maar beperkt met mensen kon delen. Wanneer ik erover sprak viel ik vaak terug op containerbegrippen als verdriet en hoop die de veelzijdigheid van de rouw in mijn ogen te niet deden. Daarom wou ik erover schrijven, om met taal de complexiteit weer te geven. Het schrijven werd daardoor eerder een kwestie van stilering en vormgeving dan van psychologische verwerking. Mijn boek is een roman, weet je, en geen egodocument.”

Eerder verschenen op Focus Knack