Dinsdag, 29 juli, 2008

Geschreven door: Jardin, Willem
Artikel door: Winter, Karlijn de

Monografie van de mond

Waar alles in uitmondt

De vleesverwerking in een abattoir, het ideeëngoed van Hegel, de Monica Lewinsky-affaire, het sterfbed van een vader, de geschiedenis van een dwangarbeider, een boek van de bacterioloog K. Fritz. Dit is slechts een selectieve greep uit de verschillende elementen die Willem Jardin, historicus en docent in de kunsten, in zijn debuutroman aaneenvlecht.

De titel, Monografie van de mond, lijkt daarom ook bijzonder ironisch. Dit boek beperkt zich in geen geval tot de mond, maar waaiert juist uit tot een universum van verhalen, associaties, gedachtespinsels. De mond vormt daarvan wel het vertrekpunt, in vrij letterlijke zin zelfs, want het boek begint met een vijftal pagina’s waarin talloze feiten staan opgesomd die betrekking hebben op de mond. Zijn biologische kenmerken, zintuiglijke functies, mechanische werking, sociale rol en ga zo maar door zijn daarin op een ordelijke manier uiteengezet. Maar tegelijk zien we hier al dat het een onmogelijke opgave is enkel over de mond te spreken. De mond roept daarvoor te veel op, blijkt zo’n vitaal onderdeel op zoveel verschillende gebieden van het menselijk leven te zijn, zoals de liefde, het spreken, de lach, maar ook de dood:

‘Een langdurig gesloten mond kan vergeleken worden met stilstaand water. Er treden rottingsprocessen op die voor het organisme fataal kunnen zijn. Mond en dood hebben sowieso veel met elkaar te maken. De dood wordt vooreerst vastgesteld door in de mond te kijken, de ademhaling te controleren en de mondbodem en het verhemelte na te speuren op vlekken.’

Een aaneenschakeling van dergelijke feitelijkheden mag dan wel wat schoolmeesterachtig in de oren klinken, toch vormt het een passend uitgangspunt van de eigenlijke roman. Daarin keren namelijk dezelfde thema’s – van de liefde tot de dood, die zoals we hebben geleerd, allemaal hun beginsel vinden in de mond – weer terug, maar dan gekoppeld aan de wederwaardigheden van de hoofdpersonen. Het kunstmatige, ietwat steriele karakter van de informatieve eerste bladzijden verdwijnt daarmee nooit helemaal.

Bazarow

De werkelijke verhaallijn van Monografie van de mond, waarin twee Joodse broers, Paul en Frank Heineman, als hoofdpersonages fungeren en die zich voornamelijk afspeelt in de periode rond het overlijden van hun vader, omvat twee grote delen. In het eerste volgen we Paul, woonachtig in Amsterdam, en in het tweede Frank, die een baan heeft gevonden aan de universiteit van New York. Beide delen leggen eigen accenten – bij Paul lezen we vooral over de achtergrond van hun familie, bij Frank vooral over diens relatie met de eigenzinnige en begaafde studente Naomi Harper -, maar ze zijn beide geconstrueerd als een gelijkaardig vernuftig netwerk van onderwerpen die raakvlakken vertonen met de mond, en met het lichaam in het algemeen.

Een belangrijk radertje uit dat netwerk is bijvoorbeeld de maquette die Paul maakt van het Amsterdamse abattoir waar zijn grootvader nog heeft gewerkt. Griezelig genoeg vertoont het terrein van het slachthuis veel gelijkenissen met dat van een concentratiekamp, en Pauls broer Frank ziet het geheel van gebouwtjes daar zelfs voor aan. Zodra je verder gaat denken ontwaar je meer overeenkomsten tussen de nazipraktijken en de manier waarop wij de koteletjes en karbonades van onze avondmaaltijd ‘produceren’. Dit zijn conclusies die we allesbehalve graag trekken, maar Jardin leidt ons er onverbiddelijk naartoe: ‘Alles begint bij ontsmetting, alles eindigt bij koeling en destructie.’ Gelukkig hoeven we niet de hele roman door zulke pijnlijke gedachtegangen te verteren, en legt Jardin ook verbanden die in meer positieve zin verrassen. Hij laat bijvoorbeeld zien hoe Frank en Naomi in hun liefdesspel erotiek met filosofie vermengen, in de slaapkamer tussen de lakens abstracte redevoeringen houden:

‘Wie had zich ooit afgevraagd, naakt ten overstaan van de luisteraars, of er zuivere tegenwoordigheid was? Zuivere tegenwoordigheid in de tekst, zuivere tegenwoordigheid van het bewustzijn? Zuivere lichamelijke tegenwoordigheid?’

Monografie van de mond leest zo in de eerste plaats als een magnifieke opeenstapeling van de meest uiteenlopende aspecten van het menselijk lichaam, onze geschiedenis en cultuur en de levens van de hoofdpersonages, die allemaal links met elkaar blijken te hebben. En als je maar goed doordenkt en -leest staat dat alles weer in verband met de mond. Zo’n tekstbouwsel dwingt bewondering af, maar vestigt ook de aandacht op het artificiële ervan. De stijl, het verhaal, het karakter van de hoofdpersonen komen allemaal enigszins in de verdrukking onder de intellectuele lading van het boek. Hoewel Monografie van de mond op indrukwekkende wijze laat zien hoe het één met het ander in verbinding staat, blijft het een ingenieuze constructie die het aan de nodige passie, nonchalance of levensechtheid ontbreekt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *