Vrijdag, 12 juni, 2020

Geschreven door: Teeuw, Marijke
Artikel door: Stoel, Jan

Muur van glas

Als het licht anders gebroken zou zijn….

[Recensie] In Muur van glas, de overtuigende tweede verhalenbundel van Marijke Teeuw (1946) staan mensen centraal die ‘getekend’ zijn. De poëtische titel van de bundel, die zestien verhalen telt, is perfect gekozen. De bekendste verschijningsvorm van glas is het kleurloze glas zoals we dat kennen van vensterglas. Het is doorzichtig en het breekt het licht. Door glas kun je naar de buitenwereld kijken en die kan er voor iedereen anders uitzien. Glas vormt ook een scheiding, een barrière tussen binnen en buiten, beschermt, creëert afstand. De verhalen in de bundel refereren hier aan. Het lijkt op het eerste gezicht of er niets met de hoofdpersonages aan de hand is, of de ander makkelijk te bereiken is. Maar in feite staat tussen hen en de buitenwereld een muur van glas, worden ze geblokkeerd. Als het licht anders gebroken zou zijn…

De metafoor van de Muur van glas is het verbindend element in de verhalen. Meteen al in het eerste verhaal, geschreven vanuit het ik-perspectief van de vijfentwintigjarige Silvia, Beestjes, is dat te zien. Silvia mag bij haar moeder gaan logeren, maar wil dat niet. Maar omdat haar begeleidster, die ze vertrouwt, zegt dat ze het moet proberen gaat ze. “Daarom loop ik nu naar de bus met haar die ik geen Anja kan noemen en ook geen moeder of mama.” Haar moeder wil alles doen om het Silvia naar de zin te maken: een portie kibbeling op de markt kopen, een spelletje spelen. Maar aan alles zitten voor Silvia herinneringen aan vroeger. Die wil ze wegdrukken. “Ik ben van binnen onbeschermd en kwetsbaar.” Ze is ook bang om te praten, want “ik wist gewoon dat ik alleen veilig was als ik zweeg.” Geuren, voorwerpen als een plastic tafelkleed, een bekertje op de wastafel, het doen haar aan de onveiligheid van vroeger herinneren. Silvia vindt dat ze voorzichtig moet zijn op het dwangmatige af. “Ze begrijpen niet hoe moeilijk het is om alles te controleren.”

Marijke Teeuw bouwt ieder personage zorgvuldig op, kruipt als het ware in hun hoofd. Ze doet dat door in de verhalen te vertrekken vanuit een ‘normale situatie.’ Er lijkt niets aan de hand te zijn, maar door iets te vertellen over het verleden van de personages, het contact met andere mensen, een keuze die gemaakt is in het leven, traumatische gebeurtenissen, frustraties, gebrek aan perspectief kom je erachter waarom ze zijn vastgelopen en wat dat voor hen betekent. Ze schrijft empathisch, vol gevoel en respect. Ze formuleert precies, speelt met de chronologie en schrijft naar een verrassende wending toe. Ieder verhaal wordt voorafgegaan een kenmerkend citaat uit dat verhaal dat je meteen aan het denken zet: “Mijn vroeger met haar was toen ik klein was. Van daarna delen wij geen vroeger.”

De personages krijgen door hun denken en handelen diepte. Dat is zoveel mooier dan bijvoorbeeld te beschrijven hoe ze er uit zien. De lezer gaat door hun manier van doen, door wat ze zeggen, zichzelf een beeld vormen van dat personage. Perfect gedaan. Bijvoorbeeld:

Bazarow

“Hij hield niet van lichamelijk contact, alleen met de pyjama’s aan. En daarna bidden.”

Afhankelijk van wat het verhaal vraagt kiest Teeuw voor een perspectief. Soms is dat een ik-perspectief. In één verhaal, dat in twee delen uiteenvalt, verspringt het perspectief en krijg je een beeld van beide kanten van ‘de muur van glas.’

Onbegrip en het weinig rekening houden met elkaar en de gevolgen daarvan zijn de overkoepelende thema’s in de bundel. Marijke Teeuw werkt dat gevarieerd uit. Vaak gaat het in relaties mis, zoals bij de oude vrouw die dementerend wegglijdt in de tijd. Ze heeft één zoon, die ze ontzettend mist. Door een andere keuze in zijn leven en door de woede die het bij zijn vader opriep is hij het huis uitgegaan. Uit twee namen op de enige ansichtkaart die haar zoon stuurde blijkt wat er gebeurd is. Zo subtiel gedaan. Ze koopt iedere dag voor haar zoon een boterkoek, voor als hij onverwacht thuis komt.

“Diep, diep weg in haar hoofd, daar zit die knagende pijn, een zeurend gemis.”

In het verhaal Zusjes wordt duidelijk wat de gevolgen zijn als ouders niet de aandacht hebben voor allebei de kinderen. In Domein is een oude man die getekend is door verdriet door het overlijden van zijn zoon en diens echtgenote en zijn eigen vrouw dehoofdpersoon. Hij woont in een hofje waar “hij verlangt naar de vrede van het niets, de stilte”. Dan komt er een nieuwe overbuurvrouw die dat niet respecteert en als het ware over hem heen walst. Wat doet dat met iemand?

Bijzonder is het verhaal Slaapwandelen waarin een zoon dagelijks zijn vader, “die verdwaald is in zijn hoofd” bezoekt. De beschrijving van de inrichting van het huis en het eten: “Iedere dag biedt een variatie die een andere kleur heeft maar hetzelfde smaakt” zet meteen de sfeer neer. Teeuw weeft in het verhaal het gedicht Slaapwandelen van Gerrit Achterberg, waardoor ze de essentie van het verhaal, maar ook van de bundel treft.

Slaapwandeling

“Ik heb vannacht met u gewandeld
in de dove lanen van de slaap,
en nu het morgen is geworden
is er niets veranderd,
dan dat die twee, die in den nacht tesaam
volkomen bij elkander waren,
mij weer alleen gelaten hebben in den morgen,
en samen verder zijn gegaan.”

Je kunt slaapwandelen namelijk op twee manieren zien: je stapt uit bed en maakt een wandeling in je slaap óf je maakt een wandeling met iemand in je droom, zoals in het gedicht. Als je wakker bent, gaat het leven weer gewoon verder.

Muur van glas: een verhalenbundel, vol verfijning.

Eerder verschenen op Hebban