Donderdag, 5 augustus, 2021

Geschreven door: Overbeeke, Emanuel
Artikel door: Quis leget haec?

Muziek onweerstaanbaar als de zee

Claude Debussy 1862-1918

[Recensie] Musicoloog (en mijn voormalige cd-specialist) Emanuel Overbeeke schreef deze biografie van componist Claude Debussy 1862-1918 met de titel Muziek onweerstaanbaar als de zee. Nu ben ik een muzikale omnivoor, maar Debussy ligt mij na aan het hart en dat is een beetje ongrijpbaar, net als zijn muziek overigens, maar ik ga dat trachten uit te leggen.

Ik kwam in aanraking met zijn muziek door zijn preludes voor piano. Dat zijn stukken met titels als ‚Äėde verzonken kathedraal‚Äô of “de wind in de vlakte houdt de adem in”. Daar hoor je dan vervolgens de muziek bij en ik kon mij daar van alles bij voorstellen. Vervolgens besluit je om dan maar eens de etudes voor piano te beluisteren. Dan kom je dus al in een heel andere wereld terecht. Dat gold ook voor zijn beroemde opera Pell√©as et M√©lisande. Ik was gewend aan de opera‚Äôs van Puccini en Verdi, maar dat werk van Debussy is heel andere koek. Niks welluidende aria‚Äôs of vrolijke, herkenbare muziek, maar een onafgebroken stroom van klanken. En hoe vaker ik dat ging beluisteren des te meer die muziek onder mijn huid ging zitten.

Zo werkte dat ook bij zijn orkestwerken, maar daar kom ik nog op terug. Ik las keurig alle bijgeleverde cd-boekjes bij de aangeschafte werken, maar de man ging pas echt leven voor mij toen ik zijn complete correspondentie cadeau kreeg. Ruim tweeduizend pagina‚Äôs met brieven die ik aandachtig heb gelezen. Maar een goede, zij het beknopte, biografie met toelichting op zijn werken ontbrak mij nog.

Allereerst wordt Debussy in zijn tijd neergzet. Rond 1900 had Frankrijk te maken met een schisma waarbij aan de ene kant de katholieke kerk ageerde tegen de nieuwe verworvenheden van de Franse Revolutie en aan de andere kant juist degenen die de idealen van de Verlichting juist omhelsden. Debussy toonde zich niet direct maatschappelijk betrokken;

Scènes

“Ik haat menigten, algemeen kiesrecht en nationalistische frasen.”

Hij is wel cultureel betrokken hoewel hij dat vanuit huis niet meekreeg. De muziek van Richard Wagner en de po√ęzie van St√©phane Mallarm√© zijn grote inspiratiebronnen voor de jonge Debussy. Het werk van Mallarm√© was niet voor beginners en diende niet om een groot publiek te behagen en Debussy voelde zich hier prima in thuis; hetzelfde gold voor zijn muziek wat hem betreft en het predicaat ‚Äėelitair‚Äô beschouwde hij als compliment. Evenwel zei hij over kunst:

“We moeten ons er maar bij neerleggen en toegeven dat de kunst voor de massa absoluut geen nut heeft. Voor de elite, die vaak nog stommer is dan het gewone volk, evenmin.”

U merkt, hij was niet altijd het zonnetje in huis. Hij kon vrij bot zijn en was dat ook in zijn relaties. Zijn eerste vrouw verliet hij om het met een getrouwde vrouw aan te leggen. Daar kreeg hij wel een dochtertje mee, die hem overigens maar ruim een jaar zou overleven.

Naast zijn leven gaat Overbeeke uitgebreid in op het werk van Debussy. Zijn opera Pelléas et Mélisande natuurlijk, gebaseerd op het toneelstuk van de Belg Maurice Maeterlinck. Dat leidde nog tot een akkefietje tussen Debussy en Maeterlinck, want die laatste had de toezegging dat zijn minnares in de opera mocht zingen. Dat ging niet door, waardoor het op een ouderwets duel dreigde uit te lopen. Maeterlinck was echter geen schutter en schoot tijdens het oefenen zijn kat dood. Hij zag er toen maar van af maar vrienden werden het niet meer.

Ook op de orkestwerken gaat de auteur uitgebreid in en daar leerde ik meer waarom die muziek mij zo fascineert. Wat Debussy doet in een werk als ‚ÄėLa Mer‚Äô, is niet zozeer het water van de zee verklanken zoals andere componisten doen, met wiegende golfbewegingen of een serene rust boven een spiegelgladde zee. Het werkt anders; je moet altijd een stap terugdoen en beseffen dat Debussy de zee of de natuur als inspiratie gebruikt voor zijn muziek. Dat kunnen rustige stukken zijn, maar het kan ook leiden tot abrupte onderbrekingen in de muziek of overgangen die je niet verwacht. Stilering is belangrijker dan directe expressie. Overbeeke zegt daarover;

“Natuur was voor hem geen paradijselijke idylle waarin mens, plant en dier het goed maken, wel een domein waarin de mens een volstrekt nietig en irrelevant wezen is‚Ķ Die primaire en granieten kracht wilde Debussy vormgeven met vloeiende en secundaire middelen.”

Een pianostuk als Hommage à Rameau klinkt dan ook niet als de componist Rameau, de harmonie ligt eerder tegen Wagner aan, het heeft hoogstens de tred van een statige dans à la Rameau. Dit boek heeft mij in ieder geval een flink aantal stukken met nieuwe oren doen beluisteren. Dat de vaak nurkse Debussy blijkbaar toch ook humor bezat blijkt uit het feit dat hij zijn enige Strijkkwartet het opusnummer 10 meegaf bij de eerste uitgave, waarna alle musicologen zich te pletter hebben gezocht naar die eerste negen strijkkwartetten…

Overbeeke gaat ook in op de vertolkers van het werk van Debussy en noemt daarbij de Duitse pianist Walter Gieseking en de componist (maar in dit geval dirigent) Pierre Boulez als belangrijke pleitbezorgers. Zelf ben ik fan van Gieseking voor de preludes, de Japanse pianiste Mitsuko Uchida voor de etudes en van Bernard Haitink voor de opera Pell√©as et M√©lisande. Haitink heeft een prachtige opname gemaakt met het Orchestre National de France. Speciale vermelding verdient ook de mono-uitvoering van deze opera door dirigent Roger D√©sormi√®re uit 1941, voor mij de oeruitvoering van dit werk. Daar staan ook nog extra opnames op met de componist zelf op piano.

Eerder verschenen op Quis leget haec?