Zondag, 29 juli, 2018

Geschreven door: Waal, Henk van der
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Mystiek voor goddelozen

Een nieuwe godsdienst volgens Henk van der Waal

[Recensie] Er is een boekenkast omgevallen in Nederland en wel in het huis van Henk van der Waal. En dat heeft deze dichter en filosoof ons willen laten weten. Het resultaat is een pil van 431 pagina’s inclusief noten en bibliografie, geschreven in dialoogvorm. Mystiek voor goddelozen behandelt de wereld van de oerknal tot het heden, en verder. Van der Waal heeft alles met alles willen verbinden. Hij weidt uit over het ontstaan van het universum, het begin van onze planeet, het ontstaan van leven en de evolutie van de soorten, de start en ontwikkeling van taal en godsdienst, het ontstaan van de mensheid, de ontwikkeling van de kunsten, et cetera. Uiteindelijk werkt hij toe naar het idee dat er helemaal geen god nodig is om het mysterie van alle schoonheid in het universum te zien. Want de wereld is inderdaad geweldig bijzonder en complex, maar is wel geheel gebaseerd op natuurwetenschappelijke oerwetten. Een twijfelexperiment is Mystiek voor goddelozen daarom zeker niet. Het is bovenal de visie van Henk van der Waal. Maar of we daarop zitten te wachten is maar de vraag.

De titel van het boek spreekt aan: Mystiek voor ongelovigen. Net als zo velen worstel ik met het dilemma van de metafysica. Aan de ene kant heb je de harde natuurwetten die maken dat de wereld draait zoals die draait, en die werking van wetten van natuurkunde, scheikunde, biologie en psychologie bepalen onze levens. Van de andere kant voelt het echter alsof er meer is, alsof er tussen die natuurwetten, of liever boven die natuurwetten een goddelijke dimensie is die zorgt dat de niet-materiele zaken zoals kunst, liefde, verbondenheid, schoonheid het leven echt de moeite waard maken, of op zijn minst het universum een bepaalde niet-materiele glans geeft. De vraag hoe je deze mystieke waarden kunt ervaren is een zinvolle, zeker als je niet meer gelooft in de God van de joden, moslims of christenen. Daar een boek over schrijven is belangrijk en voldoet aan een groeiende behoefte van mensen die het goddeloze humanisme te karig vinden.

Als Henk van der Waal zich tot deze vraagstelling had willen beperken was het mogelijk met zijn boek nog goed gekomen. Maar omdat hij er van alles bij haalt is het een onleesbare moloch geworden. Dat komt op de eerste plaatst omdat Van der Waal een programma heeft. Hij schets niet alleen hoe het allemaal is ontstaan en waar we nu staan. Hij wil daarnaast ook een nieuwe tijd inluiden. We staan op de overgang in zijn optiek van twee tijdperken. De recente voorbije eeuwen zijn vooral de tijd van het mislukte humanisme. Aan de ene kant is onze poging om zonder god te leven ontaard in geweld (Holocaust, fascisme, communisme), ook in onze eeuw zijn oorlog en geweld niet gestopt. (Van der Waal ontkent hier overigens de statistieken dat de laatste vijftig jaar het aantal gewapende conflicten op de wereld elk jaar verder daalt). En van de andere kant zijn we superindividualisten geworden, ontheemde postmoderne wezens, die de weg kwijt zijn door mateloos consumentisme.

Volgens Van der Waal moeten we naar een nieuw tijdperk waarin we goddeloos als we zijn openstaan voor de niet religieuze mystiek en de kernwaarden van het leven. Met de ‘goddelozen’ uit de titel van zijn boek bedoelt Van der Waal dus niet de mensen die hun religieuze roots achter zich hebben gelaten, hij bedoelt er een fase van de mensheid mee. Dat het merendeel van de mensen zich nog wel religieus noemt, en zich onderdeel voelt van een van de grote religies, legt hij voor het gemak maar even naast zich neer.

Sociologie Magazine

Ook als je denkt dat Van der Waal een pleidooi houdt voor een soort westerse vorm van boeddhisme zit je er naast. Hij wil verder dan dat. Onze toekomst zit er niet in om je terug te trekken uit de wereld en in kloosters in India te gaan bidden, schrijft hij, maar om hier anders te leren leven. Volgens Van der Waal moeten we zelf een beetje god worden: “Het lijkt erop dat we, juist omdat we goddeloos zijn geworden als singulier, zelf een beetje god kunnen worden. En dat overigens in de meest verheven zin van het woord. Waar God alle gebeurtenissen en alle realiteiten en alle voorzienigheid in zich verenigd hield, en dus de grote tijdcompressor was, daar kunnen wij binnen de grenzen van het mogelijke door diezelfde tijdcompressie zwanger gaan van alle gebeurtenissen en alle realiteiten en alle voorzienigheid en die als mogelijkheden in ons geactualiseerd houden.” En wat brengt ons daar, naar die ‘beetje goddelijke’ status. Twee zaken: het verliezen van je eigen identiteit en liefde of zoals Van der Waal het noemt: ‘liefdesgemoed’. Om met het verlies van identiteit te beginnen. Ik citeer Van der Waal maar, wat het navertellen wordt steeds lastiger: “We hebben vanuit onze singulariteit dan namelijk de mogelijkheid gecreëerd om op grond van de ene identiteit waarmee we ons manifesteren meerdere identiteiten aan te spreken en in ons aanwezig te houden. We geven onszelf dan de kans om meervoudig te zijn. Dat wil zeggen én vrouw én hetero én lesbisch én moslim én zwart én atheïst én man én boeddhist én queer én homo én katholiek én wit én et cetera.”

Volgens Van der Waal ontstaat er dan een soort transcendente toestand (mijn woorden) waarin we liefde voor alles en iedereen voelen en we klaar zijn voor de nieuwe tijd. Liefdesgemoed noemt Van der Waal deze toestand: “Als dat gebeurt, voelen we niet alleen liefde voor wie we zelf zijn, maar ook voor wie we waren en voor wie we hadden kunnen zijn en voor wie we nog zullen worden. Voor al die identiteiten dus die we als mogelijkheden met ons mee dragen. En dat is nog maar het begin, want alras richt die liefde zich ook op wie we niet zijn en ook nooit zullen worden. Op anderen dus.”

En zo lost Van der Waal en passant ook de discussie over het identiteit-denken op. Gewoon allemaal van alles en iedereen houden en dan zijn we er. Flower power anno 2018? Was het maar zo eenvoudig. Want hoe maak van een misantropische misogyne racistische  blanke man van middelbare leeftijd een verheven goddeloze die van alles en iedereen houdt. Ik zou het graag weten, de mensheid kan het gebruiken, maar helaas Van der Waal geeft geen concrete tips.

Wat het zo lastig maakt om het boek serieus te nemen is dat kennis en verzinsels over de oude, huidige en nieuwe tijd zonder enige schroom in elkaar worden geweven. Het boek begint met een weergave (uit de boekenkast van Van der Waal) van gezichtspunten uit natuurkunde, scheikunde, biologie, maar gaandeweg gaat het over op een nieuwe metafysica, Van der Waals metafysica. En dan gaat het van kennisoverdracht en analyse in zijn boek over op stelligheid en dogma’s. Want laten we wel wezen, enige vorm van de komst van Van der Waals nieuwe tijd heb ik nog niet kunnen bespeuren. Maar zo gaat het wel vaker met de eerste aankondigingen van een nieuwe religie of een nieuw tijdperk. Het wachten is op volgelingen die het Waalisme verder gaan brengen. En zo is Van der Waals boek niets anders dan alleen een poging om een nieuwe Bijbel te schrijven, Van der Waal als de weg, de waarheid en het leven.

De tweede en misschien wel de voornaamste reden waarom het boek zo irriteert is dat in het in dialoogvorm is geschreven. Van der Waal voert twee ikken op van hemzelf: de raadselachtige en de welwillende, die in het boek al die honderden pagina’s met elkaar in gesprek zijn. De eerste is de scepticus, de tweede meer de visionaire ziener. Uiteindelijk worden ze het nog eens ook. Nu kennen we allemaal de dialoog als stijlmiddel in de filosofie, met de dialogen van Plato als start en misschien ook wel meteen als hoogtepunt. Maar waar Plato’s stijl zich kenmerkt door elegantie, heldere tegenstellingen, en vooral bondigheid, gaat het bij Van der Waal maar door en door. Je moet van hele goede huize komen om 400 pagina’s dialoog te schrijven, die van de eerste tot de laatste pagina boeien. Ik had het als uitgever Van der Waal ten stelligste afgeraden.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles