Zaterdag, 5 december, 2020

Geschreven door: Backelandt, Frederik
Stockman, David
Artikel door: Lansink, Cyril

Mythische cols

De berg op, maar wel met de fiets

[Recensie] Mijn grote passie is wielrennen. En bij mij komt die passie het meest tot uitdrukking in het klimmen, in het fietsend bedwingen van een col. Niets mooier dan dit: beginnend in een dal kilometer na kilometer, haarspeld na haarspeld steeds hoger te komen. Samen met een maat of misschien nog beter: alleen, met niets anders dan mijn fiets, het gemaal van mijn benen, de stilte van de ongenaakbare bergen en het geluid van mijn ademhaling…

Daar, daar moet ik heen, ik kan de top al zien liggen, misleidend dichtbij, want nog zeker twintig minuten trappen ver; de kou slaat op mijn spieren en de versnellingen zijn op, ik slaak een vloek; koppigheid neemt de plaats van in van souplesse: gij zult niet afstappen, luidt het gebod; maar ah… nu vlakt het toch iets af, ik krijg weer lucht, het ergste is geweest, ik schakel weer een tandje zwaarder, en terwijl ik naar het kippenvel op mijn armen kijk, vermengt euforie zich met de moeheid en de pijn.

Een boek over de mythische cols van het wielrennen: dat wil ik dan ook heel graag bespreken.

Journalist Backelandt en fotograaf Stockman trokken er samen op uit om dertig zware beklimmingen in het wielrennen te beschrijven en in beeld te brengen. Bergen waarop geschiedenis werd geschreven, grote rondes werden beslist, kampioenen opstonden of juist hun Waterloo vonden. Ze zijn vooral in de Alpen, de Dolomieten en de Pyreneeën te vinden en hun klinkende namen zullen door elke (hobbyende) wielrenner met enig ontzag worden uitgesproken: Alpe d’Huez, Col du Galibier, Col d’Izoard, Col du Tourmalet, Col d’Aubisque, Passo Gavia, Passo dello Stelvio.

Scènes

Backelandt – zelf een hartstochtelijke en goed getrainde fietser – heeft alle cols bedwongen, en elke beklimming van een verslag voorzien. Hij beschrijft het landschap, deelt details over percentages en moeilijkheidsgraad, vertelt over zijn ervaringen, geeft wielertips én verhaalt hap snap hoe de col met de wielergeschiedenis en haar grote helden is verbonden.

In dat laatste schuilt wat mij betreft het tegenvallende van dit boek. Het mythische van de cols komt te weinig tot zijn recht (hoe steil en lang ze ook zijn) en de wielerhelden komen niet echt tot leven onder de pen van Backelandt. Daarvoor zijn zijn teksten wat te gewoon en te vlak, als ik me in deze context deze woordspeling mag veroorloven.

De mythe wordt pas echt een mythe, de held pas echt een held door een uitmuntende verhalenverteller. Maar vooralsnog overtuigt Backelandt mij meer als een uitmuntende (amateur)klimmer, die een bucketlist afwerkt en en passant laat zien dat elke col al met al (met een beetje grinta) wel te doen is.

Dat dit persoonlijke project, ondanks de wat tegenvallende verhalen, niettemin een prachtig boek heeft opgeleverd, is te danken aan de foto’s die het sieren. Ze zijn stuk voor stuk schitterend. Stockman weet het overweldigende van het berglandschap en de nietigheid van de eenzame fietser (c.q. de auteur) daarin steeds weer anders te treffen. Meer dan de woorden doen daarom de beelden me terugdenken aan die keren dat ik zelf een van die mythische cols beklom. En wakkeren ze het verlangen aan om me nog eens met hen te meten.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles