Zaterdag, 7 december, 2019

Geschreven door: Klootwijk, Wouter
Pérès-Labourdette, Enzo
Artikel door: Friso, Jaap

Naar de overkant

Eefje en Steef bouwen een hut in een hoogspanningsmast

[Recensie] Je doet er lang over om hoogspanningsmast helemaal goed te zeggen. Langer dan ‘deur’ of ‘dag mam’. Eefje heeft het woord net van haar moeder geleerd. Ze woont achter de dijk en aan de overkant van de rivier staat zo’n toren van staal. Er zit een jongen in naar wie ze zwaait. Het is Steef, de zoon van de timmerman, die in de mast klom om de zee te kunnen zien.

Het prille contact wordt uitgebreid als Steef besluit dat hij Eefje wil bezoeken. Hij maakt een vlot. Wouter Klootwijk schrijft dit zo op: “Steef timmert een vlot. Eefje weet niet dat hij Steef heet en kan niet zien wat hij precies doet. Hij maakt iets.” Heldere, korte zinnen met een naïeve en verwonderde ondertoon.

Het verhaal ontvouwt zich rustig en eenvoudig en leest als een parabel over ontmoeting en vriendschap, water en natuur. De twee kunnen het goed vinden en maken een hut in de hoogspanningsmast. Het plan om de zee te zien komt niet echt van de grond. Als het hoogwater is en de rivier overstroomt, staan ze met de mast in het water. Ze denken over een oplossing na. “Nadenken is werken zonder bewegen,” zegt Steef. Uiteindelijk brengt hun vlot uitkomst.

Een vriendelijk verhaal en net zo nuchter van opzet als voorganger Anne, het paard en de rivierwaar een sterkere spanningsboog in zat. Die ontbreekt hier, waardoor een gevoel van vrijblijvendheid ontstaat. De illustraties van Enzo Pérès-Labourdette werkten in het vorige boek ook beter. De tekenstijl sluit niet echt aan bij de behoudende en wat ouderwetse vertelling. Gekleurde personages zijn meer dan welkom maar in dit geval werkt het wat vervreemdend.

Boekenkrant

Naar de overkant is een boek dat niet in een hokje past en moeilijk te vangen is. Dat kan een aanbeveling zijn maar in dit geval is dat de vraag. Ik bleef na al dat heen- en weergevaar op de rivier een beetje stuurloos achter.

Voor het eerst gepubliceerd op Jaap Leest