Maandag, 26 april, 2021

Geschreven door: Didde, René
Recensie door: Lansink, Cyril

Nederland Droogteland

De strijd voor en om het water

[Recensie] Nederland en water horen bij elkaar. Denkend aan Holland zien we brede rivieren traag (of snel) door oneindig laagland gaan. Kenmerkend ook de opgehoogde dijken, de vele sluizen, de kanalen, de droogmakerijen, het op de zee veroverd land, het beroemde Deltaplan: we temmen het water en beschermen ons ertegen. Nederland is het waterland, het kikkerlandje waar het ook nog eens bovengemiddeld vaak zou regenen. Het landje met maar liefst 21 waterschappen, de bestuurslaag die zich specifiek bezighoudt met het waterbeheer en de waterhuishouding.

Klimaatverandering

Maar het kan verkeren. Het beeld dat we van ons waterland hebben voldoet niet meer. In de laatste decennia laat de invloed van de klimaatverandering zich ook hier steeds meer gelden: het weer wordt extremer, periodes met overvloedige  neerslag worden vaker gevolgd door weken, maanden van langdurige droogte. Wat vroeger sporadisch voorkwam, wordt steeds gewoner: een droog voorjaar, daarna een hete droge zomer. Geen regen, meer verdamping, rivieren die minder water aanvoeren. Nederland waterland wordt een droogteland. Hebben we ons eeuwenlang met succes geweerd tegen een teveel aan water, nu zien we ons geconfronteerd met het probleem van watertekort, en dat niet incidenteel maar structureel.

In Nederland Droogteland brengt wetenschapsjournalist René Didde deze problematiek met vlotte pen én diepgang in al haar facetten in kaart. Hij laat zien wat droogte behelst, hoe die van een meteorologisch neerslagtekort ‘verandert’ in bodem- of landbouwdroogte, om dan zelfs uit te monden in grondwater- of hydrologische droogte. Anders gezegd: de droogte trekt steeds dieper de aarde in, en wordt een blijvertje.

Geschiedenis Magazine

Verzilting

De gevolgen van deze verandering zijn groot, divers en raken veel ‘belanghebbenden’. En die gevolgen staan nooit op zichzelf, brengen weer andere gevolgen met zich mee, zo laat Didde zien. In het westen van het land verzilt de landbouwgrond, en dat proces tegengaan kost enorme hoeveelheden zoet rivierwater – water dat zelf nota bene al schaars is. Op zandgronden in het oosten en midden van het land zakt het grondwaterpeil, de regen die nog valt wordt minder goed door de bodem vastgehouden, waarna de boeren van lieverlee het water dat ze nodig hebben voor het beregenen van gewassen (mais voor veevoer!) uit steeds diepere grondwaterlagen moeten oppompen – de lagen die essentieel zijn voor het behoud van de kwetsbare natuur. Op weer andere plekken versterkt de droogte het sluipende proces van de bodemdaling die huizenbezitters de grond onder de voeten vandaan trekt.

Droogte is geen natuurplaag. Integendeel. De mens, zijn hele manier van leven, produceren en consumeren, is zelf voor een groot deel oorzaak van de klimaat- en weerverandering. Minstens even belangrijk, aldus Didde, is dat “wateroverlast en droogte het gevolg zijn van een doorgeschoten menselijk ingrijpen in het watersysteem”. Nederland is altijd kampioen geweest in waterafvoer. Droog maken, kanaliseren, daar waren we goed in. Weg met het water, zo dat we overal kunnen bouwen en wonen, zo dat we overal en te allen tijde de koeien konden laten grazen, en de zware landbouwmachines op elk stuk land terechtkonden. Woekeren met de ruimte maar wel met droge voeten!

Leefbaar land

Maar deze kampioen heeft in de veranderende omstandigheden zijn glans verloren. Vereist zijn nu andere kwaliteiten: hoe houden we het schaarse water het beste vast, hoe verdelen we het op een rechtvaardige manier over al die belanghebbenden – natuur(organisaties), landbouw, industrie, burgers, consumenten – die zich aan dat water willen laven? Het waterprobleem is radicaal verschoven. Van een strijd tegen het water zijn we beland in een strijd voor en om het water. Deze strijd aangaan impliceert dat dat we anders moeten leren kijken naar het water(systeem), en dat we onze omgang ermee moeten herijken en anders normeren. We zitten als het ware nu in een ander spel en moeten ons nieuwe regels eigen maken – een spel echter dat niets vrijblijvends heeft, zo maakt Didde duidelijk. Er staat werkelijk iets op het spel: een leefbaar land.

De droogteproblematiek is niet pas iets van de laatste jaren. Ze heeft een voorgeschiedenis. Maar de urgentie ervan is lang niet gevoeld. In de jaren tachtig verschenen er al waarschuwende rapporten dat de natuur zwaar te lijden had van de lage grondwaterstanden en het in Nederland dominante waterbeheer. Het tegengaan van wateroverlast bleef de core business in het waterbeleid. Plannen om waterschaarste te bestrijden kwamen nauwelijks van de grond. De droogte moet ons bij wijze van spreken eerst aan de lippen staan voordat we echt tot een kentering in de waterpolitiek zullen komen. Nederland Droogteland is een zeer lezenswaardige bijdrage aan die kentering. Didde slaat alarm, maar ziet ook perspectief: “We hebben de problemen zelf veroorzaakt, we kunnen ze voor een groot deel zelf oplossen.”

In het laatste hoofdstuk van zijn boek schetst hij een ‘weg uit de droogte’. Het technisch-innovatieve watervernuft waar Nederland zo beroemd om is moet nu voor andere doelen worden ingezet: water vasthouden in plaats van afvoeren. Maar met technologische oplossingen alleen komen we er niet. Of beter: die oplossingen hebben alleen het gewenste effect als ze begeleid worden door radicalere stappen. Dat vergt een soort omdenken: in plaats van de wensen van landbouw, industrie en consumenten moet het waterpeil leidend zijn. Het water moet niet de functie volgen, maar omgekeerd: de functies moeten zich aanpassen aan het beschikbare water. “Natte landbouw waar het nat is, droogtebestendiger waar het geregeld droogvalt.” Oftewel: “Niet land ontginnen en ontwateren ten dienste van de landbouw, maar de landbouw en alle andere functies enten op een ‘natuurlijker’ watergebruik en landgebruik.” De weg uit de droogte leidt ons zo “naar een nieuwe ruilverkaveling”. Of beter gezegd: naar een herindeling van de ruimte, die zich meer rekenschap geeft van het natuurlijk-historische landschap.

Rundvlees

Didde zegt het meer omfloerst, maar deze nieuwe kijk legt mijns inziens een bom onder de intensieve landbouw, zoals die nu nog in een groot deel van Nederland wordt bedreven. Naast de uitstoot van stikstof en fijnstof, de stankoverlast, het gesol met dieren en het risico op nieuwe virussen is ook de waterproblematiek een goede reden om het industriële landbouwbeleid dat Nederland tot grootexporteur van vlees, zuivel, groenten en bloemen heeft gemaakt failliet te verklaren.

Een beter watergebruik begint bij jezelf, om de bekende slogan maar eens te parafraseren. Ja, ook de burger-consument heeft een verantwoordelijkheid. Tien minuten onder de douche – dat kan toch minstens de helft korter? Wat een energie scheelt dat niet, en wat een water! Maar hameren op individuele verantwoordelijkheid kan ook verhullen waar het echt om moet gaan: een systeemverandering die op een politiek-collectieve verantwoordelijkheid berust. De mensen laten zien dat ze per douchebeurt wel 40 liter water kunnen besparen, is mooi. Maar het zet meer zoden aan de dijk als we als samenleving afscheid nemen van een landbouwsysteem waarin het ‘normaal’ is dat voor het onsje rundvlees op ons bord 1550 liter water nodig is geweest.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles