Woensdag, 28 juli, 2021

Geschreven door: Heijer, Henk den
Artikel door: Veen, Evert van der

Nederlands slavernijverleden

Een “ongemakkelijk boek”

[Recensie] Het onderwerp slavernij staat momenteel in het middelpunt van de belangstelling. Het past blijkbaar in een bepaalde trend waarin we – eindelijk – in de spiegel van ons verleden durven te kijken. De tijd is er blijkbaar – eindelijk – rijp voor, wij zélf zijn er nu aan toe om de schaduwen van onze geschiedenis eerlijk onder ogen te zien.

We konden dit terugzien in excuses die vorig jaar werden gemaakt, door minister-president Mark Rutte en koning Willem Alexander tegenover de Joden. Lange tijd spraken we over de ‘politionele acties’ in ‘ons’ Nederlands Indië en nu durven we onder ogen te zien dat dit een foute oorlog was die ook zijn zwarte bladzijden van excessief geweld kent. Deze oorlog miskende ook volkomen het terechte streven naar onafhankelijkheid en getuigde van gebrek aan openheid voor de tijdgeest waarin voormalige koloniën zich losmaakten van hun ‘moederlanden’.

Lange tijd was slavernij voor mijn gevoel niet meer dan een rimpeling in de geschiedenis, iets van vroeger dat met het boek De negerhut van oom Tom te maken had en dat klonk nog een beetje romantisch ook. Wat slavernij werkelijk inhield en hoezeer het met onze handel en economie is verweven – evenals dat in tal van andere Europese landen het geval is – daar stonden we niet bij stil. Wat het was om slaaf te zíjn, kwam al helemaal niet tot leven.

Henk den Heijer, emeritus hoogleraar zeegeschiedenis aan de universiteit van Leiden, noemt Nederlands slavernijverleden een ‘ongemakkelijk boek’. Hij gaat niet mee in de soms wat modieuze trend van goede en kwade mensen, hij wil niet zwart-wit denken (al klinkt dat in dit verband misschien wat merkwaardig). Den Heijer schroomt niet om feiten te benoemen die tegenstanders van slavernij – en wie zou daar vandaag de dag nog voorstander van kunnen zijn? – liever niet horen omdat ze niet in hun soms té gemakkelijke denkschema passen. Zo staat Den Heijer even stil bij de Amsterdamse grachtengordel waarvan vaak wordt gezegd dat deze mede aan de slavenhandel is te danken. Hij constateert dat de huizen langs de Amsterdamse grachten in 1665 voltooid waren en toen moest de grote slavenhandel nog beginnen. Een ander ongemakkelijk feit is dat er ook Afrikaanse kooplui bij de slavenhandel betrokken waren die werden omgekocht om slaven te leveren. Afrikanen waren niet allemaal slachtoffers wil Den Heijer maar zeggen. Ook het economisch belang van de slavernij moet over de langere termijn niet overtrokken, vindt Henk den Heijer.

Pf

Hij noemt in het begin de uitleg van de Heidelbergse Cathechismus, een belangrijk boek in de protestantse kerk. Bij de uitleg van het 8e gebod – u zult niet stelen – wordt ook stilgestaan bij ‘menschen dieverij’ en dit wordt afgekeurd. Het heeft degelijke protestanten er echter niet van weerhouden om zich direct of indirect in de slavenhandel te begeven. In koloniën en andere, ‘heidense’ landen golden andere normen dan in het eigen land, zo was destijds de gedachte. De schrijfster Betje Wolff sprak zich uit tegen de slavernij en zo waren er heus wel meer stemmen, ook van predikanten. Het waren echter roependen in de woestijn die lange tijd weinig weerklank vonden. Henk den Heijer praat het niet goed maar constateert dat er in die tijd andere normen golden die door de meeste mensen als vanzelfsprekend en goed werden beschouwd.

De focus van dit boek ligt op Nederland: tijdens meer dan 1500 reizen werden 600.000 slaven vervoerd en interessant is de beschrijving hoe dit werd georganiseerd. Een ongemakkelijk feit is wellicht ook dat er medische zorg voor de slaven was al gebeurde dat niet uit menslievendheid maar uit economisch oogpunt. Elke dode slaaf kostte immers geld omdat deze niet kon worden verkocht. Verder is er aandacht voor de betaling en financiële waardering van slaven. Het feit dat veel slaven op afbetaling werden gekocht, leidde tot het einde van de slavenhandel door de WIC vanwege liquiditeitsproblemen.

Het boek Nederlands slavernijverleden beschrijft het werk op de plantage en de verschillende soorten plantages voor suiker, koffie, maïs en hout. “Slaven waren … privébezit en in die hoedanigheid non-personen, niets meer of minder dan een object zoals alle roerende en onroerende goederen die iemand in bezit had”(p. 138). Om de orde op een plantage te handhaven, werd er streng gestraft en gezien het feit dat een slaaf niet als mens werd gezien, had men daar geen moeite mee.

De afschaffing van de slavernij is een lang en moeizaam proces geweest. Het is zoals dat in alle tijden het geval was, een kwestie van economisch belang en gebrek aan ethisch besef dat de afschaffing in de weg stond.

Hier en daar raakt het boek Nederlands slavernijverleden aan de actualiteit zoals de Black Live Matters beweging die door de dood van George Floyd ontstond. Hier wordt de button met het jaartal 1873 gedragen, het jaar waarin de slavernij definitief ten einde kwam. Ook het nationaal monument voor het slavernijverleden in Amsterdam dat in 2002 werd onthuld, wordt benoemd evenals een stadswandeling rond het thema slavernij in diezelfde stad. Hierbij moet een gevelsteen met een kuiper verwijzen naar zijn betrokkenheid bij de slavernij. Henk den Heijer vindt dat uit z’n verband gerukt en overtrokken. Het past wel in een trend waarin negatieve historische gebeurtenissen soms worden uitvergroot en politiek worden ingezet om een statement te maken.

Henk den Heijer schreef in 2013 het standaardwerk Geschiedenis van de WIC.

Nederlands slavernijverleden laat de feiten spreken, ook wanneer die anders zijn dan wij die het liefst zouden zien of interpreteren.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Eerder verschenen besprekingen van Slavernij. Een geschiedenis en Slavernij.