Donderdag, 12 december, 2019

Geschreven door: Samama, Leo
Artikel door: Jager, Koen de

Alphons Diepenbrock - componist van het vocale

Nederlands vocaal componist

De laatste tijd heb ik me aardig verdiept in de Nederlandse componist Alphons Diepenbrock. Een beetje door toeval, door het boek van Erik Menkveld, hoewel ik zijn muziek al wel kende. Dit biografisch essay over Diepenbrock, geschreven door componist en musicoloog Leo Samama ontbrak nog in de bagage, tot nu.

[Recensie] Het is geen dik boek, zo’n 286 pagina’s, en het leven van Diepenbrock wordt niet uitputtend beschreven, maar dat hoefde voor mij niet. Ik wilde het lezen om een andere reden, namelijk om zijn muziek.

De ondertitel van het boek is Componist van het vocale en dat is meteen het grootste kenmerk; zijn oeuvre wordt grotendeels bepaald door vocale muziek. Dan kom je meteen ook bij zijn teksten uit en, volgens de auteur, zijn meest karakteristieke eigenschap als componist; de literaire of talige impuls.

Dat wil zeggen dat een goed begrip van zijn muziek nauwelijks denkbaar lijkt zonder een even goed begrip van de gebruikte teksten. Die teksten ontleende hij aan Nederlandse schrijvers en dichters als Vondel, Verwey en van Deyssel, aan Duitse schrijvers en dichters als Goethe, Heine en Nietzsche en later ook aan hun Franse collega’s als Verlaine en Baudelaire.

Technisch Weekblad

Daarom was dit boek voor mij van belang. Het geeft van veel composities de ontstaansgeschiedenis weer met veel muziekvoorbeelden. Ik ben geen musicus en er staan soms wat technische termen in, maar over het algemeen is het prima te volgen, zeker als je de muziek ernaast beluistert.

Wat verbluffend is om te lezen, is dat Diepenbrock als componist autodidact was. Van beroep was hij leraar klassieke talen en hij heeft als zodanig ook gewerkt. Niettemin werd hij volledig geaccepteerd als vakman, door zijn collega’s en topdirigenten als Willem Mengelberg. Hij was wel een twijfelaar en bleef vaak schaven aan bestaande partituren. De auteur over het ontstaan van een compositie;

“Wie Diepenbrocks correspondentie doorleest, moet inderdaad constateren dat zijn muziek als impulsieve bevlieging ontstond, maar daarna met veel doorzettingsvermogen als geschreven partituur veroverd moest worden op de gedroomde klank.”

Die gedroomde klank bleek nogal eens een probleem voor de uitvoerende partijen. Zo componeerde Diepenbrock drie ‘reien’ (een rei is een koor in een toneelstuk); de Rey van Amsterdamsche maegden, de Rey van clarissen en de Rey van burchtstaeten;

“De première in Haarlem door het plaatselijke Toonkunstkoor en het Concertgebouworkest liep uit op een grote teleurstelling doordat het koor niet tegen de moeilijkheidsgraad van de muziek was opgewassen.”

Ook na herziening bleven het erg lastige werken, dus hij had de lat hoog liggen met zijn gedroomde klank. De twijfel die hij had betrof dan ook niet zozeer zijn kunde als componist, maar wel hoe te komen tot het beste resultaat. Integendeel, hij was zelfs vrij zeker van zijn eigen kwaliteiten. Zo wilde hij een mis componeren voor mannenstemmen met orgel, wat de Missa in die festo zou worden. Diepenbrock zei daarover;

“Maar er worden in de kerken juist niet anders gezongen als voor mannenkoor met orgel; er is heel veel voor gecomponeerd en ook door grote lui, Liszt bijv. Nu, al die lui wil ik in één woord corrigeren. Een betere mis maken dan die er tot dusver voor mannenkoor bekend zijn.”

Daar spreekt overtuiging uit en dat had hij altijd al wel. Ein Heldenleben van Richard Strauss vond hij kermismuziek en de Symphonie pathétique van Tsjaikovski een smakeloos maakwerk.

Dan zijn eigen muziek zoals het Te Deum. Een groots werk dat overigens door Samama gedetailleerd wordt beschreven wat mij bij het beluisteren prima heeft geholpen. Ik kende het werk al, maar meer door het vaak beluisterd te hebben. Dan is een duiding met notenvoorbeelden toegevoegde waarde voor mij.

Hoewel zijn muziek dus niet makkelijk uit te voeren was, waren er ook zangers en zangeressen die het niveau wel aankonden. Eén van hen was de beroemde sopraan Aaltje Noordewier-Reddingius. Zij heeft vaak liederen van hem gezongen en er staat een mooi fragment van haar zoon Hendrik in dit boek, die Diepenbrock verslag deed van een uitvoering door zijn moeder;

“Beste oom Fons. Gisteravond heeft Moeder hier in de Luth. kerk gezongen met mevr. de Haan en Verhey. ’t Is een erg mooi concert geweest van muziek als juist gisteravond van: “Wenige wissen…”. Het is voor mij haast niet te begrijpen dat dat menselijke muziek is. Alle grond zinkt onder je weg, alle houvast verdwijnt. Alle aardse kleuren en vormen vervagen en het enige wat overblijft is die roerend mooie, ongelooflijk hoge muziek.”

Nu heb ik al jaren lang iets met Diepenbrock omdat ik zijn muziek regelmatig draai en jaren terug al wat delen uit de tiendelige serie Brieven en Documenten van Diepenbrock heb aangeschaft en gelezen. Ik overweeg de aanschaf van de overige delen nog. De componist is dus meer en meer gaan leven en daarom ben ik gelukkig met de aanschaf van drie van zijn boeken uit zijn persoonlijke bibliotheek. Hij heeft ze gesigneerd en er aantekeningen in gemaakt en zo wordt voor mij de muziekgeschiedenis ineens een stuk tastbaarder.

Eerder verschenen op Quis leget haec?