Woensdag, 16 december, 2015

Geschreven door: Riemen, Rob
Artikel door: Verplancke, Marnix

Nexus 70

De terugkeer van Europa, haar tranen, daden en dromen

Europeaan zijn is geen kwestie van economie, politiek of geografie, aldus de Nederlandse cultuurfilosoof Rob Riemen. Het is een humanistische geestesingesteldheid. Een gesprek over de grenzeloosheid van ideeën, het verval van onze universiteiten en de gelijkenis tussen een e-boek en een sekspop.

De Nederlandse Eurocommissaris Frits Bolkestein zei ooit dat je Europeaan bent vanaf het moment dat je een paspoort hebt van een van de lidstaten van de EU. Hij deed die uitspraak in het najaar van 2004, een paar maanden nadat de unie uitgebreid was met tien nieuwe landen. In zijn gezelschap zaten nogal wat Polen en Tsjechen, nagelnieuwe EU-burgers dus. Vol verontwaardiging vroegen zij of ze echt wou beweren dat zij pas op 1 mei van dat jaar Europeanen waren geworden. Waren zij dat dan voordien niet? En hoe zat het met intellectuelen als Thomas Mann, Stefan Zweig of Ludwig van Beethoven; waren dat geen Europeanen misschien?

Voor Rob Riemen maakt deze anekdote duidelijk in hoeverre de EU weggedreven is van haar Europese wortels. Europeaan zijn heeft volgens hem niets te maken met een economische of een politieke unie, en nog minder met het hebben van een paspoort. ‘Voor mij is Europeaan zijn een culturele identiteit’, zegt hij, ‘weten dat je tot een humanistische traditie behoort die de knapste ideeën uit Alexandrië, Athene, Rome en Jeruzalem verenigt.’

Geschiedenis Magazine

Om deze ideeën uit te dragen richtte Riemen 25 jaar geleden het Nexus Instituut op, dat zich naast het uitgeven van een tijdschrift in boekvorm als taak stelde op regelmatige basis publieke colloquia te organiseren waarop de grootste geesten van de wereld met elkaar in discussie zouden gaan. Slechts enkele van de honderden mensen die Nexus sindsdien naar de Lage Landen haalde: Edward Saïd, Amartya Sen, Claudio Magris, Michael Ignatieff, George Steiner, Avishai Margalit, Francis Fukuyama, Jürgen Habermas en Mario Vargas Llosa.

Om een kwarteeuw Nexus te vieren kwam er een extra dik nummer van het tijdschrift uit, De terugkeer van Europa, een schitterend uitgegeven gebonden boek, waarin tien essays opgenomen zijn van grote denkers uit het verleden van ons continent, van Victor Hugo tot Robert Schuman, waar dertig hedendaagse intellectuelen vervolgens hun licht op laten schijnen. ‘Wat Europa anders maakt dan andere continenten is dat wij wel een traditie hebben, maar er niet in gevangen zitten,’ zegt Riemen. ‘Voor de Europeaan is de hoogste waarde de menselijke vrijheid: jezelf bevrijden van je eigen domheid, vooroordelen en angsten. Alleen dan kun je een vrij mens zijn. De zorg om de ziel staat daarbij centraal, recht doen aan de waardigheid van de mens. Daarvoor moet aan een aantal randvoorwaarden voldaan worden: de honger uitbannen, werk voorzien voor iedereen, de bescherming van de zwakken, kwetsbaren en vreemdelingen door de overheid, en de waarheid en de rechtvaardigheid de plek geven die zij verdienen. Europeaan zijn is een geestesgesteldheid: het willen verwezenlijken van een beschavingsideaal. Europa is dus nooit af. Vanaf het moment dat Europa wordt gereduceerd tot een economisch of politiek project verdwijnt het Europees bewustzijn.’

Guy Verhofstadts De ziekte van Europa gelezen?

Riemen: ‘Dat is een politieke kwakzalver eerste klas. Hij beweert dat we ons niet mogen laten opsluiten in onze eigen nationale identiteit. Dat ben ik met hem eens. Maar Verhofstadt negeert het feit dat er uiteraard wel een culturele identiteit is, de Europese identiteit die voortkomt uit een intellectuele traditie die van Socrates via Spinoza, Thomas Mann en Albert Camus tot bij ons is gekomen. Het is niet datgene wat mij anders maakt dan jou dat mijn identiteit bepaalt, maar precies datgene wat wij met elkaar gemeen hebben: dat wij als mensen allemaal over het vermogen beschikken om in waarheid te leven, gerechtigheid te doen en schoonheid te scheppen. Sommigen mogen daar een godheid bij denken. Anderen hebben dat niet nodig. Dat doet er niet toe. Extremisme is een probleem, niet religie op zich. Religie kan alle kanten op gaan. De slavernij is in de V.S. niet afgeschaft door aanhangers van de Verlichting, maar wel door religieus bewogen mensen. Vandaar dat ik een pleidooi hou voor het Europees humanisme dat ruimte laat voor religie.

Het belangrijke is dat er een universeel idee bestaat van wat menselijke waardigheid is. Verhofstadt ontkent dat, net zoals hij niet wil aanvaarden dat we met zijn allen een samenleving vormen. Hij reduceert de mens tot een louter economisch wezen, stelt dat de vraagstukken waarmee deze mens zich geconfronteerd ziet alleen op politieke wijze opgelost kunnen worden en schuift dan zichzelf naar voor als de beste oplossing. De Verhofstadts van deze wereld – waar ik de hele Commissie bijreken – vormen een grote bedreiging voor Europa. Zij zullen de crisis niet oplossen. Zij zijn de crisis.’

Misschien moet u dat eens in Brussel gaan vertellen.

Riemen: ‘Brussel is een ontzettend lelijke stad waar het hoofdkwartier van de economische unie is gevestigd, dat is alles. De echte Europese hoofdstad is eerder Praag, denk ik. In Brussel zitten alleen maar uitgerangeerde politici die elders niet meer aan de bak kunnen. Geen van die lui komt nog terug in de nationale politiek. Er is maar een ding erger dan de EU zoals we die nu kennen, en dat is het uiteenvallen van die EU. De huidige Europese politiek is hard op weg dit te bewerkstelligen.’

Als Europa een geestesingesteldheid is, heeft zij dan grenzen?

Riemen: ‘Natuurlijk niet. De Europese geest heeft zich kunnen nestelen in Amerika, in het noorden natuurlijk, maar ook in Argentinië. Die geest is universeel. Hij heeft zich het eerst getoond in wat wij Europa noemen, maar hij is niet beperkt tot dat geografische gebied. Niets is zo debiel als je eigen identiteit beperken tot die van je natie. Je identiteit wordt toch niet bepaald doordat je op een bepaald plekje bent geboren? De Oude Grieken zeiden al dat het niet is waar je wordt geboren dat bepaalt of je een Griek bent, maar wel welke geestelijke vorming je je eigen hebt gemaakt.’

Tot hoe ver gaat Europa dan?

Riemen: ‘De Europese geest heeft zich verspreid naar Rusland en Turkije en lijkt alsmaar verder uitbreiding te vinden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten Thomas Mann en zijn vrienden samen en kwamen ze tot de conclusie dat we een wereldregering nodig hebben. Uiteindelijk zullen we naar iets dergelijks moeten evolueren willen we alle mensen dezelfde rechten en plichten geven.’

Ergens klinkt dit toch heel eurocentrisch.

Riemen: ‘Ik heb geen enkel probleem met het verdedigen van een aantal fundamentele waarden die ook het Europees humanisme schragen. Democratie, de algemene geldigheid van de wet, individuele vrijheid, de noodzaak van Bildung en mensenrechten zijn universele waarden. Zij leiden tot wereldburgerschap. Er is maar één alternatief voor beschaving: barbarij, en die kan zich in verschillende gedaanten manifesteren. We weten dat we de tragiek van het menselijk bestaan niet kunnen uitbannen, maar we weten ook dat universele waarden een plek moeten krijgen zodat ieder mens een waardig bestaan kan leiden. Europa heeft op dat vlak een belangrijke rol te vervullen. Daarom roep ik op: alle weldenkende mensen, verenig u, want het is al lang geen vijf voor twaalf meer. Het is nu tien seconden voor twaalf. We zien hoe angst en haat zich als een vuur door de samenleving verspreiden. We zien hoeveel agressie vluchtelingen oproepen. En dan maar blijven zeggen dat er niets aan de hand is. Nemen we liever nog een kop koffie en kijken we verder naar tv? Ja het kan, maar lang zal je dat het niet meer volhouden.’

Zoals steeds hebben de mensen die nu aan de knoppen zitten geen belang bij een werkelijke verandering, waar gaat de verandering dan vandaan komen?

Riemen: ‘In De zwenking beschrijft Stephen Greenblatt hoe een Italiaanse monnik in een Duits klooster Lucretius’ De Rerum Natura vond, het meenam naar huis en het daar wel tachtig keer kopieerde. Zo veranderde hij de wereld, want het boek lag aan de basis van de Renaissance. Mijn leermeester, essayist en uitgever Johan Polak, zei altijd: “De Renaissance begon met twintig man en wij zijn al met tien”. Iedere verandering begint klein. Hoe is Obama verkozen geraakt? Doordat een klein aantal mensen in hem geloofden, waarna dit aantal groeide.’

Het is tien seconden voor twaalf, zegt u. Is het vandaag dan zoveel slechter dan 25 jaar geleden?

Riemen: ‘Media en onderwijs zijn erop achteruit gegaan. Wetenschap en techniek vooruit, maar ik vind het toch grappig dat vinyl weer helemaal terug is en dat mensen zijn gaan inzien dat het e-book iets is als vrijen met een sekspop. Wat me vooral opvalt is de passiviteit van de hedendaagse jongeren. Ze worden verneukt waar ze bij staan en ze reageren gewoonweg niet. Als wij er uitstappen, stappen anderen er wel weer in, zeggen ze, en dan verliezen we onze baan. Dat lijkt het enige wat nog telt, terwijl het toch veel belangrijker is om te ontdekken wat je passie is. Wanneer men over een paar eeuwen terug zal kijken op onze tijd, zal men dit ongetwijfeld het tijdperk van de georganiseerde domheid noemen. Arnold Schönberg had nog het geluk dat hij een leerling was van Gustav Mahler. Enerzijds was hij idolaat van de grote meester, maar anderzijds vond hij ook dat de muziek vernieuwd moest worden. Daarom kwam hij met zijn twaalftonenstelsel. Na verloop van tijd had hij de moed om een compositie aan Mahler te tonen, waarop deze zei dat hij er geen snars van begreep, maar dat hij dacht dat het belangrijk was en hem daarom zou steunen. Dat vind ik van een zeldzame, voorbije grootsheid getuigen. Vandaag hebben we enerzijds degenen die voorop lopen in wetenschap en techniek, hun talen spreken en internationaal aan de bak komen, en anderzijds een steeds groter wordende onderklasse van mensen die niet die kansen hebben en niet zo slim zijn. Die mensen zijn bang en stemmen voor populistische partijen die hen beloven de verloren zekerheid terug te geven. Het cement dat daar vanouds tussen zat, de wereld van de burgerij en de sociaal-democratie, is er niet meer, en dat is gevaarlijk.’

Waar we leven toch in een economische wereld waarin Europa moet concurreren met China en de V.S.?

Riemen: ‘Hoe lang heeft iemand met een IQ van 100 – wat het gemiddelde is – nodig om te beseffen dat dit baarlijke onzin is? Nog geen minuut denk ik. Dit wordt toch alleen gespuid door mensen die nooit nadenken?’

En toch krijgen sommigen er een Nobelprijs voor.

Riemen: ‘Ja, terwijl economie niet eens een wetenschap is. Wordt het geluk gedefinieerd in termen van economische groei? Ik dacht het niet.’

Er staan 39 bijdragen in De terugkeer van Europa. 37 daarvan zijn door mannen geschreven en 2 door vrouwen.

Riemen: ‘Daar ben ik ook niet trots op. Wat de tien toespraken betreft kan ik alleen maar aangeven dat het maatschappelijk discours midden negentiende eeuw, ten tijde van Victor Hugo bijvoorbeeld, door mannen werd beheerst. Als ik iets moois had gevonden van Marguerite Yourcenar, Virginia Woolf of Nadjezjda Mandelstam had ik dat zeker opgenomen. Wat de dertig reacties op die toespraken betreft: die vloeien vooral voort uit het symposium Je suis Européen dat we in juni hielden. Het bleek toen heel veel moeilijker om vrouwen te overtuigen een bijdrage te leveren dan mannen.

Is de Europese cultuur dan toch vooral een mannelijke cultuur?

Riemen: ‘Dat denk ik niet. Wanneer ik een lezing geef, is zeven op de tien in de zaal een vrouw. Wie koopt boeken en zit in leesclubs? Alweer de dames. Georgy Konrad was de eerste die me erop wees dat dit niet nieuw is. Kijk naar de wereld van de salons, zei hij. Die werden altijd door dames georganiseerd. Wat hij daarmee duidelijk wou maken is dat het doorgeven van de cultuur altijd een vrouwelijke bezigheid is geweest, terwijl mannen vanouds meer bezig waren met het vastleggen ervan.’

Moeten we meer investeren in onderwijs?

Riemen: ‘Stefan Zweig zei het zo: de Europese identiteit is gebouwd op de kloosters, de universiteiten en het jodendom van na de Verlichting. Die joden hebben we uitgemoord en de kloosters staan leeg. Er rest ons dus alleen nog die universiteiten, maar wat zien we? Op het westelijk halfrond is er niet één universiteit meer die nog recht heeft op die naam. Het ideaal van de universitas, gericht op het ontwikkelen van een cultureel geheugen, welsprekendheid en morele en historische kennis is verlaten. In de plaats zijn de verwetenschappelijking en de vereconomisering gekomen. Kwaliteit heeft het moeten afleggen tegen kwantiteit. Die eerste blijft immers moeilijk in cijfers te vatten, terwijl je die tweede zo makkelijk op kan tellen. Kwantiteit is voor alles de maatstaf geworden. De kwaliteit van het bestaan is daar de dupe van, met als gevolg de grote geestelijke leegte van vandaag. Massacultuur en massademocratie heersen. Denkers hebben plaats moeten ruimen voor opiniemakers en de flauwekul overheerst overal. De EU besteedt nog geen 1,5% aan het Erasmus + programma en slechts 0,15% aan het Creatief Europa programma. Me dunkt dat dit alles zegt over het belang dat Brussel hecht aan het cultiveren van een Europese geest en een Europees bewustzijn.

Waarom vinden veel mensen de geestelijke waarden die u verdedigt elitair?

Riemen: ‘Omdat we in een lege cultuur leven waarin de betekenis van woorden verloren is gegaan. Het woord elitair is verengd tot ontoegankelijk, behorend tot een kleine groep en exclusief. Wanneer het gaat over de amusements- of sportelite zien we geen enkel probleem. Daarmee willen we allemaal een selfie. Als het echter gaat om cultuur, ben je opeens elitair. De oude betekenis van dat woord is nochtans “het beste”. En dat beste is tijdloos, vandaar dat we vandaag de dialogen van Plato nog kunnen lezen en de muziek van Bach nog kunnen beluisteren.’

Wat kan Plato ons vandaag nog leren?

Riemen: ‘Dat hangt af van hoe je in het leven staat. Op het moment dat je geconfronteerd wordt met de grote momenten van het bestaan, zoals ziekte of dood, heb je net iets meer aan de woorden van Plato dan aan de techniek van een of andere voetballer. Een van de meest sprekende verhalen in dit verband is natuurlijk wat Primo Levi in Is dit een mens schrijft. In Auschwitz kreeg hij samen met een vriend de opdracht twee kilometer verderop soep te halen. Onderweg wou hij die man iets leren over Dante. Het gezang van Odysseus schoot hem door het hoofd waarin deze zegt dat de mens niet geboren is om een bruut en een woesteling te zijn, maar wel om het beste te leren kennen. Voor Levi was dat het moment waarop hij zijn leven gered wist omdat hij besefte dat er iets groters was. Ik heb niets tegen amusement, maar op het moment dat je geconfronteerd wordt met de echte vragen van het leven, kom je met amusement geen stap verder. Ik vind het misdadig dat we – bijvoorbeeld door bibliotheken te sluiten – steeds meer mensen deze cultuur ontzeggen. Het is goed dat er een klimaattop is, maar ik denk dat het ozongat in ons geestelijk klimaat veel groter is dan dat boven de Zuidpool, en dat die twee misschien wel samenhangen.’

Heeft George Steiner gelijk wanneer hij zegt dat het tijdperk van de Europese beschaving voorbij is?

Riemen: ‘Natuurlijk niet. Europa is overal waar mensen naar een boekhandel toegaan, waar ze samenkomen om te praten, waar ze zich bekommeren om het klimaat of de vluchtelingen, en ga zo maar door. Overal waar de Europese geestelijke waarden zich manifesteren is Europa. Die beschaving is geen kwestie van instituten of regeringen, maar van ieder onder ons.’

Verschenen in Knack