Maandag, 1 juli, 2019

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Onbekend

Nooit meer slachten

Hoe kweekvlees de wereld kan veranderen

[Recensie] Paul Shapiro onderzoekt in Nooit meer slachten – Hoe kweekvlees ons bord en de wereld zal veranderen de ontwikkeling van de kweekvlees-industrie. Als deze industrie zijn doelen behaalt, kan dat volgens Shapiro grote problemen de wereld uit helpen.

Aan de hand van een aantal toonaangevende bedrijven verkent Shapiro de stand van zaken in deze industrie: hoe is de industrie ontstaan, hoe staat die er nu voor en welke uitdagingen zijn er nog. Overigens neemt Shapiro hierin niet alleen bedrijven mee die uit cellen van dieren vlees kweken. Ook start-ups die leer kweken en bedrijven die melk en eiwit produceren zonder koe of kip komen aan de orde. Hierbij heeft hij veel aandacht voor de persoonlijke verhalen en carrières van de initiatiefnemers.

Shapiro zelf is veganist en werkte lange tijd voor een dierenwelzijnsorganisatie. Hij ziet het kweken van dierlijke producten als dè manier om veel grote problemen op te lossen. Het uitgangspunt is dat we met z’n allen minder vlees moeten eten, vanwege de grote nadelen die aan de vee-industrie kleven zoals klimaatverandering, dierenwelzijn en gezondheidsproblemen bij mensen. Hoewel deze problemen bekend zijn, minderen we ons vleesgebruik nog nauwelijks. En in  opkomende landen zoals China en India groeit de vleesconsumptie zelfs sterk. Shapiro legt uit waarom de kweekvleesindustrie zou kunnen voorzien in de vleesbehoefte, zonder de problemen die aan de huidige manier van vleesproductie kleven.

Shapiro’s inschatting is dat dat de kweekvleesindustrie over een jaar of vijf commercieel levensvatbaar is. De industrie heeft zich de afgelopen vijftien jaar sterk ontwikkeld. De eerste onderzoeken begonnen rond 2002 en inmiddels is het technisch mogelijk om kweekvlees te maken. Shapiro legt op een begrijpelijke manier uit hoe dit in elkaar steekt. De prijs van kweekvlees is in de tussenliggende jaren met tachtig procent gedaald, maar ligt nog altijd vele malen hoger dan de prijs van dierlijk vlees. Dus voordat kweekvlees – betaalbaar – in de winkel kan liggen, moet de techniek opgeschaald worden.

Bergen

Shapiro gaat uitgebreid in op wat hij naast de betaalbaarheid als grootste uitdaging voor de industrie ziet: gaat het grote publiek straks kweekvlees kopen? Hij haalt verschillende onderzoeken aan die stellen dat maar een klein deel van de samenleving geneigd is om kweekvlees te eten. Toch blijft hij positief over de toekomst van kweekvlees. Er is namelijk recenter onderzoek dat aangeeft dat de naam die het krijgt en de manier waarop het in de markt wordt gezet een grote positieve invloed kunnen hebben op het draagvlak.

Die positieve houding van Shapiro loopt als een rode draad door het boek. Soms neigt dit naar een bijna naïef geloof in de toekomst van kweekvlees. Hij gaat er namelijk vanuit dat de kweekvleesindustrie veel bestaande problemen zal oplossen, zonder nieuwe te creëren. Dit is bij bijzonder weinig technologische vernieuwingen in het verleden het geval geweest. Ook stapt de auteur erg makkelijk over het feit heen dat kweekvlees op dit moment alleen gekweekt kan worden in de vorm van simpele structuren zoals gehakt. Grotere spiergroepen, zoals een biefstuk, zijn nog onmogelijk te kweken. Desondanks biedt dit boek een goed leesbaar en helder inzicht in de stand van zaken in de kweekvlees-industrie, ook voor leken op dit gebied. 

Eerder verschenen op Vlees+