Dinsdag, 25 maart, 2008

Geschreven door: Haasse, Hella S.
Artikel door: Starreveld, Laura

Oeroeg

Prachtig begin van een glansrijke carrière

Met Oeroeg won Hella S. Haasse in 1948 de novelle-prijsvraag van het CPNB. Het werd dat jaar het boekenweekgeschenk en daarmee deed Hella S. Haasse definitief haar intrede in de Nederlandse letteren. In de jaren die volgden schreef ze vele romans en werd ze meermalen bekroond, onder andere met de Constantijn Huygensprijs (1981), de P. C. Hooftprijs (1984) en de Prijs der Nederlandse Letteren (2004). Vandaag de dag behoort Hella S. Haasse tot een van de bekendste gevestigde Nederlandse auteurs, en werd Oeroeg gekozen voor Nederland Leest 2009.

Terug naar waar Haasses glansrijke carrière mee begon: Oeroeg. De novelle speelt zich af in Nederlands-Indië, in de jaren dertig van de vorige eeuw. Hoofdlijn is de warme vriendschap tussen een Nederlandse planterszoon en een Indische jongen, Oeroeg. De jongens groeien, ondanks hun verschil in komaf, samen op en zijn beste maatjes. In hun kinderlijke onschuld lijkt geen van de twee jongens er ooit bij stil te staan dat hun vriendschap over een grens gaat die in het leven van volwassenen een grote rol speelt: de grens tussen arm en rijk, en die tussen hoger geplaatste en ondergeschikte. Oeroeg lijkt zich van deze kloof af en toe bewust, de ander, de ‘ik’ die het verhaal vertelt, niet. De Nederlandse planterszoon krijgt thuis op de plantage les zodat hij na de zomer naar school kan. Oeroeg slaat dit alles noodgedwongen van een afstand gade, al lijkt deze afstand hem niet te deren, nog niet althans.

Als de vader van Oeroeg verdrinkt tijdens een nachtelijke zwempartij van de rijke plantersfamilie en hun gasten wordt Oeroeg, als pleister op de wonde, ook naar school gestuurd. Hij gaat weliswaar naar een andere school dan de ik in het verhaal, maar dit doet geen afbreuk aan de innige vriendschap. Naarmate de jongens ouder worden begint het standenverschil zich langzaam af te tekenen. Als ze in de pubertijd komen gaat Oeroeg met andere jongens om en interesseert zich soms voor andere dingen. De dingen waar ze vroeger zoveel lol aan beleefden zijn ineens niet meer zo leuk als ze waren. De ik ziet dat wel, maar lijkt zich in al zijn naïviteit niet bewust van de op handen zijnde verwijdering. Pas als de Nederlandse planterszoon naar Nederland wordt gestuurd om te studeren en Oeroeg in Indië achterblijft, lijkt ook hij in de gaten te krijgen dat aan de warme en innige vriendschap een einde komt. Als hij jaren later naar Indië terugkeert komen ze weer oog in oog te staan. Ze staan dan letterlijk tegenover elkaar en pas dan realiseert de ik zich dat wat was nooit meer terug zal komen.

Met Oeroeg heeft Haasse een aangrijpend verhaal geschreven over vriendschap. De novelle verscheen in een tijd dat Nederlands-Indië een politiek hot item was en ook nu is de roman nog interessant en actueel. Het verhaal over vriendschap die langzaamaan verbrokkelt door rassenverschil en door toedoen van politieke ontwikkelingen is van alle tijden. Tegelijkertijd geeft Haasse een blik in het verleden; in het verleden van Nederlands-Indië en de verhoudingen tussen de inheemse bevolking en de Nederlanders daar. Dat Haasse haar jeugd in Indië heeft doorgebracht en daardoor als geen ander de sfeer van het kolonieleven weet op te roepen, is overduidelijk. Ongetwijfeld zullen bepaalde personages gemodelleerd zijn naar levensechte mensen en dit komt de novelle zeker ten goede. Haasse roept eveneens een levensecht Indisch landschap op. De heuvels, de plantages, het eten, de geuren, de warmte; ze ademen je vanaf elke bladzijde tegemoet.

TijdvoorTijdschriften

Het verhaal wordt verteld door de Nederlandse planterszoon die terugblikt op zijn leven. Het gevaar ligt dan op de loer dat de kinderblik vertroebeld raakt door het perspectief van de volwassene. In Oeroeg gebeurt dit gelukkig niet. Af en toe geeft de verteller aan hoe hij denkt dat hij bepaalde dingen zag of beleefde, maar geeft daarbij wel aan dat dat beeld vertekend kan zijn door de jaren. Dit maakt de vertelling absoluut geloofwaardig.

Op één plek slaat Haasse de plank echter mis. De hoofdpersoon zoekt Oeroeg op, die inmiddels bij vriend Abdullah en zijn familie woont, om afscheid te nemen voor hij naar Europa vertrekt. Eenzelfde gevoel als bij de aanblik van het meer Telaga Hideung, het meer waar zoveel angstaanjagende verhalen de ronde over deden en waar de ik bang voor was, overvalt hem. Hij beschrijft zijn gevoel tijdens het bezoek aan Oeroeg als volgt:

‘De achtertuin was schemerdonker, bijna geheel overkoepeld door het neerhangende loof en de luchtwortels van een waringinboom. Ik weet dat het vreemd klinkt, maar gedurende één ogenblik scheen het mij, dat er overeenkomst bestond tussen deze schaduwachtige achtergalerij vol planten en vogels, en Telaga Hideung, zoals ik het gezien had, toen er een wolk voor de zon trok.’

Dat een gevoel van angst zich meester maakt van de hoofdpersoon is niet zo zeer vreemd, maar de vergelijking die dat gevoel duidelijk moet maken komt niet uit de verf en mist daardoor zijn werking.

Deze kleine misser doet echter niet af aan de novelle als geheel. Haasse heeft met Oeroeg gewoon een ontzettend goed en aansprekend verhaal geschreven. Zoals we later van haar gewend zullen raken weet zij als geen ander de sfeer van Nederlands-Indië op iedere bladzijde voelbaar te maken. Die kwaliteit, en dat in dit tijdloze verhaal over vriendschap, rassenverschil en standen, maakt dat de novelle zelfs zestig jaar na verschijnen nog actueel is. Aan het einde van de novelle zegt de hoofdpersoon:

‘Ik heb niet anders willen doen, dan een verslag neerschrijven van onze gezamenlijk doorgebrachte jeugd. Ik heb het beeld van die jaren willen vastleggen, die nu zo spoorloos voorbij zijn als waren zij niet meer geweest dan rook in de wind.’

Het beeld van die jaren is met Oeroeg vastgelegd, voor minstens nog zestig jaar.