Dinsdag, 7 december, 2021

Geschreven door: Spaey, Johanna
Recensie door: Verplancke, Marnix

Oktober is de mooiste maand

Een duik in de psyche van de RAF

De eerste zin

Ze sturen mij naar hen toe omdat ik niets met hen te maken heb.

Recensie

Op vraag van haar zus Marie brengt Vera een tas spullen naar Brussel. Ze moet die afleveren in een appartement waar ze twee Duitsers aantreft. Vooral met Stefan kan ze het opperbest vinden, ook al zegt hij haar ronduit dat haar fascinatie voor de filosofie van Pascal en Levinas getuigt van een reactionair-burgerlijke kijk op de realiteit en dat ze die heren beter zou inruilen voor Hegel en Marx. Stefan maakt immers deel uit van de Rote Armee Fraktion, de terroristische organisatie die met steun van de Oost-Duitse Stasi vooral in de jaren 1970 via bankovervallen, ontvoeringen en moorden West-Duitsland rijp wou maken voor de revolutie. En die in Brussel een schuilhol had.

TijdvoorTijdschriften

In Oktober is de mooiste maand neemt Johanna Spaey een duik in de psyche van Stefan en probeert ze te achterhalen hoe en waarom een geschiedenisleraar niet alleen een ontvoerder en koelbloedige moordenaar wordt, maar ook na bijna twintig jaar gevangenis nog steeds een gevoelig mens. Want Spaeys roman valt uiteen in twee verhaallijnen, een die speelt in de late jaren zeventig wanneer Stefan van een sympathisant van extreemlinks uitgroeit tot een regelrechte terrorist, en een die speelt in 2002. Stefan is dan net uit de gevangenis. Hij mag het Duitse grondgebied niet verlaten, maar trekt toch naar een camping in de Belgische Oostkantons, waar de wapens van weleer nog steeds verborgen zitten, maar de sporttas waar ze hun geld in bewaarden leeg blijkt te zijn. Maar in feite komt hij niet echt daarvoor. Hij wil verder, naar Leuven om precies te zijn, waar Vera woont, de Vera die hij al die jaren niet gezien heeft, maar die hem een brief heeft geschreven.

Oktober is de mooiste maand is een filosofische roman over de wijze waarop extremisme en geweld doorgegeven worden van generatie op generatie, een proces waarvan niemand gevrijwaard blijft. Vera werkt bijvoorbeeld aan een doctoraat over de invloed van WO I op Ludwig Wittgensteins Tractatus, waarin het befaamde 300 mm-kanon ter sprake komt dat deze filosoof in 1916 voor het Oostenrijkse leger uit eigen zak wou bekostigen. Spaey heeft voor dit boek duidelijk heel wat info verzameld en als lezer voel je daar jammer genoeg het gewicht te veel van.

Drie vragen aan Johanna Spaey

Wat heb jij met de RAF?

Spaey: “In de jaren zeventig kwam de RAF regelmatig in het nieuws met verhalen over aanslagen en ontvoeringen. Ik was nog maar een kind, en toch merkte ik al op hoeveel sympathie die extreemlinkse terroristische organisatie onder andere in de media kon rekenen. Er werden mensen vermoord en toch gebruikte de nieuwslezer een milde ondertoon. Geweld was geen afkeurenswaardig iets als het maar gebruikt werd voor de goede zaak. Je kunt je dat nu gewoon niet meer voorstellen, dat een nieuwslezer vol empathie over een terroristische organisatie zou spreken. Mijn boek groeide uit die herinnering, gekoppeld aan een HUMO-artikel van lang geleden waarin stond dat de RAF op een paar Belgische handlangers kon rekenen om in Brussel een appartement te huren waar een gijzelaar gevangen gehouden kon worden. Hoe zou de relatie tussen die mensen geweest zijn, vroeg ik me af.”

Wat denk je dan van het hernieuwde succes van het marxisme?

Spaey: “Ik vind dat opvallend. In haar recentste roman Prachtige wereld, waar ben je? brengt Sally Rooney niet meer of minder dan een lofzang op het Oost-Europa van voor de muur viel. Dat was de grote beschaving die ten einde kwam toen het kapitalisme zijn intrede deed, schrijft ze zo ongeveer. Rooney is dertig en heeft het dus allemaal niet meegemaakt. Vandaar wellicht dat ze enthousiast kan zijn over het reële socialisme van weleer.”

Ook de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein speelt in je boek een rol. Een persoonlijke fascinatie?

Spaey: “Mijn boek zit vol onafgemaakte boeken, denk ik, wat wellicht voor alle boeken geldt. Een paar jaar geleden heb ik een master gehaald in de filosofie. Logica was niet mijn beste vak en tot mijn schrik was de filosofie van Wittgenstein onvermijdelijk. Het was dus even doorbijten, maar met de filosofie kwam ook het leven van Wittgenstein mee en dat vond ik fascinerend. Zo ontdekte ik dat hij tijdens WO I een enorm bedrag had vrijgemaakt voor de aankoop van een kanon voor het Oostenrijkse leger. Hij wou zijn duitje bijdragen aan de oorlogsinspanning. Opmerkelijk vond ik het, dat zelfs een briljant man als hij geen afstand kon nemen van de oorlogsretoriek en geloofde dat hij aan die uitzichtloze strijd iets kon veranderen. Ik vond het een fantastisch onderwerp voor een boek of een essay, maar uiteindelijk belandde het in mijn roman.”

Eerder verschenen op Knack