Vrijdag, 10 juli, 2020

Geschreven door: Riem, Ineke
Artikel door: Trouwborst, Jannie

Onderwaterverhalen

Mensen op zoek naar zielsverbondenheid

[Recensie] In 2013 debuteerde Ineke Riem met de roman Zeven pogingen om een geliefde te wekken. In 2015 verscheen de gedichtenbundel Alle zeeƫn zijn geduldig en in 2015 de roman Rauw hart. En nu is er de verhalenbundel Onderwaterverhalen.

Roman versus verhalenbundel

In de roman Zeven pogingen een geliefde te wekken staan in feite ook verhalen, maar ze zijn op een andere manier met elkaar verbonden dan in Onderwaterverhalen. In de eerste plaats door de plaats van handeling: het dorp, waar iedereen elkaar kent en met elkaar te maken heeft. In de tweede plaats door het probleem van het wekken van de schone slaapster. Daardoor konden deze verhalen samen een roman vormen.

In de bundel Onderwaterverhalen, met 12 verhalen, ligt dat subtieler. Het verband tussen de hoofdpersonen ligt op een ander niveau. Vaak weten ze niets van of over het bestaan van de mensen waarmee ze verbonden zijn. Zo keert Werner in het verhaal Wiederkehr terug naar het pleintje waar hij als kind woonde en blijkt daar nu in Terug naar Thebe Layla te wonen. Voor de ā€œtoevalligeā€ verbondenheid moet je de bundel echt twee keer lezen en dan valt je steeds meer op. Maar dat is niet het belangrijkste in deze bundel.

Wat al deze losse verhalen tot een bundel maakt (en geen roman) is de thematiek. De personen zijn op een andere manier met elkaar verbonden dan als dorpsgenoten: ze zijn anders dan andere mensen, gevoeliger, zoeken naar verbondenheid, naar liefde, naar begrip, naar veiligheid. Uiteindelijk vinden de meesten dat in het besef dat we allemaal verbonden zijn, over de grenzen van tijd en ruimte heen, een onderdeel van een groter geheel. Er is sprake van een zielsverbondenheid, in plaats van een dorpsverbondenheid.

Trouw

Daardoor is dit een hechte verhalenbundel: losse verhalen, maar verbonden door dezelfde thematiek.

De verhalen

Toch zit er behoorlijk wat afwisseling in de verhalen. Elk verhaal heeft een eigen hoofdpersoon, al zijn er steeds onopvallende verbanden met de hoofdpersonen uit andere verhalen. De plaats van handeling verschilt. Er is een historisch verhaal bij, een verhaal met tekeningen en een met gedichten, een tijdschriftartikel, een toneelscenario. Donkere en trieste verhalen, melancholische en berustende. Maar ook verhalen over hoop en liefde.

Veel van de hoofdpersonen voelden zich eenzaam. Door anders zijn, door gevoeliger zijn. Direct contact met gelijkgestemden ontbreekt vaak. Verbondenheid en troost wordt vooral gevonden in het besef van de eenheid, van het onderdeel zijn van een groter geheel. En in liefde en bewondering voor de natuur.

Motieven

De geregeld terugkerende motieven passen goed bij het verhaal: wWalvissen, zeemeerminnen en Atlantis. Ziel en bezieling. Herinneringen, privƩ en collectief over de grenzen van tijd en ruimte heen. De aarde, natuur, levenskracht: de eenheid waar we deel van uitmaken.

Voorbeeld

Het achtste verhaal, Voorbereidende aardrijkskunde, gaat over een meisje dat geen aansluiting vindt bij de andere kinderen op school. Ze past zich een beetje aan, maar dat valt niet mee als er thuis weinig geld is en je op een elitaire school zit. Op de zolder van de school vindt ze oude boeken, ze neemt er Ć©Ć©n mee naar huis: Voorbereidende aardrijkskunde, uit de jaren zestig. Ze wordt er treurig van:

 “Het is oude aardrijkskunde, terugkijkende aardrijkskunde. Waarin je nog kunt zien hoe de wereld er vroeger uitzag als iedereen dat vergeten is.”

Ze ontdekt dat er plekken zijn in Zeeland waar je af en toe bij eb de restanten van verdronken dorpen kunt zien. Ze stelt zich voor dat ze daar loopt in middeleeuwse kleren en kan zien hoe het er was.

“Het kan zomaar gebeuren. Wat verloren is, kan onverwacht terugkomen. Eeuwen later. Alles verandert, niets vergaat, schreef de Romeinse dichter Ovidius in de Metamorfosen. Niets wat verdwijnt verdwijnt voorgoed. Ergens blijft het bewaard. In het geheugen van een walvis. In een verhaal dat mensen aan elkaar doorvertellen. In de slapende herinnering die eeuwen later in het hoofd van iemand anders ontwaakt. Ja toch?”

Ze verdiept zich in alles wat op aarde leeft, tekent schelpen (die als illustratie in het boek staan), bekijkt met haar biologieleraar een film over de communicatie van walvissen. Ze koopt een walkman en een cd met walvisgeluiden in de kringloopwinkel en beluistert de geheimzinnige stemmen. Tijdens een uitstapje naar zee met de klas vindt ze een slangster. Hij leeft nog, ze bewondert hem. Gooit hem dan weer in zee.

“Ik denk graag dat hij mij riep, toen hij daar op het strand lag, dat hij hoopte dat ik zijn zachte, heel oude stem hoorde. Slangsterren, daar hebben we fossielen van.
Nadat hij was verdwenen, stond ik nog even te kijken naar de lucht, die nu leeg was. Toen welde het in mij op. Het juichende. Het schuimende. Ademende. Schurende. Waaiende. Reflecterende. Kronkelende. Het altijd stromende. Het overrompelende besef dat ik daar een piepklein deeltje van ben. Maar dat hoeft niemand te weten.”

Twaalf heel verschillende verhalen, die allemaal op een andere manier indruk maken, elkaar versterken en op een onnadrukkelijke manier met elkaar verbonden zijn. Die je aan het denken zetten over heden en verleden, over de aarde en de natuur waar we deel van zijn en onze verbondenheid met wat en wie aan ons vooraf ging en wat nog na ons zal komen. En hoe we daar in het heden bij stil kunnen staan. Een bundel met beeldend taalgebruik die prettig leest, maar ook aanzet tot overdenkingen. Om aandachtig te lezen en te herlezen.

Eerder verschenen op Mijnboekenkast