Dinsdag, 3 juli, 2018

Geschreven door: Jamison, Leslie
Artikel door: Verplancke, Marnix

Ontwenning

Over alcohol, bedwelming en herstel

Jeslie Jamison was een zware alcoholiste tot ze acht jaar geleden het roer van haar leven zelf overnam. Over haar afkicken en over de talloze literaire lotgenoten die haar daarin voorgingen, schreef ze een boek waarvan de Nederlandse vertaling afgelopen weekeinde verscheen. “Je moet jongeren niet waarschuwen tegen de drank,” zegt ze. “Je moet ze vooral vertellen hoe godsgruwelijk lekker hij is.”

[Interview] “De allereerste keer dat ik het voelde – de roes – was ik bijna dertien. Ik ging niet over mijn nek en raakte niet buiten westen, ik maakte mezelf niet eens belachelijk. Ik vond het gewoon lekker.” Zo begint de inmiddels 35-jarige Leslie Jamison Ontwenning, het relaas over haar jarenlange verslaving en de erop volgende ontwenning. Want verslaafd raakte ze, en nog geen beetje. Toen ze op haar eenentwintigste naar Iowa verhuisde om er aan de Writer’s Workshop haar master te behalen leefde ze al van blackout naar blackout. Ze dronk whisky uit bekers, vond een wijnglas steeds vaker een onnodig aardigheidje terwijl een fles veel handiger was en wanneer er toch eens een biertje in zicht kwam, was het steevast een Vlaamse Delirium Tremens. Ze laafde zich aan de romantiek die wil dat schrijvers moeten drinken om geniaal te kunnen zijn en was het volmondig eens met de dichter John Berryman toen deze opmerkte dat er iets voor nuchterheid te zeggen valt, maar erg weinig.

Jamison dronk steeds meer in het geniep en crashte steeds vaker. Bij het ontwaken dacht ze steevast slechts aan één ding, die eerste borrel, en het grootste deel van de dag was ze laveloos. Maar ze werkte ook, behaalde haar diploma en schreef de roman De gin-kast. De mythe van het dronken genie wisselde ze daarbij geleidelijk in voor Charles Jacksons hyperrealistische kijk op zijn eigen problematische drinkgedrag. Schrijvers drinken niet om een hoger bewustzijn te bereiken, aldus de auteur van de ultieme dronkenmansroman The Lost Weekend, maar uit een neiging tot zelfdestructie. Acht jaar geleden besefte Jamison dat het zo niet verder kon en stapte ze naar de AA. Het was daar dat ze zich herinnerde hoe haar vader haar ooit bezwoer dat alcohol voor de Jamisons niet slecht was, maar wel heel gevaarlijk.

“Sommigen zijn inderdaad vatbaarder voor verslavingen en daar heeft een genetische aanleg zeker mee te maken,” verklaart Leslie Jamison. “Er zijn mensen die het fantastisch vinden om nu en dan in de wind te zijn en er zijn er die de hele tijd van de wereld willen zijn en nooit genoeg lijken te krijgen. Wanneer ik naar mijn familie kijk, zie ik alcoholisme zo ver het oog reikt. Mijn opa was alcoholist en dat ik een tante Phyllis had die vaker dronken dan nuchter was, kwam ik pas heel laat te weten.”

Ons Amsterdam

Had je ook last van andere verslavingen, of was het alleen alcohol?

“Drank deed het voor mij, van begin tot eind. Ik heb ook wel eens coke geprobeerd, maar ik heb bij het ontwaken nooit het gevoel gehad dat ik die nodig had. Ik had wel iets gelijkaardigs met voedsel en mannen, die me eenzelfde gevoel van gemis en verlangen gaven als de alcohol. Tijdens het eerste semester in Iowa vermagerde ik twaalf kilo. Aanvankelijk zag ik mijn eetstoornis en mijn alcoholisme als twee zijden van eenzelfde munt. Het een draaide om restrictie en het ander om exces. Wanneer ik er nu op terugkijk, zijn het verwante in plaats van tegengestelde fenomenen. Beide waren reacties op het gevoel dat ik steeds meer wou. Wanneer het over voedsel ging, verzette ik me ertegen en wanneer het over drank ging, gaf ik er volledig aan toe.”

Je sneed jezelf ook met messen en glasscherven. Was je alcoholisme een antwoord op die neiging tot automutilatie?

“Het snijden had te maken met het ervaren van frustratie, pijn, angst en onaangepastheid. Ik begreep die gevoelens niet, ook al kwamen ze van heel diep. Het was een manier om die ontastbare gevoelens fysiek en dus wel tastbaar te maken. In feite zat hier hetzelfde principe achter als achter de eetstoornis en het drinken, de veruitwendiging van psychische problemen die ik toen had.”

Waarom dronk je? Uit verlegenheid, onzekerheid of zelfhaat? Om het gat diep in jezelf te vullen? Of gewoon omdat het leven zo eentonig en vervelend is?

“Ik probeerde de vrees om niet voldoende te zijn te bedwingen, denk ik. Die angst is te traceren naar een paar bronnen. Er is de rol van mijn familie. Ik had vaak het gevoel dat ik mezelf moest bewijzen thuis en dat ik de aandacht van mijn ouders moest verdienen. Ben ik slim genoeg? Ben ik hun liefde wel waard? Of gaan ze me in de steek laten? De drank bood een antwoord op die vrees, zowel op lange als op korte termijn. Zo vond ik het makkelijker om met anderen te praten wanneer ik gedronken had. Dan viel alle verlegenheid weg. Hetzelfde gold voor mijn relatie met mannen. Ook daarin was ik doodsbang niet goed genoeg te zijn, waardoor ze me zouden laten vallen. Drinken kon die vrees niet laten verdwijnen, maar hem wel onderdrukken, waarna hij natuurlijk met nog meer kracht terugkwam. Zoeken naar verklaringen houdt altijd een risico in, en je moet daarbij steeds in het achterhoofd houden dat dé ultieme uitleg niet bestaat. Er valt voor alles wel een verklaring te verzinnen, denk ik soms. Misschien was ik wel voorbestemd door mijn familienaam, waardoor ik al te vaak getrakteerd werd op een Jameson whisky.” (lacht)

Jack London zei dat veel mensen verdoofd raken door alcohol, maar sommigen er juist scherper door gaan zien. Had je dat gevoel ook?

“Je zou kunnen denken dat London gewoon zijn verslaving probeerde goed te praten, maar het was echt wel meer dan dat. Er zijn mensen die uit hun alcoholisme fantastische kunst puren. Maar London overdreef wel. In John Barleycorn beschrijft hij alcohol als de verlichtende kracht die een deur opent naar de metafysische waarheid over het hele universum. Zo werkt het volgens mij niet. Ik denk dat het meer van doen heeft met een zeker temperament, waardoor je zaken anders gaat aanvoelen of je het gevoel krijgt je lijden te kunnen overstijgen, wat dan kunst oplevert. We moeten echter af van de mythologisering van de alcohol. Er gaat ook heel wat smerigheid gepaard met alcoholisme. Kijk bijvoorbeeld naar John Berryman, die beweerde dat whisky en inkt de enige vloeistoffen waren die hij nodig had om te overleven. Toen hij ladderzat de trap afviel of op de universiteit gewoon zijn ontlasting liet lopen, bleek dat toch iets minder idyllisch. Het is aantrekkelijk om ondergang en creativiteit aan elkaar te koppelen, maar we mogen niet vergeten dat ook herstel grote kunst kan opleveren.”

De alcohol gaf Berryman zijn visie niet, wordt wel eens gezegd, maar hij stelde hem wel in staat die visie te verdragen. Waar komt het idee van die alliantie tussen alcohol en visionariteit toch vandaan?

“Susan Sontag zag een verband met het romantische idee dat mensen die lijden visionair kunnen zijn. Van tbc-lijders werd in de negentiende eeuw ook gezegd dat ze een zuiverdere en directere kijk op de realiteit hadden. De pijn van de alcoholist zou dan vergelijkbaar zijn met die van de tbc-lijder. Ik denk dat het te maken heeft met onze poging om het bestaan van pijn te justifiëren en te rationaliseren. Als pijn tot schoonheid leidt, lijkt ze waardevol.”

Al geldt dat natuurlijk alleen voor witte mannelijke alcoholisten. Een dronken vrouw is geen genie, maar een slet, en een dronken zwarte is een sukkelaar zonder ruggengraat.

“Romantiek en democratie gaan moeilijk samen. De witte man heeft de rol van het dronken genie inderdaad volledig naar zich toegetrokken. Moeilijk was dat niet aangezien hij millennia lang de volstrekte macht had en dus ook kon beslissen wat literair prestige had en wat niet. Ik kan vooral over Amerika spreken. Daar is het altijd traditie geweest om minderheden de rol van de zondebok toe te vertrouwen. Verslaafden zijn dan geen hulpbehoevenden, maar schuldigen. Het criminaliseren van verslaafden is dus een manier om differentie te doen ontstaan, zeker als die verslaafden ook nog eens zwart of vrouw zijn. Maar het heeft ook te maken met het verwarrende in de kern van iedere verslaving: waarom houden mensen van datgene wat hen vernietigt? Een verslaafde is altijd dader én slachtoffer. Omdat we soms moeite hebben dit te bevatten, maken we van de enen slachtoffers en van de anderen daders. En dan is het natuurlijk makkelijk om in mensen uit jouw sociale groep slachtoffers te zien en in de anderen daders.”

Hoe belangrijk waren die grote dronken schrijvers en hun boeken voor jou?

“Die literaire weergaven van verslaving maakten het me makkelijker te begrijpen hoe mijn eigen alcoholisme werkte en hoe ik erin verzeild was geraakt. Charles Jacksons The Lost Weekend lezen en me mee laten voeren op die zee vol dronken, obsessionele gedachten, wakkerde een gevoel van herkenning en verwantschap aan. Maar net zo belangrijk was David Foster Wallaces Infinite Jest of Dennis Johnsons latere werk waarin hij het heeft over stoppen met drinken en nuchter blijven. Zij toonden dat beter worden niet per se moest uitlopen op het aanvaarden van de monotonie van het leven waarbij je samen met je vriend boven een kop thee voor je uit zit te staren en je afvraagt waar je het over zou kunnen hebben. Het nuchtere leven was niet alleen maar verveling, las ik in die boeken, het kon ook iets interessants en gecompliceerds zijn.”

En aan welk boek heb je dan het meeste gehad?

“Ongetwijfeld Infinite Jest. Nergens anders las ik zo secuur hoe verslaving aanvoelt. In een bepaalde scène is een vrouw aan het wachten op haar dealer. Pagina na pagina zit je in haar hoofd en leef je met haar mee. Zal hij haar bellen? Iedere keer er aan de deur geklopt wordt, voel je haar obsessie. Grandioos claustrofobisch is het. Het boek is niet alleen fantastisch goed wanneer het over verslaving gaat, maar ook over de manier om eruit te geraken. Het contextualiseert verslaving in de  wereld. Het gaat bijvoorbeeld ook over verslaving in termen van kapitalisme en monotonie, of hoe die verslaving inspeelt op onze constante nood aan vertier. In feite is er niets zo leuk als stomdronken Infinite Jest zitten lezen.” (lacht)

Hoe moeilijk was het om te accepteren dat je een alcoholiste was?

“Heel moeilijk. Vandaar dat ik een paar keer heb moeten proberen voor het lukte om er iets aan te doen. Ik zat niet zo met het sociale stigma. In de kringen waarin ik me bewoog kon ik zonder enig probleem zeggen dat ik een alcoholiste was. Niemand die me daarom anders zou behandelen. Mensen zijn nogal eens verrast dat alcoholisme niet altijd betekent dat iemands leven compleet uit elkaar is gevallen. Ik functioneerde nog vrij goed, zowel sociaal als professioneel. De voornaamste reden waarom ik het er moeilijk mee had was wellicht dat dit betekende dat ik voortaan niet meer zou kunnen drinken. Ik hield zo veel van de drank dat ik mezelf lang wijsmaakte dat ik het wel in de hand had.”

Waarom koos je voor de AA? Had je geen problemen met het religieuze aura errond?

“Aanvankelijk wel, omdat ik absoluut niet religieus ben, maar ik wende er vlug aan. Voor mij was de AA een bijzonder diverse gemeenschap van gelijkgestemden. Je ontmoet er zowel werklozen als bedrijfsleiders. Die mensen hebben iets wat hen echt bindt, en dat is niet god, maar wel de alcohol. Ik vond het trouwens eerder een literaire dan een religieuze therapie. Het vertellen van verhalen is heel belangrijk bij de AA. Het idee is niet dat je jezelf verhalen vertelt om te kunnen overleven, maar wel dat je je verhalen aan anderen vertellen om ook hen te laten overleven. Al moet gezegd dat de verhalen waaruit de literatuur traditioneel bestaat heel anders zijn dan die in een AA-bijeenkomst. In de literatuur streef je sinds het twintigste-eeuwse modernisme originaliteit na, terwijl je die tijdens een AA-bijeenkomst net wil vermijden. Daar wil je steeds hetzelfde verhaal horen, om van die mantra te genezen.”

Heeft je alcoholverslaving uiteindelijk een betere schrijfster van je gemaakt?

“Alcoholisme maakt een mens obsessief, wat grote kunst kan opleveren. Tezelfdertijd zit je als alcoholist altijd op een eiland. Mijn eerste roman schreef ik toen ik verslaafd was en hij ging over drinken. Je zou het een inside job kunnen noemen die focuste op pijn en zelfvernietiging. Ik ben best trots op mijn schrijfcarrière sinds mijn ontwenning. Mijn essaybundel Examens in empathie was een groot succes. Mijn verslaving heeft me heel wat ervaringen opgeleverd. Zo had ik bijvoorbeeld nooit geweten wat het betekent om zachtjesaan weer een deel te worden van de wereld als ik niet eerst een dronkaard was geweest.”

Raymond Carver werd een workaholic nadat hij een alcoholic was geweest. Jij ook?

“Eens afgekickt zat Carver inderdaad de hele tijd te tikken op zijn schrijfmachine, als wou hij zo het spook van de drank op afstand te houden. Ik deed dat aanvankelijk ook. Ik ging in een koffiehuis zitten op de tijdstippen dat ik normaal aan het drinken was en probeerde te focussen op mijn werk, zodat het allemaal de moeite waard zou zijn. Alleen bleek dat veel moeilijker dan gedacht. Ik miste de alcohol zo erg dat ik me niet kon concentreren. Gelukkig is dat na acht jaar droog staan grotendeels weg, al is het soms nog steeds moeilijk. Wanneer de herfst aanbreekt, verlang ik bijvoorbeeld nog steeds naar de dirty martini waar ik ooit zo gek op was.”

“De hele wereld is schuldig,” schrijf je, “jullie hebben nooit gezegd dat het zo lekker was.” Moeten we jongeren waarschuwen voor de verleiding van de alcohol?

“Ik zou daarmee opletten. Hoe meer je mensen vertelt dat iets gevaarlijk is, hoe meer ze het willen doen, zeker jongeren. Het probleem met al die afradingscampagnes is dat ze je niet zeggen hoe fantastisch lekker die drugs wel zijn. Vandaar dat ik denk dat we beter op een open en eerlijke manier over drugs kunnen communiceren, dat ze gevaarlijk én lekker zijn en dat wat gevaarlijk is voor de een dat niet noodzakelijk ook is voor de ander. En inzetten op hulp in plaats van bestraffing natuurlijk. Verslaafden hebben geen moralistisch vingertje nodig, maar wel een uitgestoken hand.”

Je hebt een dochtertje van vijf maanden. Wat als zij ook de genetische aanleg van de Jamisons heeft?

“Voorlopig gaat het goed (lacht). Ooit hoop ik met haar hetzelfde gesprek te hebben als mijn vader met mij had, zodat ik haar kan waarschuwen voor het gevaar van de alcohol. Veel meer dan eerlijk zijn kan ik niet doen, denk ik, en hopen dat ze sterk genoeg zal zijn om te weerstaan aan de lokroep van de drank.”

Eerder verschenen in De Morgen