Dinsdag, 23 februari, 2021

Geschreven door: Volders, Sien
Artikel door: Stoel, Jan

Oogst

Waardigheid en veerkracht

[Recensie] Europese arbeidsmigranten worden vaak gedwongen naar het westen te komen om geld te verdienen. Er wordt hen van alles beloofd: goede huisvesting, een goed loon. Ze zijn echter afhankelijk van de werkgevers en agentschappen/bemiddelaars. Die bepalen, want zij hebben geld, macht. Het leidt soms tot schrijnende omstandigheden op het gebied van gezondheid, huisvesting, arbeidsomstandigheden. En wie komt er voor deze rechtelozen op? Wij sluiten onze ogen ervoor en vragen ons niet af wie die mensen zijn die in de slachterijen werken, die seizoensarbeid in de tuinbouw verrichten, die ervoor zorgen dat wij goedkope producten kunnen kopen.

Sien Volders (1983) heeft met Oogst een meeslepende geëngageerde roman geschreven die als een van de thema’s de arbeidsmigratie binnen Europa onder de aandacht brengt. Ze gebruikt daar fictie voor en laat voelen wat het betekent om arbeidsmigrant te zijn. Ze vertelt het verhaal vanuit twee perspectieven, dat van de hoofdpersonages Alina en haar elfjarige zoon Lucian.

“Sissend komt de bus tot stilstand op het marktplein. De deuren zuchten open.” Zo begint de roman. De Roemeense Alina en Lucian stappen uit op Sicilië en gaan op zoek naar een nieuw perspectief. Meteen voel je de beklemming op het dorpsplein waar de mensen naar hen kijken:

“Een wolvenroedel. De koppen laag, de ogen vervaarlijk, de prooi zo goed als gevangen, de buit al bijna binnen.”

Schrijven Magazine

Net als zoveel anderen hebben ze geen vrije keuze. “Het was Europa dat plots binnenkwam. Met de opening van de grenzen spoelde de goede arbeidskrachten weg, en kwamen per kerende stroom de ketens.” Supermarkten drukten de groentewinkels weg. Zo ook die van Alina’s ouders, die zonder inkomsten kwamen te zitten. De ongehuwde moeder Alina verloor haar werk als inkoper bij een textielfabriek toen die de productie naar Maleisië verplaatste. Er moet geld verdiend worden en daarom gaat ze werken op een tomatenplantage op Sicilië. Ze neemt haar zoon Lucian mee. Haar achterneef Dumitriu heeft voor haar een plek geregeld en reist ook mee, samen met zijn echtgenote Iona. Hij heeft de situatie ter plaatse rooskleuriger voorgesteld. Alina en Lucian worden ondergebracht in een krot, en tomatenkweker Giuseppe Cascone laat hen voor alles betalen, knijpt hen uit, minacht, discrimineert en vernedert hen. Aan de andere kant heeft de economie de boer ook in die situatie gebracht. De tomaten leveren op de veiling steeds minder op. Het loon van mannen kan hij niet langer betalen. Daarom laat hij vrouwen het werk doen. De neergaande spiraal doet zijn werk.

Alina wil haar zelfrespect, haar eigenwaarde bewaren. Dit thema meandert door de hele roman. Zo houdt ze de schijn op naar het thuisfront door te zeggen dat het allemaal goed gaat. “Een erf hou je proper, een bloementuin is essentieel, een huis hou je netjes en je nagels altijd schoon.” Een ritmische zin die nog een aantal keren terugkomt in het verhaal. Het krot waarin ze woont probeert ze op te knappen en ze legt zelfs een tuintje aan. Ze moet veerkracht tonen. Contact met andere vrouwen heeft Alina niet. En ze accepteert uiteindelijk haar lot.

Een derde thema in de roman is vriendschap. Lucian verkent de omgeving, sluit vriendschap met twee leeftijdsgenoten, Anwar en Paolo. Een verlaten herdershut op een verboden plek wordt hun ‘clubhuis.’ Anwar is een Tunesische jongen wiens vader op de tomatenplantage van Paolo’s vader werkt. Ze sluiten een bloedband, komen vanaf dat moment voor elkaar op. Lucian gaat naar school, leert de taal, helpt zijn moeder, ontdekt met zijn vrienden de wereld. Hij ziet dat Roemeense vrouwen zich prostitueren en schrikt daarvan.

“Nee wij zijn beter (dan de andere Roemenen, red.), we zijn ánders. En wat zij laten gebeuren, zal met ons nooit gebeuren, dat laat ik nooit toe. Nooit!”, zegt Alina.

Het verhaal van Lucian is er een van hoop op de toekomst. Hij past zich aan, zoekt contact. Bij Alina is een tegengestelde beweging te zien. Eerst staat ze bol van de veerkracht, maar langzamerhand boet die kracht in en lijkt ze zich neer te leggen bij haar situatie. Als ze haar moeder belt zegt ze :

“Het is niet zoals we verwacht hadden. Het werk is niet wat ik verwacht had, de mensen niet, het huis niet, niks. Maar dit is wat we hebben.”

Ook moederschap is belangrijk in de roman. Het blijkt al uit het motto aan Moeder van Gerard Walschap ontleend: “Een vrouw is onuitsprekelijk, maar een moeder dan.” Alina wil voor Lucian een goede moeder zijn, wil niet dat hij opgroeit in het krot en gaat denken dat hun manier van leven normaal is. Omgekeerd heeft Lucian veel respect voor zijn moeder en vraagt hij aan de vader van Paolo of zij niet bij hem mag komen werken. Zonder succes. Het gaat steeds slechter met Alina, maar ze houdt haar rug recht. Totdat Lucian in de herdershut ontdekt waartoe armoede kan leiden. Een aangrijpend einde volgt met de regels:

“De zon gaat weg
Keert morgen terug
Maar jij, mijn zoon
Keer jij nog terug?”

De roman laat de pijn van de mensen, het uitzichtloze voelen en zien. De geuren, de kleuren van de seizoenen op Sicilië word je gewaar: “Het landschap rondom hen vult zich met groen en bloemen, uitbundig en wild, alsof alles nu moet omdat het enkel nu kan, nog snel, voor de wereld weer te heet wordt.” En steeds is er bij Alina die veerkracht.

Volders verstaat de kunst om met veel gevoel en inlevingsvermogen een verhaal te schrijven over mensen die onder schrijnende omstandigheden proberen te overleven. Het verhaal bestaat uit korte hoofdstukken, korte zinnen. Nergens wordt het belerend. En toch is de thematiek van het verhaal stevig: uitbuiting, discriminatie, segregatie en vernedering. Sien Volders schrijft in een mooi ritme, ontroert en weet wat personages beweegt in sterke beelden neer te zetten. Als het gaat om teleurstelling schrijft ze bijvoorbeeld ‘Splinters in haar borstkas.’

Het verhaal is opgebouwd uit vier delen. Ieder deel is een liedtekst van de Siciliaanse zangeres Rosa Balistreri en past perfect bij de inhoud en de sfeer van dat deel, van ‘cu ti lu dissi’ (wie heeft het je verteld), via ‘Buttana di to mà’(Hoerenjong), ‘mi votu e mi rivotu’ (ik draai en ik draai), tot ‘terra ca nun senti’ (het land dat niet voelt) tot slot ‘ti nni vai’ (jij gaat weg).

Oogst vertelt een universeel verhaal van mensen die in onze tijd om economische redenen gedwongen worden elders te gaan werken en voor ons eigenlijk niet zichtbaar zijn. Het laat je anders kijken naar de kiloknallers en de goedkope tomaten in de winkel.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

2 reacties op “Oogst

  1. Mooie recensie weer, Jan. Mijn vrouw heeft het boek, ik ga het komende week meteen lezen. Om een beetje te begrijpen hoe wij tot dergelijke misstanden zijn gekomen en die blijkbaar klakkeloos accepteren, zou men ‘Fantoomgroei’ van Heijne en Noten eens moeten lezen. Fasten your seatbelts, you’re taking part in the rollercoaster ride… De enige wijze waarop wij een halt kunnen toeroepen aan uitbuiting is in het stemhokje.

  2. Ik vond het ook een goed boek, pakkend, zeer beklijvend bij momenten. Maar ik had net ervoor Noord gelezen, en daar was ik zo onder de indruk van, dat ik Oogst iets lager inschatte. Maar eigenlijk is dit een heel goed actueel boek. Het geeft je inderdaad een inkijk in het leven van sukkelaars. En drukt je met de neus op de feiten dat achter al die lageloonslaven échte mensen schuilen, met dezelfde gevoelens en verwachtingen als iedereen. Sterk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *