Woensdag, 11 april, 2018

Geschreven door: Boterbloem, Kees
Artikel door: Hartman, Rob

Oorlog & Revolutie

Was de val van het tsarenregime onvermijdelijk ?

[Recensies] Valt er nog iets nieuws te vertellen over de Russische Revolutie? Jazeker. De geschiedschrijving van de omwenteling stond heel lang in het teken van de Koude Oorlog. Dit conflict tussen het Westen en het communistische Oostblok is inmiddels geschiedenis – al geldt dit niet voor de tegenstelling tussen het Westen en Rusland en evenmin voor het beeld van de revolutie. Nogal wat zienswijzen uit de Koude Oorlog blijken diep ingesleten.

Waarom brak de Russische Revolutie uit? Het officiële communistische standpunt luidde dat het tsaristische Rusland zo achterlijk, vermolmd en repressief was geweest, dat de revolutie tegen het tsarenregime in februari 1917 onvermijdelijk was. Maar, zo werd in de Sovjet-Unie verkondigd, dit was niet meer dan een ‘burgerlijke’ revolutie, zodat het volgens de door Marx ontdekte ‘ijzeren wetten’ van de maatschappelijke ontwikkeling logisch was dat er in oktober 1917 nog een proletarische revolutie kwam. Die vond plaats onder leiding van de geniale Lenin, waarna de eerste socialistische staat ter wereld was gesticht. Serieuze historici in het Westen schetsten een heel wat genuanceerder beeld en wezen er dikwijls op dat de bolsjewieken zich die oktober met een staatsgreep meester hadden gemaakt van een authentieke volksrevolutie. Toch waren ook hier velen overtuigd van de onvermijdelijkheid van de ondergang van het tsaristische bewind, al was er bij hen ruimte voor de gedachte dat de revolutie na februari 1917 een meer liberale en democratische kant op had kunnen gaan. Andere historici geloofden dat als de revolutie niet was uitgebroken, Rusland na verloop van tijd een constitutionele, liberale monarchie was geworden. Het land was immers sinds het eind van de 19de eeuw in hoog tempo aan het moderniseren, op zowel politiek, economisch en cultureel als sociaal gebied. Volgens nog weer anderen was tirannie zo gewoon in Rusland dat het niet anders kon dan dat de wrede onderdrukking van de tsaren plaatsmaakte voor de nog wredere repressie en terreur van de bolsjewieken; met zo’n traditie kon er ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie geen democratische rechtsstaat komen.

Moderne historici benaderen de Russische geschiedenis minder normatief. Bij hen wordt duidelijk dat van ‘onvermijdelijke’ scenario’s geen sprake was, dat de ontwikkelingen in Rusland niet los moeten worden gezien van de internationale context – denk aan het imperialisme van de grote mogendheden en aan de Eerste Wereldoorlog – en dat niet zelden het toeval een grote rol speelde.

Het tsarenregime schoot tekort

In Oorlog & Revolutie benadrukt Dominic Lieven, auteur van het veelgeprezen Rusland tegen Napoleon (2009), dat de Eerste Wereldoorlog primair een Oost-Europees conflict was, waarbij voor Rusland vooral het bezit van de rijke Oekraïne op het spel stond. Hij beschrijft hoe Rusland zich in de twintig jaar voor 1917 van crisis naar crisis sleepte, zoals de nederlaag tegen Japan in 1904-1905 en de daaropvolgende revolutie. Er heerste inderdaad bijzonder veel onvrede, maar toch presenteert Lieven de ondergang van de Romanov-dynastie niet als onvermijdelijk. Hij wijst erop dat Ruslands falen in de Eerste Wereldoorlog meestal wordt overdreven en dat de definitieve ineenstorting van het Russische leger pas plaatsvond na de Februarirevolutie. Er vonden vanwege broodschaarste ongeregeldheden plaats in Petrograd – Sint-Petersburg klonk tijdens de Eerste Wereldoorlog te Duits, de stad werd omgedoopt – maar Rusland produceerde begin 1917 nog steeds voldoende voedsel. Door de oorlog waren transport en distributie echter moeilijk, zodat er in de grote steden soms gebrek heerste. De oorlog maakte duidelijk dat het tsaristisch regime tekortschoot. Het bleek niet berekend op het voeren van een moderne oorlog die een totale mobilisatie van de samenleving eiste. Het autocratisch bewind vertoonde autistische trekjes en was niet in staat voldoende draagvlak te creëren, waardoor uiteindelijk zelfs een groot deel van de maatschappelijke bovenlaag het vertrouwen in de tsaar verloor. Begin 1917 bleken de adel en de militaire top niet bereid om Nicolaas II in het zadel te houden.

C2W

Aan een zijden draadje

Dat het ook anders had kunnen lopen, komt naar voren in de bundel Keerpunten van de Russische Revolutie, waaraan naast Lieven nog andere bekende Ruslandspecialisten hebben meegewerkt, onder wie Richard Pipes, Orlando Figes en Edvard Radzinsky. Hier laat Lieven zien dat het tsaristisch bewind al in 1905-1906 op instorten stond, maar dat het onder meer overeind bleef omdat de andere grote mogendheden daar op dat moment veel belang bij hadden. De politieke en economische hervormingen die hierna onder leiding van premier Pjotr Stolypin werden doorgevoerd, droegen sterk bij tot de modernisering van Rusland. Het is niet ondenkbaar dat dit tot een meer vreedzame ontwikkeling in de richting van een constitutionele, liberale monarchie had kunnen leiden, maar door de moord op Stolypin in 1911 kregen de reactionaire krachten weer de overhand. De geschiedenis had ook een andere wending kunnen nemen op de avond van 24 oktober 1917. Lenin ging in Petrograd op pad om de Voorlopige Regering ten val te brengen en patrouillerende soldaten dachten dat hij een ongevaarlijke dronkenlap was. En wanneer Fanny Kaplans moordaanslag op Lenin op 30 augustus 1918 wél gelukt was, was alles waarschijnlijk óók heel anders gelopen. Dikwijls hing tijdens de extreem bloedige burgeroorlog die na oktober 1917 volgde, het lot van het bolsjewistisch bewind aan een zijden draadje.

Dat Lenin en zijn bolsjewieken aan de macht kwamen, deze wisten te behouden en zelfs een totalitair regime konden vestigen, kwam niet alleen doordat zij zelf zo vastberaden en meedogenloos waren. Ook de naïviteit, besluiteloosheid en/of het gebrek aan ruggengraat van veel tegenstanders speelden een belangrijke rol. Die ‘ijzeren wetten’ van het marxisme, waar de communisten zo graag mee schermden, bestonden natuurlijk helemaal niet. Het had op veel momenten heel anders kunnen uitpakken. De situatie in 1917 was opwindend, chaotisch en verwarrend. Helen Rappaport beschrijft dit heel indringend in Midden in de revolutie. Op basis van dagboeken, brieven, memoires en rapporten van voornamelijk Britten en Amerikanen die dat jaar in de Russische hoofdstad waren, schildert zij een levendig beeld van het uitbreken van de onlusten in februari tot en met de bolsjewistische staatsgreep in oktober. Een van de ooggetuigen was de toenmalige Nederlandse ambassadeur Willem Oudendijk. Hij beschreef later in zijn (Engelstalige) memoires de euforie van de Februari-revolutie, de desillusie en apathie die volgden op het onvermogen van de Voorlopige Regering om succesvol oorlog te voeren, en de gelaten verbijstering nadat de bolsjewieken hun ‘bajonettocratie’ hadden ingevoerd.

Lenin had eerst geen succes

Oudendijks Britse collega sir George Buchanan had zijn superieuren in Londen al in een vroeg stadium gewaarschuwd voor ene Vladimir Iljitsj Oeljanov, die onder zijn revolutionaire schuilnaam Lenin leiding gaf aan een socialistische splinterpartij waarvan de leden zich bolsjewieken noemden. In februari 1917 leken ze nauwelijks een factor van betekenis. Hoe deze ogenschijnlijk wereldvreemde theoreticus, die in Zwitserse ballingschap dogmatische boeken en brochures schreef waarin hij vrijwel alle andere socialistische denkers en politici voor rotte vis uitmaakte, uiteindelijk aan de macht kwam, blijft een van de wonderlijkste verhalen uit de moderne geschiedenis. Terwijl de Voorlopige Regering onder leiding van Aleksandr Kerenski de oorlog tegen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije wilde voortzetten, pleitte Lenin voor het sluiten van vrede. De Duitsers hoorden dit natuurlijk graag: wanneer Rusland zich terugtrok uit de oorlog hadden zij aan het westelijk front de handen vrij. Daarom besloot de Duitse generale staf de bolsjewiekenleider en enkele van zijn volgelingen, voorzien van veel geld om antioorlogspropaganda te bedrijven, van Zwitserland naar Rusland te transporteren. Catherine Merridale vertelt dit verhaal meeslepend in Lenin in de trein. Deze Britse historicus schreef eerder onder meer een indringend boek over het Rode Leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een ‘verzegelde’ trein – er werden onderweg geen papieren gecontroleerd – bracht Lenin en de zijnen in april 1917 via Duitsland en het neutrale Denemarken en Zweden naar het door Rusland geannexeerde Finland. Eenmaal aangekomen in Petrograd begon Lenin met een nietsontziende hetze tegen de Voorlopige Regering en riep hij de bevolking op een einde aan de oorlog te maken. Aanvankelijk had hij weinig succes en in juli moest hij, na een halfslachtige opstand, zelfs onderduiken in Finland. Het was vooral dankzij het organisatorisch genie van de voormalige mensjewiek Lev Trotski, die zich toen pas bij de bolsjewieken aansloot, dat Lenin eind oktober 1917 de macht wist te grijpen.

Na de revolutie kwam de Sovjet-Unie

Lieven behandelt vooral de internationale context van de revolutie, terwijl Rappaport en Merridale juist levendige sfeerbeelden van de gebeurtenissen schetsen. Wie in de eerste plaats een handzaam overzicht van het ontstaan en het verloop van de revolutie wil lezen, doet er verstandig aan De Russische Revolutie van Kees Boterbloem te kopen. Dit is verschenen in de reeks ‘Elementaire Deeltjes’ van Amsterdam University Press, goedkope boekjes die tal van onderwerpen beknopt behandelen. Boterbloem, hoogleraar geschiedenis aan de University of South Florida, schetst trefzeker de hoofdlijnen van wat er vanaf 1914 gebeurde en hoe de communistische partij, zoals de bolsjewieken zich vanaf 1918 noemden, een meedogenloze dictatuur vestigde die vooral na het aan de macht komen van Stalin de Russische samenleving onherkenbaar veranderde. In zijn eveneens onlangs verschenen boek Revoljoetsija! beschrijft Boterbloem in twee hoofdstukken het ontstaan en het verloop van de revolutie en gaat hij daarna uitgebreid in op de gevolgen van de communistische machtsovername. Zo beschrijft hij de burgeroorlog en de eerste pogingen om eenvolstrekt geleide economie in te voeren. Nadat dit ‘oorlogscommunisme’ de prille Sovjet-Unie op de rand van de afgrond had gebracht, voerde Lenin de Nieuwe Economische Politiek in, waarbij de dictatuur van de communistische partij nog werd aangescherpt, maar een deel van de economie weer kapitalistisch werd. Boterbloem vergelijkt dit met de koers die China vanaf 1978 is gaan varen en die het land enorme economische groei heeft gebracht. Vanaf 1928 koos Stalin echter weer voor een extreme vorm van planeconomie, terwijl hij in de jaren ’30 niet langer alleen politieke tegenstanders of ‘klassenvijanden’ meedogenloos vervolgde, maar ook de communistische partij voortdurend ‘zuiverde’ van vermeende of potentiële critici. Hierdoor beroofde hij het land van een groot deel van het noodzakelijke kader, wat er naast onder meer Stalins volkomen verkeerde inschatting van Hitlers intenties mede de oorzaak van was dat de Sovjet-Unie heel slecht voorbereid was op de Duitse inval in juni 1941. Boterbloem behandelt ook de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog en de ondergang van de Sovjet-Unie helder en beknopt. Hij stelt zich tot slot de vraag wat alles bij elkaar de betekenis van de Russische Revolutie voor de wereldgeschiedenis is geweest. Volgens hem is die aanzienlijk minder groot dan veel Westerse historici ten tijde van de Koude Oorlog dachten. Uiteindelijk is het communistische experiment faliekant mislukt en lijkt er inmiddels geen serieus alternatief meer voor de vrije markteconomie.

Catastrofaal

Het mag misschien waar zijn dat op de lange termijn het communisme een rimpeling in de wereldgeschiedenis is geweest, maar zoals John Maynard Keynes zei, ‘in the long run, we’re all dead’. Wie naar de geschiedenis van de 20ste eeuw kijkt, kan toch niet anders dan concluderen dat de Russische Revolutie en de vestiging van de Sovjet-Unie, die een inspirerend voorbeeld vormde voor talloze revolutionair gezinde types overal ter wereld, een immense en catastrofale betekenis heeft gehad. Denk behalve aan de buurlanden alleen al aan het aantreden van fascistische dictators in Italië en Duitsland na de Eerste Wereldoorlog. Natuurlijk speelden de politieke en geestelijke crisis die de oorlog in Europa had veroorzaakt een grote rol, en de economische crisis die na 1929 losbarstte. Het is echter zeer de vraag of Mussolini en Hitler zonder de communistische dreiging in het oosten aan de macht waren gekomen. Veel welgestelde en/of gelovige burgers vonden hen immers acceptabele verdedigers tegen de ‘rode horden’. En niemand kan zeggen dat de machtsovername van Hitler zonder gevolgen is gebleven.

* De data in deze bespreking zijn die volgens de destijds in Rusland gebruikte Juliaanse kalender, die toen dertien dagen achterliep bij de Gregoriaanse kalender die in het Westen werd gehanteerd.

Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine