Woensdag, 15 april, 2020

Geschreven door: Verbraak, Coen
Artikel door: Veen, Evert van der

Oorlogskinderen

Oorlog gaat eigenlijk nooit meer voorbij

[Recensie] In de inleiding van Oorlogskinderen stelt auteur Coen Verbraak goede en prikkelende vragen:

“Wat betekent het als je als jongen in de jaren dertig opgroeide in Berlijn, en je met je hakenkruisvlaggetje naar Hitler hebt staan zwaaien terwijl je vader Joods was? Hoe groeit iemand op die als baby in een jappenkamp heeft gezeten? Kun je nog wel gelukkig worden als je als meisje de verschrikkingen van Bergen-Belsen hebt meegemaakt? Hoe is het om pas als volwassen vrouw te ontdekken dat je vader niet alleen lid was van de NSB, maar ook actief meehielp aan razzia’s? Kan een zoon van een oorlogsheld wel bloeien in de schaduw van zo’n kolossale boom? Lukt het om van je vader te houden nadat je hebt ontdekt dat hij SS’er was? En neem je het je vader kwalijk dat hij jou als klein meisje inzette bij zijn gevaarlijke verzetswerk?”, pagina 12.

Deze vragen waarop niet zomaar een antwoord is te geven, nemen je direct mee in de verhalen van dit boek en leggen de onderliggende gedachte van dit boek neer. Hoe verschillend de oorlogsachtergronden van deze mensen, die toen kind waren, ook zijn, al deze mensen zijn op een of andere manier emotioneel beschadigd door wat zij als kind hebben ervaren.

Hun overeenkomst is dat zij zich moeilijk(er) kunnen geven aan anderen, vaak terughoudend(er) zijn en minder vertrouwen in andere mensen hebben. Ze zijn door de gebeurtenissen in de oorlog hun onbevangenheid verloren, de periode van hun kind zijn is getekend en vaak niet op goede wijze overgegaan in de fase van volwassenwording.

Heaven

Deze mensen zijn geen oorlogsslachtoffers in de directe zin van het woord en daarom hebben ze ook lang in de schaduw gestaan van hen die zelf omkwamen of die iemand verloren door oorlogsgeweld, verraad, verzet of door hun inzet als militair.

Deze mensen hebben de oorlog weliswaar overleefd maar de oorlog leeft wel in hen verder en gaat nooit voorbij zoals een aantal van hen ook verwoordt.

Het zijn mooi beschreven en indrukwekkende verhalen die in dit boek worden verteld zoals een Joodse onderduiker die Bergen-Belsen heeft overleefd, de zoon van een Duitse militair die dit als een schaduw over zijn leven ervaart, een vrouw die in een Jappenkamp heeft gezeten, een kind van een NSB’er die het zwart-wit denken graag wil nuanceren, een Duitse jongen die elke maand als het luchtalarm afgaat weer terugdenkt aan de naderende vliegtuigen die kwamen bombarderen.

Het boek roept mededogen op, ook jegens hen wier ouders aan de ‘verkeerde’ kant stonden. Deze kinderen hebben hier niet om gevraagd maar zijn destijds meegezogen in de waan van de tijd en juist zij hebben na de oorlog veel hatelijkheid en tegenwerking over zich heen gekregen.

De verhalen zijn liefdevol opgetekend. De mensen die vertellen, zijn op leeftijd en ook door de afstand in tijd, is de ondertoon van de verhalen wijs en overdacht. Maar tijd is betrekkelijk als het gaat om gebeurtenissen die je ziel hebben geraakt en dat in feite tot je dood toe zullen doen.

Daarom is het mooi dat deze verhalen – nu het nog kan en in dit bevrijdingsjaar – zijn opgetekend. Ze zijn belangrijk omdat ze ons dicht bij mensen brengen die op zeer uiteenlopende wijze dezelfde oorlog hebben meegemaakt.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles