Maandag, 22 maart, 2021

Geschreven door: Prins, Evert Jan
Artikel door: Visscher, Robert

61 eilanden in de Waddenzee

Op ontdekkingsreis langs alle 61 Waddeneilanden

In tien jaar tijd bezocht Evert Jan Prins alle 61 Waddeneilanden van Nederland, Duitsland en Denemarken. Hij zette zelfs illegaal voet aan wal op verboden eilanden en schreef er een prachtig boek over dat leest als een ontdekkingstocht.

[Recensie] “Eilanden zijn niet bedoeld om op rond te lopen, maar om naar te verlangen,” zei schrijver Boudewijn Büch ooit. Tijdens de lockdown las ik het nieuwe, vuistdikke boek 61 eilanden in de Waddenzee en lijkt die uitspraak meer dan ooit waar te zijn. Nu we door het coronavirus aan huis gekluisterd zitten en reizen niet wenselijk is, kan je met dit boek toch even in je hoofd op pad gaan. Op die manier droom je weg bij foto’s van stranden, vogels en duinen én leer je ook nog veel bij over de geschiedenis, biologie en waterbouwkunde.

Razende Bol

In Nederland denken we bij de Waddeneilanden vooral aan Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Maar er zijn er veel meer. De Groninger Evert Jan Prins bezocht ze alle 61. Van de vlakke zandplaat Razende Bol, vlakbij Texel, tot aan het Deense onbewoonde eilandje Langli met duintoppen van wel veertien meter hoog. Hij was er maar liefst tien jaar mee bezig en het boek leest daarom als een ontdekkingsreis. Opmerkelijk genoeg is Prins geen wetenschapper of schrijver, maar tandarts. Maar dat maakt zijn boek niet minder interessant voor wie zijn kennis wil vermeerderen over de Wadden: Prins weet ontzettend veel. Over elk eiland schrijft hij over de geschiedenis, bewoners, vogelsoorten en hoe hij er is gekomen.

Wandelmagazine

Dat laatste blijkt nog niet altijd even eenvoudig te zijn. Naar Schiermonnikoog kan je natuurlijk gewoon met de boot. Maar hoe komt je op de Richel, een zandplaat waar vooral zeehonden zonnen? Of op het Duitse onbewoonde Memmert? Met hulp van bevriende schippers of door wad te lopen, zo blijkt. Op die manier weet Prins alle 61 eilanden te bereiken. Dat is knap, want een aantal plekken zijn streng verboden gebied.

Neem het Duitse Potviseiland, dat officieel Kachelotplate heet (afkomstig van het Franse woord cachalot voor potvis). Daar mag je zelfs niet overheen vliegen, vanwege de beschermde diersoorten die er leven. Met een klein bootje weet Prins het stiekem toch te bereiken en struint hij illegaal een tijdje rond. Het is een kraamkamer voor zeehonden en kegelrobben en een rustplek voor tienduizenden vogels. Prins ziet helm, grillig gevormde duintjes en miljoenen schelpen. Als lezer kijk je nieuwsgierig over zijn schouder mee. Het zijn plekken die je zelf nooit zal aandoen, want het mag nu eenmaal echt niet, maar nu toch een beetje kunt bezoeken dankzij dit boek.

Opgegeten door de zee

Het valt op dat veel eilanden in het boek op elkaar lijken. Overal weer die duinen, grassen, vaak dezelfde soorten vogels en ook de zeehonden keren steeds weer terug. De Waddeneilanden hebben veel met elkaar gemeen. Maar genoeg opmerkelijke verschillen zijn er ook, met name hoe de eilanden zijn bebouwd. Neem het Duitse eiland Norderney. Daar vind je veel hoogbouw, flanerende badgasten en zelfs een schouwburg. Het wemelt er van de toeristen.

Volstrekt anders is het vlakbij gelegen Baltrum, waar je geen auto’s en zelfs geen fietsen vindt. Je mag er alleen wandelen of je verplaatsen per paard. Daar is geen hectiek, maar volledige rust. Weer andere eilanden zijn door ingenieurs aangelegd als verdedigingswerken, zoals Langlutjen. Daar vind je een groot pand met een gracht eromheen. Honderd soldaten konden er verblijven. Nu is het beklad met graffiti. Zo lijken de eilanden op elkaar, maar hebben ze toch allemaal een eigen identiteit. Prins weet dit goed in kaart te brengen.

Het meest interessante is misschien wel dat de eilanden nooit hetzelfde blijven. Ze veranderen voortdurend. Baltrum is bijvoorbeeld zo’n vijf kilometer naar het oosten opgeschoven. Simonszand verdwijnt langzaam en wordt opgegeten door de zee. Wetenschappers onderzoeken hoe deze eilanden bewegen, maar krijgen er nog maar weinig vat op. Het blijkt ongekend ingewikkeld om precies te voorspellen wat de invloed van het weer en de stromingen zal zijn. Ondertussen proberen bewoners zo goed en zo kwaad als het gaat de eilanden te beschermen tegen zee en zand. Om ervoor te zorgen dat het Duitse Scharhorn blijft bestaan moet er voortdurend zand worden opgespoten. Op Norderoog leggen jongeren rijstdammen aan in strijd met de zee. Soms zijn er ook gekke onbedoelde gevolgen, zoals op Langeoog waar het puin van door zandstormen verwoeste huizen voor landaangroei zorgt.

Ik bezoek al jaren met veel plezier de Wadden. Ik groeide op vlakbij Schiermonnikoog en kom er, net als op Terschelling, nog elk jaar. Als ik op vakantie ga, dan bezoek ik eigenlijk altijd een eiland in binnen- of buitenland. Ik heb dit boek daarom verslonden. Zelfs voor iemand met bovenmatige interesse in de Wadden, staat hier zoveel nieuws in. Maar ik denk dat het ook interessant is als je minder gek van eilanden bent dan ik. Prins is een begenadigd verteller. Hij weet verschillende vakgebieden moeiteloos met elkaar te verbinden. Ook staat het boek vol mooie anekdotes, bijvoorbeeld over de Duitse auteur Heinrich Heine die graag op Norderney kwam en klaagt dat de vrouwen naar vis stonken.

Ik raad iedereen aan om op reis te gaan met Prins. Laat je juist nu we vooral thuis moeten blijven, meevoeren naar al die wonderbaarlijke eilandjes en zandplaten. Geniet van de uitstekend geschreven teksten en prachtige foto’s. ‘Eigenlijk vind ik het jammer dat het af is’, schrijft Prins in het nawoord. En dat gevoel had ik ook toen ik het boek uit had. Ik ben al wat vakantieplannen gaan maken dankzij dit boek. Als het weer mag, dan zou ik dolgraag naar het rustige Baltrum gaan. Helemaal geen verkeer, alleen duinen, vogels, zand en zee.

Eerder verschenen op Kennislink