Zondag, 12 februari, 2012

Geschreven door: Siebelink, Jan
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Oscar

Weinig subtiele thrillernovelle

Oscar van Kervel vroeg de chauffeur, een korporaal van de Militaire Politie, hier te stoppen, hoek Groot Hertoginnelaan-Laan van Meerdervoort. Oscar was een klein uur geleden uit Londen aangekomen. De korporaal salueerde voor de Nederlandse officier in RAF-uniform. Oscar beantwoordde zijn militaire groet met een kort, onaf gebaar naar zijn pet, bedankte hem voor de snelle rit.’ We weten al heel snel heel veel, op de eerste pagina van Jan Siebelinks novelle Oscar, en in dat tempo gaat het door: Oscar komt, kort na de oorlog, Esmée condoleren, wier echtgenoot Id, Oscars strijdmakker, herbegraven wordt. Hij is nog steeds verliefd op haar, zij wil weten hoe Id gestorven is. Ze vertrekken, om de reis van Id en Oscar te reconstrueren. Het is de dubbele spanning van onbeantwoorde liefde en onbeantwoorde vragen die Siebelink uitwerkt, onderwijl emoties en omstandigheden uitleggend, en toewerkend naar een nachtmerrieachtige beschrijving van Ids dood. Daar werkt Siebelinks hijgerige stijl wél.

Die spanning, die drijft de structuur van het boek. Maar volgens mij is de kern van Oscar het laatste zinnetje van de voorpublicatie op Athenaeum.nl: ‘Van nature hield Oscar zich ter zijde.’ Dat merkt Siebelinks alwetende verteller regelmatig op (tienmaal, om precies te zijn), en het contrast met de macht die Oscar voelt als soldaat, als koerier voor het vaderland (het tweetal moet een lading goud van de Nederlandsche Bank naar Londen zien te krijgen, maar komt Duinkerken amper in), bepaalt het boek. Én verpest het, als het om de zoveel pagina’s expliciet wordt gemaakt.

Expliciet, en vaak overbodig expliciet. We staan aan het begin van de missie van Oscar en Esmée:

‘Zij nam direct een lange trek, haalde de rook diep over de longen. Deze kleine ceremonie was haar niet onbekend, herinnerde aan de tijd dat ze een liefdesverhouding hadden. Zij maakte geen toespeling op die tijd. Esmée stelde zich afstandelijk, gereserveerd op. Het was haar manier om de emoties onder controle te houden.’

Boekenkrant

Afstandelijk én gereserveerd, en dat met het doel emoties onder controle te houden: ijzersterke psychologie .

Maar misschien erger ik me gewoon aan die alwetende verteller die al op de eerste pagina al zijn kennis moet spuien. En die gekke dingen doet met de personages. Want we weten best veel van Oscar. Maar van Esmée? Bovenstaand citaat kan een inzicht van Oscar zijn, of van de verteller, maar we hebben haar nog niet horen denken , ze blijft wat enigmatisch. Totdat… ‘In Breskens, bij de haven, stond nu een zwarte Citroën. Bijna dezelfde als vijf jaar geleden. Esmée begreep dat nu de echte reis begon.’ Esmée op, we krijgen nu haar kant van het verhaal. Maar drie zinnen later: ‘Oscar zweeg. Het had geen zin haar te vertellen dat die opdracht belangrijk voor hem was.’ Esmée af. En even later is de verteller weer úít Oscars hoofd, en weet hij over hem te vertellen dat diens promotie hem ‘niet onverschillig [liet], zijn zelfbewustzijn groeide’.

Rommelig, net als de herhalingen: even later blijkt dat Oscar ervoor had gezorgd ‘dat vandaag bij de haven van Breskens een Citroën gereedstond’. En twee pagina’s na elkaar zijn er ‘lila krokussen onder de kale lindebomen’.

Er gaan ook dingen goed in dit boek. Een zin als ‘Om ons heen was de nederlaag’ roept heel veel op, door die botsing van lokaal, concreet enerzijds, en abstract anderzijds. En de spanning van liefde en kennis, die werkt naarmate we dichter bij de ontknoping komen, wél goed. Inderdaad, net als in veel ‘literaire’ thrillers is in Oscar het verhaal belangrijker dan subtiliteit: in eerst de officiële versie van Ids dood, dan Oscars eigen versie, en ten slotte zijn bekentenis aan Esmée, wordt het hijgerige van die eerste pagina’s, het expliciete van het boek, steeds effectiever. Daar duiken sensorische, concrete beschrijvingen op, niets ter zijde, niets afstandelijk of onder controle. Dan wordt Oscar goed. Dan wel.