Maandag, 29 juli, 2019

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Erp, Pepijn van

Papa telt zieke mensen

Epidemiologie voor slimme kinderen

[Recensie] Van menig beroep leg je niet een-tweedrie uit wat het inhoudt, laat staan dat je het een kind duidelijk kunt maken. Dat probleem had ook Jan Vandenbroucke: epidemioloog — al een opgave om het goed uit te spreken. Nee, dan had zijn vrouw het een stuk makkelijker, ook arts, maar wel een die ‘gewoon’ mensen beter maakt, dat begrepen zijn dochters wel. Toen die in de laatste klassen van de basisschool zaten, zo rond 1988, schreef Vandenbroucke voor hen een eerste versie van Papa telt zieke mensen, een kinderboek waarin hij uitlegt wat een epidemioloog doet.

Blijkbaar was het voor meer collega’s van Vandenbroucke een herkenbaar probleem en nu, dertig jaar later, is zijn boekje met steun van de Vereniging voor Epidemiologie uitgebracht: bijgewerkt en verfraaid met illustraties.

De uitleg van wat epidemiologie is, voert de jonge lezer eigenlijk vanzelfsprekend langs vakgebieden als demografie en de ontwikkeling van de geneeskunde. Het boek bevat hier helaas wel een aantal slordigheden. Sommige storen niet heel erg, bijvoorbeeld dat penicilline niet in 1932 maar in 1928  ontdekt werd, maar het toeschrijven van de ontdekking van de pestbacterie aan Louis Pasteur is iets dat een goede redacteur er toch uit zou vissen. Zo zijn er nog wel een paar vreemde historische ongelukjes.

De jonge lezertjes wordt ook voorgespiegeld dat mensen in grote steden, voordat rioleringen hun intrede deden, hun behoeften zomaar uit het raam wierpen. In het boek rept Vandenbroucke zelfs over leren paraplu’s die gebruikt werden om je tegen een drollenregen te beschermen. Het levert wel een grappige illustratie op.

Schrijven Magazine

Toch lijken me dit de aardigste hoofdstukken voor een basisschoolleerling. In het laatste hoofdstuk probeert Vandenbroucke aan de hand van een vijftal uitgewerkte onderzoeksvragen te illustreren wat epidemiologen zoal onderzoeken, bijvoorbeeld de kwestie of dikke vrouwen meer last hebben van hun gewrichten dan dunne (ja, maar verrassend genoeg niet alleen van hun knieën, maar ook van hun vingers) en of dunne vrouwen vaker iets breken (ja, maar het scheelt weinig, en ook dikke vrouwen breken wat vaker een bot dan vrouwen op gewicht). Maar dit hoofdstuk vergt volgens mij al best veel van leerlingen in groep 8. Alleen de slimmeriken die zich niet snel laten afschrikken door wat getallen en percentages zullen hier blijven lezen, ben ik bang.

Nieke (elf jaar, groep 8) las het boek op mijn verzoek en was er best over te spreken: “Het is leuk. Het is niet saai. Het is duidelijk uitgelegd. Het is een soort Jan Paul Schuttenboek, maar iets minder grappig. Ik zou dit gewoon ook lezen, het is geen straf of zo. Het is wel een boek dat als je Ă©Ă©n keer niet goed leest omdat je je aandacht er niet bij hebt, dat je dan weer een stukje terug moet om het opnieuw te lezen.”

Eerder verschenen in Skepter

Meer informatie: www.epidemiologie.nl/kinderboek