Woensdag, 17 april, 2019

Geschreven door: Bart Jaski
Artikel door: Wouter van Dijk

Perkament in stukken

Fragmenten met een verhaal

[Recensie] Vaak verschijnt bij een tentoonstelling een boek, bij Perkament in stukken was het echter precies andersom. Eerst was er het idee voor een boek over handschriftfragmenten uit de collecties van Het Utrechts Archief en de Universiteitsbibliotheek Utrecht, waarbij in de eindfase van de totstandkoming daarvan ook besloten werd tot een tentoonstelling. Hoewel het natuurlijk prachtig blijft om de perkamenten fragmenten met eigen ogen te aanschouwen, is een boek natuurlijk toch veel geschikter om de nodige verdieping en achtergrondinformatie over de fragmenten te presenteren.

In de middeleeuwen was perkament hét materiaal om op te schrijven. Al was het duur, het was ook erg duurzaam, en dat was belangrijk in een samenleving die hoe langer hoe schriftelijker werd. Toch raakte ook in de middeleeuwen geschreven stukken al overbodig, dit nam een grote vlucht na de uitvinding van de boekdrukkunst halverwege de vijftiende eeuw. Toen ruilden velen hun ouderwetse geschreven boeken graag in tegen moderne gedrukte exemplaren. Vaak werd echter het materiaal van overbodige boeken of geschriften hergebruikt. Perkament was sterk maar toch ook soepel, en was daardoor uitermate geschikt om nieuw gebonden boeken te verstevigen. Vaak worden er dan ook fragmenten van middeleeuwse boeken teruggevonden in boeken uit de vroegmoderne tijd, deze fragmenten worden ook wel maculatuur genoemd.

In¬†Perkament in stukken¬†zijn 35 van dergelijke hergebruikte fragmenten gebundeld. De herkomst en inhoud van veel van de stukken zijn onderzocht zijn onderzocht door geschiedenisstudenten van de Universiteit Utrecht. De besproken fragmenten zijn ondergebracht in een tiental categorie√ęn zoals recht, wetenschap, liturgie en literatuur. Voorafgaand aan de fragmenten schreven de redacteuren ieder een inleidend hoofdstuk. Marco Mostert beschrijft daarin het wetenschappelijk onderzoek naar handschriftfragmenten in nationaal en internationaal verband. Bart Jaski gaat in op de belangrijkste in Utrecht aanwezige collecties waarin middeleeuwse maculatuur te vinden is. De bibliotheken van de Paulusabdij, het Utrechtse Regulierenklooster en het kartuizerklooster Nieuwlicht bevatten wat dat betreft een schat aan middeleeuwse handschriften. Hetzelfde geldt voor de fragmenten die zijn overgeleverd in de boeken van kanunnik Huybert van Buchell en jurist Evert van de Poll. Kaj van Vliet richt zich op de fragmenten in de Utrechtse archieven, waarbij een onderzoek is gedaan naar de inhoud van de fragmenten die uit de Utrechtse kapittelarchieven bekend zijn. Daaruit bleek dat de fragmenten vooral over liturgie, canoniek recht en in mindere mate over theologie handelen, een goede afspiegeling van de dagelijkse bezigheden van de kanunniken.

De fragmenten die vervolgens onder de loep worden genomen zijn erg verschillend en beslaan een grote tijdsspanne. De verhalen die er achter schuilgaan zijn dan ook zeer afwisselend, wat ervoor zorgt dat er voor iedere lezer wel wat van zijn of haar gading te vinden is. Een interessant stuk is bijvoorbeeld een memorieblad uit het vroegere klooster Oostbroek bij De Bilt. Van dit oorspronkelijk twaalfde-eeuwse klooster zijn maar weinig geschreven stukken overgeleverd waardoor de memorielijst die het stuk deels vormde een welkome aanvulling vormt op de kennis die er van het klooster bestaat.

Scènes

Ook erg interessant is het artikel over de oudst bewaarde oorkonde uit het archief van de Utrechtse bisschoppen. Het is tevens het oudste archiefstuk in Het Utrechts Archief, echter niet het oudste stuk. Het betreft een enkele strook van wat eens een oorkonde was, uitgevaardigd door de Duitse koning Koenraad II in 1025. In Duitsland is een soortgelijke oorkonde uit hetzelfde jaar in perfecte staat bewaard gebleven, waardoor het mogelijk wordt te zien hoe de oorkonde er ooit uitgezien moet hebben. Een afbeelding hiervan is ook in het boek opgenomen.

Behalve de inhoud en betekenis van de fragmenten die centraal staat in veel van de bijdragen, zijn aan het eind van het boek ook nog enkele stukken opgenomen die de materi√ęle aspecten van de stukken bestuderen. Het artikel over inktvraat, het groene monster, laat daarbij mooi zien hoe de componenten van eeuwen geleden gebruikte inkt de materi√ęle staat van stukken nog steeds be√Įnvloeden. Gebruik van inkt met veel ijzersulfaat, hetgeen nogal eens voorkwam, zorgt er op termijn voor dat de ijzerdeeltjes zich door het perkament of het papier heen ‚Äėvreten‚Äô. Er ontstaan dan kleine gaatjes in het materiaal op de plaats waar letters stonden, met onleesbaarheid van de tekst en de vernietiging van de tekstdrager tot gevolg.

De grote afwisseling aan stukken en de verscheidenheid aan invalshoeken waarmee de handschriftfragmenten beschreven worden, zorgt ervoor dat een boek dat geheel gewijd is aan overgeleverde tekstflarden toch niet gaat vervelen. Het boek is daarbij prachtig ge√Įllustreerd, en zal voor iedere liefhebber een aanwinst op de boekenplank zijn.

Eerder verschenen op Hereditas Nexus