Dinsdag, 13 september, 2011

Geschreven door: Welagen, Robbert
Artikel door: Winter, Karlijn de

Porta romana

Madeleine-cakejes in Florence

Een vijftiger die zich niets meer van zijn verleden herinnert: het is een prikkelend uitgangspunt voor een roman. Vooral als hij terugkeert naar zijn geboortestad Florence, om daar ‘als een detective’ zijn vroegere ik terug te vinden. Hij begint namelijk even blanco aan die zoektocht als de lezer, en dat schept een band. Het is net een dropping: samen je weg zien te vinden op een onbekende plek. Prachtig toont Robbert Welagen in zijn vierde roman Porta romana wat het is om eerste indrukken op te doen in een stad die je vertrouwd moet zijn, maar je helemaal als nieuw voorkomt.

[Zie ook de voorpublicatie op Athenaeum.nl.]

Niet meer dan enkele flarden van herinneringen heeft Emilio Lastrucci, zoals Welagens hoofdpersoon heet, overgehouden aan zijn kindertijd. Zijn ‘episodische geheugen’ (het geheugen van de lange termijn) is hij bij een ongeval kwijtgeraakt. Tijdens zijn bezoek aan Florence kamt hij dag na dag de straten uit, brengt hij bezoek aan zijn geboortehuis; de kerk waar hij is gedoopt; zijn lagere school. Hij kijkt er rond met de hoop dat zijn vroegere ‘ik’ daar nog ergens rond zou waren.

Alles wat Lastrucci tijdens zijn wandelingen ziet, wordt geregistreerd. Welagen schrijft korte, bondige zinnen. Het zijn soms net foto’s, zo scherp staan de straten en gebouwen afgetekend. De hele stad neemt hij in zich op, zelfs het monumentale Palazzo Vecchio met naast de ingang de David van Michelangelo ziet hij als voor het eerst. Dankzij Welagens zintuigelijke manier van schrijven ervaar je ook als lezer de stad heel direct, alsof je in Lastrucci’s kielzog loopt.

Archeologie Magazine

‘Hij dwaalde door het centrum als een kind dat ’s nachts, in een groot landhuis waar hij voor de eerste keer logeert, op zoek is naar het lichtknopje. Half angstig, half nieuwsgierig viel zijn oog op het gordijn achter een venster, de binnenplaats van een palazzo met een boom, een deur, een shawl met bloemmotieven, de verweerde gevelletters van een bakker, een verbleekte modeposter, de katoenen luifels van winkels […].’

Achtervolgingswaan
Het is niet alleen de drang om Florence opnieuw te leren kennen die Lastrucci alert maakt, ook angst speelt hem parten. Het was immers niet zomaar een ongeval waardoor zijn hersens zijn beschadigd: het gebeurde in een vlucht, toen hij was ontvoerd door een bende die hem zijn spaargeld afhandig probeerde te maken. Dit alles komt aan de orde in een korte, maar – voor Welagens begrippen – actievolle scène aan het begin van het boek. De spanning blijft constant nasidderen: zouden zijn belagers hem in Florence toch niet op de hielen zitten?

Maar Porta romana is geen achtervolgingsroman. Veel meer dan om de plot (want echt veel gebeurt er uiteindelijk niet) gaat het om de identiteit van Lastrucci. In hoeverre is wie je bent verbonden met de plek(ken) waar je hebt gewoond? Kun je de band met je geboortestad verliezen en zo ja, hoe bouw je die weer op? Want dat Lastrucci dat wil, dat is duidelijk – dat drijft zijn hele zoektocht. In Florence zoekt hij houvast, die stad zou hem moeten helpen weer iemand met een geschiedenis, met een verhaal te worden.

Vermist persoon
Lastrucci had waarschijnlijk gehoopt dat heel Florence vol Madeleine-cakejes lag. Dat hij, eenmaal teruggekeerd bij het gebouw dat zijn lagere school moest zijn geweest, al zijn schoolkameraadjes weer voor zich zou zien. En dat hij bij de muziekschool weer het mooie meisje zag met wie hij samen op klarinetles zat. Dat hij, al dwalend door zijn geboortestad, zijn herinneringen bij elkaar kon sprokkelen.

In plaats daarvan blijft de stad een ‘ontoegankelijk fort’ voor hem, en gaat hij in plaats van nieuwe jeugdherinneringen overal dreigingen zien. De stemming in de roman wordt naar het einde toe dan ook steeds donkerder. ‘Zijn vroegere leven was als een vermist persoon. Spoorloos verdwenen’, concludeert Lastrucci ergens. Zijn kinderjaren blijven net zo leeg als zijn inmiddels onbewoonde geboortehuis, met zijn kale plavuizen vloer en de klapperende ramen.

Toch glijdt Porta romana niet helemaal af in angst, eenzaamheid en zwartgalligheid. Je jeugdherinneringen terugvinden, dat blijkt onhaalbaar – daar komt Lastrucci ook achter. Maar je een plek weer eigen maken, dat lukt misschien wel. En zo blijft Lastrucci dromen.

Die drive, van een zoekende man, zorgt dat je in Porta romana tot het einde toe verlangend door leest. De geluiden en kleuren van Florence, steeds met zo’n intensiteit beschreven, neem je ondertussen even gulzig op als Lastrucci zelf. Alle hoop en teleurstellingen lijken immers daarin besloten te leggen. En dat is misschien nog wel het knapste aan deze roman: dat Welagen in amper 160 pagina’s, haast puur door zijn beeldende beschrijving van de stad en zonder veel te hoeven uitweiden, zo’n complexe worsteling met identiteit oproept.