Vrijdag, 22 mei, 2020

Geschreven door: Rooy, Jan de
Artikel door: Nooij, Marjon

Prins Hendrik

Een rusteloos leven

[Recensie] Na de goed ontvangen verhalenbundel Arme tak is onlangs deze nieuwe bundel van de hand van Jan de Rooy uitgekomen, met diverse verrassende verhalen. De titel van het boek is ontleend aan het verhaal met dezelfde naam. De ik-verteller is op de fiets onderweg naar de Slachthuiskade, gelegen in een armoedige buurt, met opengescheurde vuilniszakken op straat, slordig geparkeerde auto’s, met onkruid overwoekerde wrakken en huizen met verveloze, scheefgezakte deuren.

De ik-figuur heeft al langere tijd last van aanhoudende hoofdpijn en slapeloze nachten en heeft derhalve een afspraak gemaakt met mevrouw Speksnoer om hem ‘in zijn kaarten te laten kijken’. Ze roept de ik-figuur met veel omhaal naar boven. Eenmaal binnen blijkt het er naar kattenpis te stinken. Een papegaai vloekt krijsend en laat zich alleen de snavel snoeren wanneer er een doek over de kooi wordt gegooid. Mevrouw Speksnoer – noem me maar Carla – verstaat de kunst om haar sessies te rekken en voert hem whisky. Ondertussen zit haar broer, Prins Hendrik, op zijn balkon en weet zich van de prins geen kwaad.

“Het medium keek mij doordringend aan.
‘We komen op deze manier niet verder,’ zei ze, ‘laten we ontspannen op de bank gaan zitten.’
Ik wilde in een makkelijke fauteuil plaats nemen, maar dat mocht niet omdat het de plaats van Mimi was, de gemene poes. Ik moest naast Carla op de bank zitten die vol met kleren en kranten lag. We zaten dicht tegen elkaar aan, ik rook haar lichaam en de whisky. Ze legde een hand op mijn knie.
[…] ‘Wat wil je?’ vroeg ik.
‘We moeten even gaan liggen, je bent te gespannen omdat je jezelf niet accepteert. Laten we naar onze slaapkamer gaan.’ Ze duwde me in de richting van een deur op de overloop. ‘Onze slaapkamer,’ herhaalde ze.
Zou ze dat bed, die twijfelaar, delen met haar broer?”

Hoe zouden de hoofdpijn en slapeloosheid uiteindelijk oplossen in het niets? De verhalen zijn verschillend qua lengte, onderwerp en ook het perspectief wisselt van de eerste persoon naar de derde persoon enkelvoud. Met name de korte verhalen zijn heel kernachtig neergezet en met slechts weinig woorden – soms maar twee bladzijden – weet de auteur een inleiding, plot en verrassend einde te creĆ«ren. Hij verstaat de kunst om met die weinige woorden precies datgene te vertellen wat hij voor ogen heeft gehad. De manier van schrijven is filmisch te noemen.

Het zijn afspiegelingen van alle dag met een verrassende twist, die veelal flink wordt uitvergroot. De langere verhalen geven de lezer meer gelegenheid om zich in te leven in de hoofdpersoon, maar dat kan ook een puur persoonlijk gevoel zijn. In Kaviaar, een modern sprookje ziet de ik-figuur een meisje zwemmen die steeds langer lijkt te worden en zelfs achter haar eigen benen aan zwemt.

“Tussen de vakantiefoto’s die ik op het eiland Marmara heb gemaakt zit een kiekje van een zwemmende blondine. Men zou denken dat de benen, die een meter of twee achter haar schouders boven het water uitsteken, een ander toebehoren. Maar het zijn haar eigen benen. Hoewel?”

Een beklemmend verhaal is Koop een haan. De ik-figuur heeft tijdens een zomercursus Italiaans een nogal gereserveerde Deense ontmoet. De opluchting was groot toen ze halverwege de cursus terugvloog naar Denemarken. Uit beleefdheid werden er adressen uitgewisseld en zou het contact wel snel een wisse dood sterven. De Deense Marit echter stuurde hem elke maand steevast een kaartje met de vraag of hij niet naar Kobnhavn – Koop een haan – wilde komen. En zo geschiedde, maar Marit blijkt nogal veel van structuur te houden.

“Onder het eten werd er nauwelijks gesproken. Ik at weinig omdat al mijn handelingen nauwlettend werden gevolgd. Als ik mijn glas wilde neerzetten en de boog van mijn beweging leidde niet doelgericht naar het onderzettertje, dan schoof Marit dat naar de plaats van de verwachte landing. Op het tafelblad neervallende broodkruimels bleven niet langer dan enkele seconden zichtbaar; twee vingers zochten als miereneters naar de microscopische restantjes.”

Het centrale thema in deze bundel is de intermenselijke relatie tot de ander en wat voor gevoel het gedrag, gewoonte en houding van de ander bij je kan bewerkstelligen. De Rooy weet de lezer ook op een heel geraffineerde manier op het verkeerde been te zetten.Ā De spanning die wordt opgebouwd leidt de ene keer naar een onthutsend of ontluisterend einde en laat een andere keer de lezer met een glimlach achter.

De cover ziet eruit als een ouderwets cahier en doet misschien wat saai aan, maar mijn collega-blogger haalde laatst al eens aan; ‘Don’t judge a book by its cover’. Daar wil ik me volmondig bij aansluiten. Van een literaire kwaliteit zijn de meeste verhalen absoluut, maar er zit ook een enkel verhaal bij dat ik meerdere malen heb gelezen en het voor mezelf niet helder kreeg wat de onderliggende gedachte is. Maar goed ligt dat aan de boodschapper of aan de ontvanger? Wie zal het zeggen? Een heel mooie bundel die prachtig onder de kerstboom zal liggen.

Eerder verschenen op metdeneusindeboeken.