Woensdag, 2 november, 2005

Geschreven door: Reijn, Halina
Artikel door: Straalen, Eline van

Prinsesje Nooitgenoeg

Prinsesje blijft een verwend nest

Prinsesje Nooitgenoeg is de debuutroman van actrice Halina Reijn (1975). Reijn is vooral bekend van producties van Toneelgroep Amsterdam als Drie Zusters, Temmen van de Feeks en Scènes uit een Huwelijk, van haar rollen in de toneelstukken Hamlet en Lulu, en van haar aandeel in speelfilms als De Passievrucht en Zus & Zo. Momenteel werkt ze aan de door Paul Verhoeven geregisseerde film Zwartbroek. Hoewel Reijn in een interview met Barend en van Dorp duidelijk aangaf dat haar roman niet autobiografisch is – ‘het is niet mijn verhaal wat daarin staat’ – zijn de overeenkomsten moeilijk te negeren. De 29-jarige hoofdpersoon Anna Verbrugge repeteert zelfs dezelfde toneelstukken als de auteur.

Hoewel Anna een leven leidt waar velen alleen van kunnen dromen, is ze niet gelukkig. De prachtige rollen, de audities, de etentjes met haar toneelvrienden, de nachtelijke gesprekken en de feestjes: ze heeft er genoeg van. De loze gesprekken met eveneens acterende vriendinnen over hoe moe ze zijn, kan ze niet meer aan. Ze wil meer. Anna wil iets nuttigs doen, iets belangrijks, ergens voor staan, van iets overtuigd zijn, een doel hebben. Ze wil arts zonder grens worden, of ontwikkelingswerker, of vredesbrenger, of terrorist. Ze wil zich verzetten tegen een wereld waarin mensen Jessica Simpson en Nicole Kidman als helden hebben en waarin ‘idealen op de mesthoop liggen’. Ze wil veel, maar doet weinig.

Gedreven in haar zoeken naar de zin van het leven raakt Anna steeds verder geïsoleerd van haar hysterische toneelschoolvriendinnen, haar collega’s en haar ouders. Vol overgave trekt ze zich terug uit de maatschappij. Ze gaat niet meer naar audities, neemt haar telefoon niet op en brengt haar dagen door met zeuren over de leegte van het bestaan. Haar doelloosheid wijt zij aan de vrije opvoeding die zij heeft gekregen van haar ouders. Tegen haar vader zegt ze: ‘Jullie hebben mij verkeerd gecreëerd, een kind zonder contouren, een boel kleuren en vlekken en licht, maar de omlijning ontbreekt. Die zijn jullie vergeten.’

Bij toeval komt ze in contact met de Tsjetsjeense klusjesman Vladimir. Vladimir is een gespierde, rokende Strijder die Nederlands spreekt als iemand die de inburgeringscursus heeft overgeslagen. In Vladimir vindt Anna eindelijk een doel. Ze geeft zich aan hem over en wil zijn pijn voelen, zijn gevecht vechten. ‘Neuk me voor je land, Vladimir.’ En dat is een klusje wat Anna’s Strijder natuurlijk best wil klaren.

Wandelmagazine

Met Oud en Nieuw wordt de Strijder meegenomen naar een bungalowpark in Drenthe waar Anna en haar inwisselbare toneelvrienden (Lulu, Tessa, Stephanie en Peter) het nieuwe jaar zullen inluiden. Anna hoopt met de hulp van Vladimir haar vrienden te kunnen bekeren en ze de leegte van hun bestaan te laten inzien. Maar in plaats van een weekend vol reflectie en overpeinzingen, wordt het een chaos waarin Anna de wanhoop nabij is. Oliebollenbeslag vliegt door de kamer, men slikt pillen en drinkt alcohol en seksuele spanningen bepalen de sfeer. Al haar hoop is gevestigd op enkele woorden van de Strijder die de anderen zullen bekeren. Maar wanneer hij dan eindelijk spreekt vervliegt ook Anna’s laatste vleugje hoop: ‘Zwembad is lang, ik hou van lang zwembad.’ Voordat de Strijder op nieuwjaarsdag voorgoed van het toneel verdwijnt, doet hij zich echter nog wel even te goed aan Anna’s vriendin Stephanie, en voorziet zichzelf van de nodige monetaire middelen. Anna keert terug naar Amsterdam en hervindt diezelfde dag haar passie nog in café De Smoeshaan waar collega-acteur Johan een prachtige monoloog uit Hamlet vertolkt en haar wijst op haar strijdtoneel dat zich in de Stadsschouwburg bevindt.

Prinsesje Nooitgenoeg is een roman die zou gaan over de hedendaagse geïndividualiseerde generatie die ten onder gaat aan een gebrek aan idealen en aan de leegte van deze tijd. Het plot weet de doelloosheid en het zoeken van de hoofdpersoon echter niet te ontstijgen. Anna lijdt aan, zo blijkt al snel, wat zij zelf een ‘kwartlevenscrisis’ noemt. Het grootste deel van het boek is ze aan het zeuren over haar huidige leven en aan het wegkwijnen op haar kamer. De manier waarop haar vrienden en familie haar gedrag en gemekker tolereren is tenenkrommend. Pas op pagina 76 is er voor het eerst iemand die zegt dat ze zich niet zo moet aanstellen: een verademing! Wanneer ze dan eindelijk iets vindt, blijkt het een Tsjetsjeense klusjesman te zijn die haar leven zin zou moeten geven. De belachelijkheid van deze oplossing maakt dat de lezer Anna’s crisis nauwelijks nog serieus kan nemen. Als je de wens van Anna om iets te melden te hebben, doortrekt naar dit boek, kan je niet anders dan concluderen dat het boek niets meldt. Het is een opeenstapeling van vragen over de zin van het bestaan, van oeverloos zeuren, hangen, huilen, klagen en moe zijn, van het missen van idealen en helden, en vooral van passiviteit. Wat deze roman nog enigszins redt is de aggressieve en directe schrijfstijl van Reijn. Al scheldend en vloekend baant ze zich een weg door de leegte en heeft met het schrijven van dit boek haar eigen leegte waarschijnlijk in ieder geval wat kunnen opvullen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *