Zaterdag, 18 maart, 2017

Geschreven door: Kruyff, Lizet
Artikel door: Lichtenberg, Caroline

Puntneuzen en Kersenpitten

Aan de keukentafel van Jeroen Bosch

Gerechten uit ‘ Cleyn Rome’

[Interview] Onlangs verscheen een kookboek met spannende verhalen uit de Middeleeuwen in Den Bosch, de tijd waarin Jeroen Bosch leefde. In het boek lees je wat mensen zoal aten, maar nog leuker: hoe jij de gerechten zelf ook kunt maken. We spraken met een van de schrijvers: Lizet Kruyff, voor de lezers van Archeologie Magazine zeker geen onbekende.

Vrijdag 16 september 2016 kwam het boek Puntneuzen en Kersenpitten, Verhalen en recepten uit de keuken van Jeroen Bosch, uit van de hand van Jeroen Thijssen en Lizet Kruyff. Wetenschapsjournalist Lizet Kruyff heeft wel wat met koken: ze schreef eerder kookboeken en jarenlang verzorgde zij een kookrubriek in Archeologie Magazine. Bij de presentatie van het kookboek in het Groot Tuighuis te Den Bosch maakte ze met wat hulp enkele gerechten uit het boek klaar. Daarna konden de gasten genieten van gerechten uit de Middeleeuwen.

Eten als een Romein

Een greep uit de lekkernijen: boekweitpannenkoeken met kersen, grauwe erwten met spek, venkelworstjes, Maroilleskaas en platte schol. Kortom gerechten uit ‘Cleyn Rome’. Zo werd Den Bosch ook wel genoemd in de 16e eeuw. Dit vanwege de talrijke kloosters, kerken en kapellen. Al vanaf de 14e eeuw is er een college van dertig kanunniken. Zij hielden zich bezig met kerkgezang en het beheer van de Sint-Jan.

Boekenkrant

Kruyff: “Ik werd vijf jaar geleden gevraagd te adviseren bij het Bosch Diner, dat op de Markt werd gehouden. Men vroeg of ik er niet eens wat leuke verhalen of lezingen zou kunnen geven. Al snel werd het idee voor een boek geboren. Maar er is al zoveel over Jeroen Bosch geschreven! En er zijn zoveel middeleeuwse kookboeken… Dus ik moest op zoek naar een originele aanpak.”

Toen Kruyff meewerkte aan een special voor Archeologie Magazine over Den Bosch ging ze naar de archeologen die haar vertelden over het onderzoek van plantaardig en dierlijk materiaal. “Kookgereedschap als de ‘mou- linex’ dat hier werd gebruikt, en gebruiksaardewerk zoals het puntneusje met de drie oortjes (een soort kroesje – red.). Ik ben later terug naar de archeologen gegaan en op basis van hun gegevens samen met collega en schrijver Jeroen Thijssen aan het boek begonnen.”

 “Schrokken ze allemaal als varkens?”

In het boek Puntneuzen en Kersenpitten vind je de recepten van deze gerechten, zoals witte kip met bruine saus, grauwe erwten, gebakken schol met saliesaus. Maar in het boek staan niet alleen de recepten uit de tijd van Jeroen Bosch. Ook verhalen van de mensen uit die tijd kregen hierin een plaats.

Schrijver Jeroen Thijssen kroop in de huid van bijvoorbeeld de messenmaker, het eiervrouwtje, de pelgrims, figuren die Jeroen Bosch schilderde en die hem wereldberoemd maakten. Wanneer je de verhalen leest, krijg je een levendig beeld van hoe het er in Den Bosch in de Middeleeuwen aan toe ging. Ook tafelmanieren worden beschreven. “Schrokken ze allemaal als varkens? Zitten ze met hun ongewassen handen aan het brood?”, vragen uit Puntneuzen en Kersenpitten.

Maar hoe weet je wat mensen aten in Den Bosch in de Middeleeuwen? Kruijff: “Door het vergaren, opbouwen en analyseren van historische gegevens. Je gaat kijken naar kookboeken uit die tijd. Ik bladerde door archieven en kwam er achter dat Den Bosch een internationale stad was, met veel handelsrelaties over heel Europa.”

Veel mensen uit Den Bosch gingen op pelgrimstocht. Ze gingen naar Jeruzalem en namen dingen mee naar huis. “Ook woonden hier Italianen, dus je gaat ook een Italiaans recept erbij doen. En ik kijk natuurlijk naar de schilderijen zelf. Het eten dat Bosch schilderde vergeleek ik ook weer met archeologische vondstenmateriaal en kookboeken. Opvallend was dat ze in Den Bosch heel Europees aten. Veel internationale ingrediënten en gerechten kwamen naar hier.”

Ook stelde Kruyff vast dat de Zwanenbroeders hutspot aten. “Op de hele oude rekeningen van de Zwanenbroeders ontdekten we dat er boodschappen werden gedaan met wortelen en specerijen om hutspot te maken.”

Schatkamers

Kruyff vond veel interessante dingen in de archieven, zoals het Stadsarchief en het Brabants Historisch Informatie Centrum. “Er zit zoveel informatie daar. Het zijn heuse schatkamers, die archieven. Als je dat koppelt aan de schilderijen en kookboeken… Dat is geweldig. En ik ging bij archeologen in de bibliotheek aan tafel zitten.”

De vijf jaren die Kruyff in het boek stak, hebben geresulteerd in een prachtig boek van zo’n 240 bladzijden vol mooie verhalen en lekkere recepten om je vingers bij af te likken.

Eerder verschenen in Archeologie Magazine