Woensdag, 24 juli, 2019

Geschreven door: Zweig, Stefan
Artikel door: Lierop, Tea van

Reis naar het verleden

Een ingetogen en intens verlangen

Dans le vieux parc solitaire et glacé
Deux spectres cherchent le passé

[Recensie] Om deze novelle in de juiste context te plaatsen is het nuttig om te weten dat in 1929 alleen een fragment van deze novelle gepubliceerd werd in een tijdschrift. De openingszin “Daar ben je” is raadselachtig, het is nog niet duidelijk wie de woorden uitspreekt en ook niet tot wie. De tweede zin onthult al iets meer, maar nog steeds ligt het verhaal als een mysterie ingepakt, het verlangen door te lezen is gewekt. Stefan Zweig weet de lezer te boeien. In De wereld van gisteren vertelt hij over het Europa van de eerste decennia van de twintigste eeuw en de onbezorgdheid van zijn jeugd in Oostenrijk. De dreiging die als een wolk boven Europa hangt loopt parallel aan de onbezorgdheid van de jeugd en Zweigs analyse is subliem. In deze novelle zoomt hij in op Ludwig, een chemicus afkomstig uit een arm milieu, die terechtkomt als privĂ©secretaris van geheimraad G, directeur van een groot bedrijf in Frankfurt am Main. Daar leert hij de liefde van zijn leven kennen. De positie van privĂ©secretaris moet hij tegen wil en dank uiteindelijk uitvoeren bij G. zelf, in diens riante woning waar ook de echtgenote woont waaraan hij zijn hart verpand heeft. De liefde is wederzijds en er volgt een tijd van heimelijk gestolen momenten, briefjes over en weer en passionele blikken.

“Hij herinnerde zich de koude rilling die over zijn handen naar zijn nek liep toen zijn hand in de schouwburg toevallig de hare raakte; honderd van die kleine flitsende herinneringen, nauwelijks bewust waargenomen kleinigheden, stortten nu als door opengebroken sluizen bruisend zijn bewustzijn in, zijn bloed in, en ze troffen hem weer rechtstreeks in zijn hart.”

In de literatuur vinden zij elkaar, tenslotte kun je vluchten in de veilige wereld van boeken! De versregels boven de titel zijn een vooruitwijzing naar wat staat te gebeuren. Ook in deze novelle speelt de oorlog een grote rol. Wanneer Ludwig voor de zaak naar Mexico moet om naar erts te zoeken is hij in eerste instantie opgetogen, maar meteen daarna volgt het besef dat hij dan gescheiden zal zijn van zijn geliefde. Ze zijn geliefden, maar nog geen minnaars in woord en daad, ze weten van elkaar, maar zijn voorzichtig. Bij beiden is de schok enorm, maar de periode van twee jaar is te overzien.
Het taalgebruik is beeldend. Er is continue een bepaalde spanning aanwezig die aanspoort tot verder lezen, hoewel het boek weinig pagina’s telt en de angst het te snel uit te hebben concurreert met de spanning. Als donderslag bij heldere hemel is daar WO I, alle plannen om na twee jaar alweer terug te zijn vallen in duigen, er rest een verlangen dat uiteindelijk niet zo vurig is als in het begin van de scheiding.
Wanneer de versregels van Paul Verlaine aan het eind van het boek terugkomen en Ludwig de ware betekenis ziet, wordt hem duidelijk wat het lot in petto heeft voor hem en zijn liefde.
De enorme en vernietigende invloed die WOI heeft op Ludwig en zijn geliefde, is een van de thema’s, maar minstens zo belangrijk is de dreiging van WOII, meteen na de eerste dient de tweede zich aan.
Dat het proza zo mooi is kan ik niet genoeg benadrukken, net als het hele proces van nabijheid en gedwongen afstand, de schaduw waarover Verlaine zo mooi dicht en de hoop en wanhoop wanneer Ludwig in het verre Mexico probeert de twee jaar van scheiding te overbruggen. Brieven zijn zijn redding:
“Haar dank bleek uit de brieven die hij van haar kreeg. In haar rechte handschrift en in rustige bewoordingen, die weliswaar hartstocht verrieden, maar in onderdrukte vorm, vertelden ze ernstig en zonder te klagen over het verloop van haar dag, en hij had het gevoel dat haar blauwe ogen vast op hem waren gericht, alleen de glimlach ontbrak, de wat kalmerende glimlach die alle ernst lichter maakte. Die brieven waren spijs en drank voor de eenzame man geworden. Hij nam ze maar al te graag mee op reis door steppen en bergen en had aan zijn zadel speciale tassen laten naaien, zodat ze beschermd waren tegen plotselinge wolkbreuken en het water van de rivieren die ze op hun expedities moesten oversteken.”
In deze prachtige novelle is Stefan Zweig er uitstekend in geslaagd de relatie te leggen tussen het liefdesleven van twee mensen en externe factoren waardoor zij keer op keer gedwongen worden hun idealen opzij te schuiven en proberen hun leven te hervatten zonder de hoop op te geven.
Over de auteur
Stefan Zweig (Wenen, 28 november 1881 – Petrópolis (bij Rio de Janeiro), Brazilië, 22 februari 1942) was een Oostenrijkse schrijver van Joodse afkomst. Zweig studeerde Germanistiek, Romaanse kunst en Filosofie in Oostenrijk, Frankrijk en Duitsland. In 1913 vestigde hij zich in Salzburg.
Als biograaf beschreef Zweig veel historische en literaire figuren uit het Europese cultuurgebied. Later schreef hij novellen en romans die opvielen door de psychologische benadering en het subtiele taalgebruik. [Bron: Wikipedia]
Eerder verschenen op metdeneusindeboeken