Vrijdag, 27 maart, 2015

Geschreven door: Natter, Bert
Artikel door: Seelen, Pim

Remington

Tussendoortje wordt hoofdgerecht

Er zijn schrijvers die zich jaren van de buitenwereld afsluiten om aan hun volgende kunststukje te werken. Een sterke roman schrijven vergt immers veel tijd. Bert Natter bewijst dat het ook anders kan. Hij kreeg een ingeving, begon ijverig te schrijven. Drie weken later was Remington klaar. Een ontwapenende road roman over een koppige mastodont die krampachtig vasthoudt aan zijn klassieke waarden en idealen. Het intieme verhaal van een vader die afscheid neemt van zijn zoon. Natter schrijft niet. Hij voelt.

Afscheid nemen bestaat

Natter begint in medias res. Het naamloze ik-personage rijdt over de Afsluitdijk. Zijn vader is zojuist verongelukt, maar hij ‘moet mee met de rest van het verkeer.’ Het leven gaat door. Hij blikt vanachter het stuur terug op betekenisvolle gebeurtenissen uit zijn verleden en de road trip die voorafgaat aan het fatale moment.

Hij is een dag eerder samen met zijn vader vertrokken uit Hamburg, in een verroeste Mercedes, richting Noord-Holland. Gaandeweg wordt duidelijk dat zijn reisgenoot bezig is afscheid te nemen: hij probeert het ritje steeds op te rekken met tijdrovende plaspauzes, pitstops bij wegrestaurants en zelfs een overnachting in een bed & breakfast. Ondertussen worden we deelgenoot van een moeizame vader-zoonrelatie:

‘Als ik één woord zou moeten kiezen om de verhouding tussen mijn vader en mij te karakteriseren, zou het zijn: afstand. En als ik twee woorden mocht gebruiken, zei ik: liefdevolle afstand.’

Wordt Vervolgd

Deze ‘afstand’ is aan het begin van de trip goed voelbaar, maar lijkt naar mate de reis vordert te verminderen. Vader en zoon groeien naar elkaar toe. We leren vooral die eerste – een gevierd dichter – kennen, middels typerende observaties:

‘Mijn vader droeg zijn doorgaans onberispelijke driedelige uniform, met wit hemd, maar dat had hij nog niet dichtgeknoopt, de manchetten staken nogal losjes uit de mouwen van het jasje. Zijn das hing aan een klerenhanger in de openstaande kast.’

Pijnlijke zwanenzang

De twee botsen voortdurend met elkaar. Ze kibbelen over kunst, muziek en geschiedenis. De vader is een fervent liefhebber van het ‘klassieke’; de ik-persoon – een conceptueel kunstenaar – van het ‘contemporaine’: een kleinschalige Querelle des Anciens et des Modernes. Natter heeft een podium om zijn liefde voor kunst te delen: van Schubert tot Soll LeWitt. Het levert soms pijnlijk realistische passages op. De vader neemt zelfs in zijn kunstzinnige anekdotes op een subtiele manier afscheid:

‘In het museum liep mijn vader meteen naar Victory Boogiewoogie van Mondriaan. Hij zei: “We hebben het in de krant kunnen lezen: de grote dode schilder schildert zijn laatste meesterwerk op de drempel van het leven.”‘

Huiler in nood

Natter gebruikt buitengewoon originele metaforen. In misschien wel de mooiste passage herinnert de zoon zich een heldendaad van zijn inmiddels overleden moeder. Een hulpbehoeftige zeehondenbaby – ‘een grote worst, of was het een weggewaaide vuilniszak?’ – bevindt zich op de middenberm van een snelweg: ‘Daar kroop het object van haar barmhartigheid als een drilpudding over de vluchtstrook.’ Het taalgebruik is aandoenlijk en komisch tegelijk. ‘Mijn moeder dook meteen op mijn jas en de zeehond glipte er bijna weer onderuit als een stuk zeep dat je onder de douche probeert te pakken.’ Hier is een geanimeerd verteller aan het woord. Hij voelt zijn woorden.

Natter beschikt over een groot inlevingsvermogen. Soms heeft hij iets te veel fantasie. Zo maakt de zoon experimentele kunstwerken, die ietwat vergezocht zijn (zoals een uitvergrote replica van zijn eigen schedel, gevuld met rood water). De creaties storen niet, maar ze voegen weinig toe aan het verhaal, dat het toch vooral moet hebben van zijn eenvoudige, persoonlijke setting. Ze vormen wel een treffend contrast met de aangehaalde klassieke werken.

In de woorden van de zoon: ‘Ik wil geen kunst maken die statisch is, die hetzelfde blijft, die stilstaat terwijl alles eromheen beweegt; als ik dat wilde, zou ik mezelf laten mummificeren.’ Natter is allesbehalve statisch, hij stapelt de ene dynamische observatie op de andere. Zijn ontwapenende, poëtische taalgebruik geeft Remington een hartslag.

De anonimiteit van de hoofdpersonages maakt het verhaal zowel intiem als universeel. Natter vertelt over zijn vader, jouw vader, mijn eigen vader. Onbevangen. Hij schreef de roman in drie weken; het duizelt wat deze auteur zou kunnen bereiken in drie jaar. In een interview met Kunststof zei Natter dat hij hoopte ooit iets te kunnen schrijven, waarvan een onbekende lezer ’s nachts niet zou kunnen slapen: een boek dat je móét uitlezen. Nou Bert, bedankt voor het verstoren van mijn slaapritme.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *