Vrijdag, 8 mei, 2020

Geschreven door: , Willem die Madocke maecte
Artikel door: Heijster, Karl van

Reynaert de vos

Wie houdt er nu niet van een schurk?

[Recensie] Wie houdt er nu niet van een schurk? Nou, de naaste omgeving van Reynaert de Vos, bijvoorbeeld. Op de hofdag van koning Nobel doen de dieren in het bos hun beklag over de misdaden van hun wrede buurman. De aanklachten liegen er niet om: moord, verkrachting, diefstal. Het is duidelijk: Reynaert hoort aan de strop, en liever vandaag dan morgen. Maar de sluwe vos is niet voor Ć©Ć©n gat te vangen. Elke bode die hem mee probeert te nemen naar het hof – Bruun de beer, Tybeert de kater, Grimbeert de das -, betaalt voor die onderneming een hoge prijs. En zelfs als het dan eindelijk lukt Reynaert voor het gerecht te krijgen, zijn zijn streken nog niet aan hun eind. Wat zal zegevieren: het recht of de vos?

De vos, natuurlijk. Dat kan iedereen met een middelbareschooldiploma en een oplettend oor tijdens de les Nederlandse literatuur beamen. Van den vos Reynaerde heet een hoogtepunt in de middelnederlandse literatuur – en terecht. De bijtende satire van Willem die Madocke maeckte – meer is er over de schrijver niet bekend – is even vlot als hilarisch. 

Het eenvoudige dierenverhaal – een epos vermomd als fabel – legt genadeloos de zwakke en hypocriete aard van de mens bloot. Want hoewel Reynaert een duivel in hoogsteigen persoon is, maakt dat van zijn tegenstanders nog geen engelen. De personages in het boek worden stuk voor stuk gedreven door egoĆÆstische impulsen – en dat is precies waarom de vos hen elke keer opnieuw te slim af is. Het grootste verschil tussen bijvoorbeeld Reynaert en Nobel zit hem niet in de goedheid van hun karakter, maar de eerlijkheid waarmee ze dat karakter beoordelen. Zowel Reynaert als de koning hongeren – naar bloed en geld respectievelijk -, maar de alleen de eerste komt daar eerlijk voor uit. Geen wonder dat de vos, ondanks al zijn streken, als held uit de bus komt.

Het probleem is alleen: bijna acht eeuwen evolutie van het Nederlands hebben Willems dichtwerk volslagen ondoordringbaar gemaakt voor de hedendaagse lezer. Treuren is echter onnodig: onlangs is Van den vos Reynaerde door Uitgeverij kleine Uil opnieuw uitgebracht als Reynaert de Vos, in een sprankelende vertaling door Ard Posthuma. Hierin is het origineel op de linkerbladzijde afgedrukt, en de vertaling rechts. Het dichtwerk is daarnaast verlevendigd met gestileerde dierensilhouetten van RiĆ«tte van Zwol. Een lofzang op Posthumaā€™s heerlijk leesbare rijmwerk is onnodig. Liever citeer ik ter illustratie een fantastische passage waarin Reynaert, zijn publiek bespelend, de oorsprong van zijn gecorrumpeerde aard uit de doeken doet:

Sociologie Magazine

(…) heren, sta me toe
dat ik u uit de doeken doe
hoe of ik, onnozele ziel,
ooit op een dag tot moord verviel,
hoewel ik toch van vroeg tot laat
was gespeend van alle kwaad,
tot ik de moederborst ontgroeide
en met lammetjes rondstoeide
en van hun geblaat genoot,
daarbij beet ik er eentje dood.
Ik nam een likje van het bloed,
dat smaakte zo bijzonder goed
dat ik ook al het vlees opat,
en, ach, zĆ³ heerlijk vond ik dat,
dat toen ik weer iets hoorde blaten,
opnieuw het bijten niet kon laten;
eerst in het bos twee bokjes maar
en daags daarop een tweede paar.

Je zou haast nog medelijden krijgen met die arme, willoze ziel! Maar het is volslagen onzin, natuurlijk. Een vos is een vos, en een vos moordt. En hij speelt, bovendien, maar alleen wie zich wil laten bespelen. Dat is een les die de middeleeuwse Nederlander zich na het aanhoren van dit fantastische dichtwerk ongetwijfeld goed in de oren zou knopen. Dankzij Posthuma is die les nu ook voor de eenentwintigste-eeuwse Nederlander beschikbaar. Wat mij betreft maakt dat van hem een held, en wie houdt er nu niet van een held?

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles