Zaterdag, 2 november, 2019

Geschreven door: Stoffels, Maren
Artikel door: Voskamp, Nico

Room service

Er loert een creep op ons. Maar wie?

[Recensie] Het motto voorin dit boek is een tekstregel van Eminem: “The truth and my lies now, are falling like the rain, so let the river run.” Daar spreekt van alles uit: wraak, gerechtigheid, genoegdoening, zuivering, afrekening. Er moet iets vereffend worden, zoveel is duidelijk, en hier gaat dat een groepje van vier vrienden treffen.

Prima idee voor een superspannend verhaal: een engerd die rond het groepje van vier hangt, ergens een onzichtbare persoon die elke beweging observeert. De vrienden vieren een verjaardag in een luxe hotel. Ook een goede setting: een afgesloten ruimte zorgt als een snelkookpan al snel voor (onderlinge) strubbelingen. Dat gegeven brengt al spanning teweeg.

Na die voorbereidende stappen tilt Maren Stoffels tipjes van de sluier op door dreigteksten op brieven te introduceren. Teksten die bijvoorbeeld zeggen: “Het is bijna zover. De datum die ik nooit meer zal vergeten. Het is de dag waarop ze haar hebben vermoord. En het wordt de dag waarop ik een van hen zal vermoorden.”

Scènes

Oké, duidelijk. Tijd om op je hoede te zijn, over je schouder te kijken en donkere steegjes te mijden. Volgende stap van Stoffels: niet alle vier de vrienden weten dat er dreigteksten zijn. Alleen Fender weet het, omdat hij de dreigbrief heeft gekregen.

Al deze onzekerheid, suspense en raadsels poppen op in die eerste drie hoofdstukken. Het zijn losse eindjes die de lezer bij elkaar moet zien te voegen voor een samenhangend verhaal. Of dat lukt, is een beetje twijfelachtig. De vertelperspectieven van de vier vrienden wisselen zo snel dat we moeite hebben om de personages te plaatsen. Zo doet Stoffels haar best een spannende sfeer te creëren, maar die spanning wil in het begin nog niet echt van de grond komen.

Dat wordt beter als we stug een aantal hoofdstukken doorlezen. We leren de vier vrienden en hun onderlinge relaties/frustraties/verliefdheden kennen en komen te weten dat de creepy dreigtekstenschrijver een schrijfster is, een zekere Isolde. Fender kent haar, vandaar dat hij ook de brief kreeg, gokken wij. Maar Claus blijkt ook voorkennis te hebben en dat maakt dat die twee niet direct vriendjes worden:

“FENDER

Al mijn woede komt samen in dit ene moment, Claus krijgt niet eens de kans iets te zeggen want ik pak zijn colbertje beet en sleur hem de gang op. Hij valt op zijn knieën en roept dingen die niet tot me doordringen. Zelfs de woorden van Linne gaan compleet langs me heen. Hoe durfde hij haar op te zoeken terwijl ik met haar was? Hoe durfde hij Kate opnieuw kapot te maken? Hij heeft geen enkel idee door wat voor hel wij vorig jaar zijn gegaan.”

Deze heksenketel moet haast wel een knallend einde krijgen, en dat is ook zo. Een strak boek, met de juiste versnellingen en spanningen op de goede momenten in turbotaal. Maren Stoffels voegt weer een meeslepend boek toe aan haar al rijke oeuvre.

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles