Donderdag, 21 november, 2019

Geschreven door: Vogelaar, Christiaan
Kamp, An Van
Brown, Christopher
Artikel door: Deckx, Bart

Jonge Rembrandt

Schitterende blik op de beginjaren van Nederlands grootste schilder

Museum De Lakenhal in Leiden en het Ashmolean Museum in Oxford programmeren in 2019 en 2020 de tentoonstelling Jonge Rembrandt / Young Rembrandt, de grootse tentoonstelling ooit die aan de beginjaren van de schilder gewijd werd. Het boek Jonge Rembrandt van Brown, Van Camp en Vogelaar begeleidt de tentoonstelling – al biedt het veel meer dan een simpele catalogus.

[Recensie] Op 15 juli 1606 werd in Leiden Rembrandt van Rijn geboren, zoon van molenaar Harmen Gerritsz. van Rijn en Cornelia Willemsdr. van Zuytsbrouck. Opgroeiend in een welvarende familie werd de jonge Rembrandt naar de Latijnse school gestuurd als voorbereiding op universitaire studies. Interesse voor de academische wereld had hij echter niet. Zijn talenten lagen elders. Hij ging in de leer bij Jacob van Swanenburg en later bij Pieter Lastman. Na een korte periode in Amsterdam, stichtte hij in 1624 zijn eigen werkplaats in Leiden – het officieuze begin van zijn carrière. In Leiden was er beduidend minder concurrentie op de markt van de portretschilderkunst. Vier jaar later kreeg Rembrandt zelf zijn eerste leerling: Gerrit Dou. Tallozen zouden volgen. Met het groeiende succes steeg ook de druk om definitief naar Amsterdam te verhuizen. Deze belangrijke stap zette hij in 1631, in een samenwerkingsverband met Hendrik van Uylenburgh, wiens nichtje Saskia uiteindelijk Rembrandts eerste vrouw zou worden. Op 1 mei 1635 verhuisde de familie naar de Doelenstraat, in de rijke buurt van de hoofdstad – het einde van de jonge jaren.

In Jonge Rembrandt komt een breed scala van onderwerpen en media aan bod: prenten, schetsen, etsen en schilderijen; historiestukken, portretten, Bijbelse taferelen, voorstudies … Het boek biedt een schitterende blik in zijn groeiproces. We zien zijn stijl tot bloei komen. In zijn weinige brieven schrijft Rembrandt dat hij schildert met “die meeste ende die naetuereelste beweechgelickheijt.” Hij wou emoties intens afbeelden, op zijn eigen manier. Rembrandt was overigens geen wonderkind. Hij moest echt moeite doen om het vak van schilder te leren, hard werken was cruciaal om zijn gigantisch potentieel te verwezenlijken. Zijn doorzettingsvermogen was quasi onbegrensd, net zoals zijn zelfverzekerdheid. Hij was overtuigd van eigen kunnen, wat verklaart waarom hij vanaf het begin zelfportretten schilderde.

Met Jonge Rembrandt krijgt de lezer meer dan zomaar een catalogus, hij krijgt inzicht in de ontwikkeling van die geheel eigen stijl, hij ziet hoe Rembrandt worstelde om Nederlands grootste schilder te worden. Het boek is rijkelijk gestoffeerd met afbeeldingen uit andere musea en achtergrondinformatie bij de werken. De vier inleidingen belichten verschillende aspecten van het leven van de jonge Rembrandt – al kunnen ze soms wat langdradig en opsommend worden. Een prachtig uitgegeven werk, ook fijn om thuis te bekijken als de tentoonstelling onbereikbaar is.

Trouw

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

De tentoonstelling Jonge Rembrandt is tot en met 9 februari 2020 te zien in De Lakenhal in Leiden.