Vrijdag, 14 augustus, 2020

Geschreven door: Toptas, Hasan Ali
Artikel door: Groot, Ger

Shadowless

Het is een kunst om magisch-realistisch te verdwijnen

[Recensie] In een klein Turks gehucht, verloren in het allerverste binnenland, verdwijnen van tijd tot tijd mensen. Eerst was het de dorpskapper die met de noorderzon vertrokken leek. Nu is het het mooiste meisje uit het plaatsje dat onvindbaar blijkt. Ontvoerd, denken de dorpelingen. Ligt er een doem over het plaatsje die mensen op mysterieuze wijze verplaatst naar elders, waar ze misschien hun gewone leven voortzetten?

Rond dat gegeven heeft de Turkse schrijver Hasan Ali Toptas de roman De schaduwlozen opgebouwd, waarmee hij een gooi doet naar een internationale doorbraak. De ingrediënten zijn veelbelovend. Het pittoreske dorp dat Toptas beschrijft, is exotisch genoeg om de nieuwsgierigheid te wekken, maar de emoties en gedragingen van de inwoners bevestigen dat mensen overal hetzelfde zijn.

Toptas drenkt zijn vertelling in een magisch-realistische sfeer die hem tot de García Márquez van de Turkse letteren had kunnen maken, als hij de vanzelfsprekendheid van die laatste had kunnen evenaren. Maar in De schaduwlozen betoont hij zich als schrijver daarvoor te zeer van zichzelf bewust. Niet de zorgvuldig geconstrueerde naïviteit van Márquez heeft de overhand, maar het ironisch postmodernisme dat laat zien dat een roman ook maar een constructie is.

Toptas bereikt dat effect door twee verhalen door elkaar heen te vertellen. In het ene volgen we de wederwaardigheden van het geplaagde gehucht, grotendeels gezien vanuit de kapperszaak waarin de mannelijke dorpelingen elkaar ontmoeten. In het andere is een ik-figuur aan het woord, ook al zittend in een kapperszaak, maar nu in een grote stad. Wachtend op zijn beurt dwalen zijn gedachten af naar de dorpsgebeurtenissen waarin zijn fantasie zich steeds verder verliest. Dat deze ‘ik’ na enige tijd een romanschrijver blijkt te zijn, komt niet meer als een verrassing.

Archeologie Magazine

Zo is De schaduwlozen een roman én een vertelling over de manier waarop die roman tot stand komt en waarop de schrijver daarin elementen uit zijn alledaagse omgeving verwerkt. Toptas verweeft die twee lijnen knap met elkaar, maar die vertellersacrobatiek zit het dorpsverhaal wel in de weg.

Niet omdat Toptas in zijn hang naar het mysterieuze met nogal wat losse eindjes blijft zitten; dat behoort min of meer tot het genre. Maar omdat de lezer niet de kans krijgt zijn ongeloof op te schorten en zich door de magie van het verhaal te laten meeslepen. Toptas dwingt hem ertoe een buitenstaander te blijven en dat werkt juist bij een magisch-realistische roman niet goed. Alle kunstgrepen blijven duidelijk zichtbaar en vallen dan al snel als schrijverstrucjes door de mand. Dat is misschien een feest voor de literatuurwetenschapper, maar voor de romanlezer is het een gemengde zegen.

Eerder verschenen in NRC