Vrijdag, 12 maart, 2021

Geschreven door: Stuart, Douglas
Artikel door: Jager, Koen de

Shuggie Bain

Rauw verhaal

[Recensie] Shuggie Bain is de debuutroman van de Schots-Amerikaanse schrijver Douglas Stuart die hem direct de prestigieuze Booker Prize 2020 opleverde (niet te verwarren met de International Booker Prize van dat jaar die Marieke Lucas Rijneveld won). Het boek gaat over het jongetje Hugh ‘Shuggie’ Bain, die in de jaren tachtig zijn jeugd doorbrengt in een vervallen sociale huurwoning in Glasgow.

Zijn vader is Shuggie senior, een taxichauffeur die nachtdiensten draait en iedere vrouw probeert te versieren die hij kan. Zijn moeder, Agnes, is verslaafd aan alcohol. Verder heeft hij een zus Catherine en een broer Leek. Wat Stuart meteen goed doet is de sfeer en het tijdsbeeld van Glasgow beschrijven waarin het gezin woont. Het is een prettige constante in dit boek;

“Shug drukte het gaspedaal dieper in. De stad was aan het veranderen, hij zag het aan de gezichten. Glasgow was zijn bestemming kwijt…Hij hoorde zijn klanten klagen over Thatcher, die neerkeek op eerlijke arbeid en meer zag in technologie, kernenergie en particuliere gezondheidszorg. De tijd van industrie was voorbij en de geraamtes van Clyde Shipworks en Springburn Railworks lagen als rottende dinosuarussen verspreid over de stad.”

Shug senior is zijn gezin en vooral zijn vrouw zat en laat ze achter in een kleine huurwoning aan de rand van Glasgow. De sociale controle is er groot en het nieuwe gezin ligt er onder een vergrootglas. De kleine Shuggie heeft het moeilijk want de buurtkinderen komen er al snel achter dat hij ‘anders’ is. Zijn moeder Agnes verliest zich in de drank. Zus Catherine vertrekt naar Zuid-Afrika en zijn grotere broer Leek verdwijnt meestal en gaat zijn eigen gang.

Boekenkrant

Door het wegvallen van de taxi-inkomsten is er armoede. Het gezin leeft van de bijstand en leert al snel om te sjoemelen met de electriciteitsmeter; met een haarspeld het kastje openwrikken om de muntjes terug te pakken die je er voor de electriciteit in moet gooien.

Agnes heeft het moeilijk als alleenstaande moeder. Haar geld maakt ze direct op aan de drank. Toch moet ze keer op keer haar buurtbewoners onder ogen komen en dan zorgt ze dat ze er tiptop uitziet. Shuggie wordt tegen wil en dank haar steun en toeverlaat en draait op voor de incasso van de bijstand. Hij staat haar bij waar hij kan;

“Haar lichaam hing over de rand van het bed en aan de rare kromming zag Shuggie dat ze de hele nacht had liggen tollen van de drank…Shuggie zette drie mokken op een rij: één met kraanwater om de barstjes in haar keel te verzachten, één met melk als beschermlaagje voor haar zure maag en de derde met alle verschaalde restjes Special Brew en Sweetheart Stout die hij bij elkaar had gesprokkeld en met een vork had opgeschuimd.”

Agnes bezoekt AA-bijeenkomsten en het lukt haar om een tijdje van de drank af te blijven. Ze krijgt een relatie met Eugene, maar vervalt uiteindelijk weer in oude gewoonten. Shuggie heeft zijn eigen problemen. Hij valt op jongens en dat helpt niet in de macho-cultuur waarin hij opgroeit. Hij wordt regelmatig in elkaar geslagen en opgejaagd.

Het gezin blijft niets bespaard. Agnes doet een zelfmoordpoging en Shuggie gaat tijdelijk bij zijn vader wonen en diens nieuwe gezin. Een plek waar hij ook niet welkom is. Als Agnes weer op de been is besluit ze tot een huizenruil. Ze wil terug naar de stad om een nieuw begin te maken met Shuggie. Zijn broer Leek is dan al naar Glasgow vertrokken. Of dat nieuwe begin er komt moet u vooral zelf gaan lezen.

Het is een rauw verhaal met een sterk autobiografische inslag. De auteur is zelf opgegroeid in armoede in Glasgow en is homoseksueel. Hij kent de sfeer daar dus als geen ander, maar je moet het wel kunnen verwoorden en dat kan hij. Het boek is zeer vlot leesbaar en alles wordt beeldend beschreven. Interieurs, de stad, maar dus ook het tijdsbeeld van de jaren tachtig met de regering-Thatcher en de tegenstellingen tussen katholieken en protestanten. Het is een boek over verval en armoede, alcoholisme en het achterlaten van mensen, met af en toe een lichtpuntje van liefde en genegenheid. De moeite waard wat mij betreft.

Eerder verschenen op Quis leget haec