Donderdag, 28 april, 2005

Geschreven door: Stahlie, Maria
Artikel door: Bauritius, Nicole

Sint-Juttemis

Stuivertje wisselen

Een verzengende hittegolf in Nederland. Margot zit met haar stiefdochter en schoonmoeder thuis, terwijl haar man voor lange tijd op zakenreis is. Een telefoontje vanuit Frankrijk zorgt ervoor dat ze op stel en sprong naar Parijs moet. Met haar verhitte hoofd weet ze niets beters dan de puberende stiefdochter en de dementerende schoonmoeder in de auto te zetten en hen mee te nemen op haar reis.

Een vlot begin en Stahlie weet de eerste paar honderd pagina’s (van de plusminus 450) de vaart er in te houden. De personages worden overtuigend tot leven gebracht: de puberende dochter heeft haar eigen inbreng en is niet alleen maar dwars of stuurs, de schoonmoeder is een dame die vaker helder is dan niet. Ze hebben hun eigen verhalen, waar Margot geen oog voor heeft en ook niet wil hebben. Zij is druk met haar ‘naaste naaste’, de man ‘die ze nooit niet gekend heeft’: Christophe, met wie zij is opgegroeid. Of eigenlijk is zij druk met het wroeten in zijn verleden en hun gedeelde verleden, op zoek naar een antwoord op de vraag waarom hij in een soort coma in een ziekenhuis beland is.

In de eerste paar honderd pagina’s worden alle belangrijke ideeën uit het boek gepresenteerd. Het draait allemaal om de vraag of het mogelijk is om met een ander van bewustzijn te wisselen, te ervaren wat de ander ervaart. ‘Stuivertje wisselen’, noemden Margot en Christophe dat toen ze klein waren en het zou gebeuren op Sint-Juttemis. Het idee wordt gepresenteerd via de meningen van verschillende personages: de moeder van Margot, de Russische Sasja, buurman Nico.

Het idee van het ‘stuivertje wisselen’ intrigeert, doordat het in brokstukjes vanuit verschillende monden gevormd wordt. Het lukt Stahlie daarbij van alle personages mensen van vlees en bloed te maken en hen niet alleen te gebruiken als voertuig van een bepaalde mening die nodig is voor haar stelling. Je wordt meegenomen in verschillende gedachtegangen en dat daagt uit om na te denken over de grenzen van de geest. Het is knap als een boek dat doet; tot zover niets dan goeds.

Wandelmagazine

In de tweede helft van het boek echter volgt een herhaling van zetten. Margot toert door het verzengende Parijs, doet de was, neemt de metro. Ze haalt meer herinneringen op, ze bezoekt de ouders van Sasja die de reeds gepresenteerde ideeën nog eens benadrukken. Er wordt een tweede verhaallijn ingezet over haar man, die maar niets van zich laat horen. Alledrie de vrouwen (echtgenote, dochter, moeder) hebben hun eigen verwachtingen en ervaringen van en met deze man, waar veel pagina’s aan gewijd worden.

De spanning als lezer over de vraag: ‘hoe loopt dit af?’, slaat echter geleidelijk aan om in: ‘Ik ben benieuwd hoe ze hier nog een eind aan gaat breien.’ Daar waar ze in de eerste helft heel sterk is in het meenemen van de lezer, begint in het tweede deel de vermoeidheid toe te slaan. Margot overtuigt niet meer zo, ook niet als voor haar Sint-Juttemis aanbreekt. De tweede verhaallijn over de echtgenoot blijft in het luchtledige hangen en wordt niet afgerond. De ontknoping van het verhaal is opeens daar in tien regels en letterlijk een uitvlucht, maar wel de enige afloop die het verhaal dan nog lijkt te bieden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *