Woensdag, 4 november, 2009

Geschreven door: Verbeke, Annelies
Artikel door: Winter, Karlijn de

Slaap!

Wakkere observaties

Een reeks namen op de brievenbussen van een appartementenblok trekt de aandacht: ‘Debaere, Van Keileghem, De Wachter, Zordana, Ahib, Won, De Gieter. Ahib, Won, De Gieter. De combinatie van de drie laatste namen werkte op mijn versleten lachspieren.’ Is dat een teken van gekte? Dan al helemaal als je die willekeurige mensen midden in de nacht ook nog wakker gaat bellen. Maar in de debuutroman van Annelies Verbeke tref je zulke absurditeiten aan bij de vleet, en ze klinken helemaal zo gek nog niet.

Slaap! doet je de wereld dan ook vanuit een ander perspectief bezien, een nachtelijk perspectief. ‘Mijn nachten waren langer dan mijn dagen, want ´s nachts was ik alleen,’ verzucht de slapeloze vertelster Maya, en ´[m]ijn geest kreeg een helderheid die hij overdag zelden had.’ Met enkele van die snedige zinnetjes typeert Verbeke heel precies niet alleen de frustratie van het niet in slaap kunnen komen, maar ook het zonderlinge van het nachtelijke bestaan. Wie ’s nachts wakker is en door de stille straten dwaalt lijkt haast in een omgekeerde wereld te leven. Wanneer iedereen slaapt sta jij op scherp. Maar wat moet je doen, alleen in de donkere nacht?

Maya draait al snel behoorlijk door. Terwijl haar nachtelijke avonturen steeds substantiëlere vormen aannemen wordt ze overdag steeds ongenaakbaarder en brokkelt haar sociale leven af. Haar geliefde gaat ervandoor, haar vrienden haken af. Wanneer zij slapen verkent Maya de stad en belt ze aan bij vreemden, onder wie ook de laatste drie uit de reeks van het appartementenblok. Ze heeft geluk want ze ontdekt onder hen nog een wakkere ziel: Benoit De Gieter, een man van 53, bijna twee keer zo oud als zijzelf. ‘Hij stond zes mislukte relaties, drie psychiaters en twee therapieën voor op mij’. Slapeloosheid brengt schijnbaar krankzinnigheid voort, en slapeloosheid (of krankzinnigheid?) bindt. De twee raken bevriend.

In deze roman, waarin Maya en Benoit afwisselend de vertelstem voeren, heerst de dwaasheid dan ook alom. Het merkwaardigst is nog niet eens de verhaallijn waarin hun onalledaagse situaties zich aaneenschakelen – Maya die de demente, plat pratende Olga op sleeptouw neemt, Benoit die zich ontfermt over een ‘nachtvlinder’ (een mot) die hij Ernestine noemt, ga zo maar voort. Nee, het dwaze ligt veel meer in de manier waarop beide slapelozen de wereld waarnemen, of hoe de wereld op hen afkomt. Het verschil ligt er volgens Maya in dat hun hersenen een andere ‘timing’ hebben, zoals ze pijnlijk ervaart wanneer ze een vrachtwagen tegemoet fietst:

Geschiedenis Magazine

‘Bevelen. Mijn wiel zwalpte tussen de tramsporen. “Fiets!” Ik had geen gedachten en keek naar de wagens die uit de andere richting kwamen. “Stuur!” Een gele truck reed de straat in. Ik keek naar het chroom rond de lampen. “Verdoodt en zoon” prijkte op de motorkap.’

Het is alsof haar gedachten trager gaan, en wat om haar heen gebeurt niet bijbenen. Of misschien dat haar gedachten een andere richting uitgaan, eigenwijs, dan in de desbetreffende situatie eigenlijk zou moeten. Zonder er veel woorden aan te spenderen weet Verbeke dat treffend op te roepen. Die bevelende stemmetjes in Maya’s hoofd, die details in het straatbeeld die haar afleiden (‘Verdoodt en zoon’), ze belemmeren haar adequaat te reageren.

Die ongebruikelijke manier van observeren laat je de onstabiele geestestoestand van Maya en Benoit dus haast werkelijk ervaren. Maar het levert nog een frisse blik op de wereld op ook. Hun springen details in het oog, vallen frappante verbanden op. Het zinnetje ‘Ahib, Won, De Gieter’ en de lugubere naam op de vrachtwagen uit het citaat zijn daar slechts enkele voorbeelden van. Terwijl haar zinsbouw en woordkeus alledaags en onopvallend zijn, maken zulke vondsten Verbekes proza origineel en vindingrijk en schudden de conventies van zich af. De associaties die in haar personages opborrelen lijken misschien gek, maar bevrijden en verblijden vooral:

‘Misschien kwam het door de zon en de blote benen dat er op straat naar elkaar gelachen werd. Voor het eerst sinds lang kwam er een gevoel bij mij op dat nog het best te omschrijven valt als een musicalverlangen: een blije, ietwat hersenloze drang door middel van liederen met elkaar te converseren, in koor te zingen dat het allemaal niet zo erg is en dit te onderstrepen met enkele perfect synchrone danspassen die eindigen in een grote sprong of een grand-écart. Met z’n allen, welteverstaan: obers, taxichauffeurs, werkmannen op stellingen, grootouders, verkoopsters, dorpsgekken en agenten.’

Waarom ook niet? Slaap! laat de indruk achter dat alles mogelijk is. Of iets nu gestoord is of niet hangt maar net af van welke kant je het bekijkt. Het zal ook wel niet toevallig zijn dat Verbeke in april 2009 deelnaam aan ‘Te gek voor woorden’, een literaire tournee door Vlaanderen in samenwerking met een psychiatrisch ziekenhuis die de geestelijke gezondheidszorg uit de taboesfeer moet halen.

In de boeken van Verbeke, en helemaal in haar debuut, zijn we allemaal een beetje gek, niet alleen de mensen die niet slapen en daardoor minder besef hebben van hun gedrag. Juist wanneer Maya een ‘normaal’ leven wil beginnen leiden, en een ‘normale’ secretaressebaan aanneemt, ziet ze de waanzin daarvan in:

‘Een maand heb ik het volgehouden. Het was gekkenwerk. Ik typte cijfers in hokjes, stuurde oninteressante brieven naar mensen die ik niet kende, zette koffie voor de bende heethoofden met wie ik de werkruimte deelde en vroeg mij elke seconde af wat ik daar in godsnaam deed. Een hele dag naar een gazon kijken was interessanter dan dit!’

Het is een scherpe observatie zoals Slaap! er vele bevat. Wie uit de sleur van het vaste slaap-waakritme wordt getrokken wint er, getuige Verbekes bevlogen debuut, heel wat relativeringsvermogen bij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *