Donderdag, 24 april, 2008

Geschreven door: Hooijer, D
Artikel door: Hopman, Bob

Sleur is een roofdier

Naargeestige gedachtekronkels

Toen ik D.Hooijer (1939) voor het eerst in levende lijve zag, bij de bekendmaking van de nominaties van de Libris Literatuurprijs 2008, maakte zij de indruk van een rustige, goedmoedige dame. De foto op de omslag van haar boek wekt eenzelfde indruk. Onbedoeld neemt men zo’n indruk van de schrijver met zich mee bij het lezen van haar werk. In Sleur is een roofdier wacht de lezer dan een grote verrassing. Het boek is niet zachtaardig van toon, en niet goedbedoeld of vriendelijk van inhoud. Het is een bundel korte verhalen, of meer ‘levensschetsen’, die allemaal aangenaam scherp zijn weergegeven, maar die stuk voor stuk een zeer beklemmend wereldbeeld gemeen hebben.

De bundel bevat negen verhalen van behoorlijk uiteenlopende lengte, en begint meteen met het titelverhaal. Het vertelt over de nasleep van een huwelijk, stukgelopen niet door een gebrek aan liefde, maar door seksueel onvermogen van de kant van de man. Op de nieuwe relatie van de vrouw laat die nasleep zijn sporen achter. de vrouw houdt contact met haar vroegere man en wanneer haar nieuwe bedgenoot ontdekt dat zij is vreemdgegaan om haar oude minnaar de kneepjes van het vak te leren, voelt zij zich niet eens betrapt. Integendeel, ze verzoekt haar man om toestemming nóg eenmaal haar ex les te mogen geven. Absurd als de situatie klinkt, in Sleur is een roofdier neemt de lezer het klakkeloos aan (en de mannelijke hoofdpersoon ook). Het lijkt voor zich te spreken dat een huwelijk niet kan worden afgesloten zolang het seksueel niet wordt beëindigd.

Een soortgelijk absurdisme kleurt ook andere verhalen. In ‘Bosgrond en peredrups’ besluit een man zelfmoord te plegen vanwege impotentie. In de badkuip, met doorgesneden polsen, of liever tijdens een mislukte poging om een kind uit een brandend huis te redden, maar die branden komt hij steeds niet tegen. De lesbische huisgenote die hij bij hem laat inwonen houdt hem van zijn zelfmoord af door iedereen de toegang tot het huis te verbieden, behalve een zekere Berenice, een prostituee op leeftijd. Alleen bij haar heeft de man geen last van zijn impotentie, en zo houdt hij iets om naar uit te kijken in het leven, al is het maar een spaarzame vrijpartij. In het verhaal ‘Sneeuwwit en Iris’ is de enscenering al even bijzonder, als een jongedame een idee krijgt dat niemand vreemd lijkt te vinden:

‘“Ik denk dat ik bij Evert ga wonen. Hij is oud, hij kan het niet meer”
“Goed idee, verdraaid goed. En niemand die achter je aanzit. Hij had toch een kinderwens die Evert?”
“Hij neemt mij als kind”
“Dat is heel lief van hem.”’

Scènes

Rare situaties zijn schering en inslag en zaken als impotentie, seksueel onvermogen en onwil, en uiteraard de dood zijn de belangrijkste terugkerende motieven in deze verhalenbundel. Ze houden de verhalen inhoudelijk bij elkaar en creëren coherentie. Men zou het zelfs als meer dan coherentie kunnen zien, deze motieven vormen de basis voor een overkoepelende denkwereld die de schrijver schept. Een wereld waarin op onvermogen, en dan vooral het seksuele, geen taboe heerst, maar waar er eerder een algemene erkenning heerst van dat menselijke tekortschieten. Een eenling is niet zielig, hij is geaccepteerd als een eenling. Een suïcidaal persoon moet men in zijn waarde laten; als hij dood is wordt hij vervangen. De triestheid van het bestaan in Sleur is een roofdier zit hem niet in de personages zelf, maar in de kronkel in de denkwereld die hun situatie beheerst, en die D. Hooijer met een grote eenvoud beschrijft:

‘Nu zocht Lydia een huis. Op haar zoektocht maakte ze kennis met een man die zijn huis verkopen moest omdat hij te ziek was om trappen te lopen. Tijdens het kamerskijken had Lydia naar hem gefluisterd zoals alleen zij dat kan en de oplossing ontstond vanzelf. Lydia kocht het huis met hem erin. Ze namen een traplift en volgens mij hebben ze nog drie jaar gelukkig geleefd.’

Op het gehele boek is misschien één negatief punt de schrijfster aan te rekenen: de thematische samenhang in de bundel wordt wat te veel. De verhalen zijn niet achter elkaar te lezen zonder dat het de lezer op een gegeven moment te erg bij de keel wordt gegrepen, zelf het slachtoffer wordt van de sleur in het boek. Sleur wordt dan saaiheid. Maar de verrassing valt uiteindelijk in Hooijers voordeel uit. Weinig schrijvers presteren het tegenwoordig nog om louter door middel van toon iets geheel nieuws te creëren. In Sleur is een roofdier is dat wel gelukt.