Donderdag, 8 augustus, 2019

Geschreven door: Spek, Christiaan van der
Artikel door: Berg, Jan van den

Sous les armes

Nederlanders in dienst bij Napoleon

[Recensie] In de negentiende eeuw heeft Nederland als zelfstandige natie behoudens militair optreden in de koloniƫn weinig strijd geleverd. Maar de eeuw begon met de massale inzet van Nederlandse soldaten in dienst van Napoleon. Van 1806 tot 1810 maakte het Koninkrijk Holland deel uit van het Franse rijk. In de vier jaren die daarop volgden was Nederland geheel ingelijfd bij Frankrijk.

Napoleon had voor zijn oorlogen veel militairen nodig. Niet alleen Frankrijk zelf, maar ook de veroverde landen en gebieden vormden de bron voor het vrijwel onverzadigbare Franse leger. In acht jaar tijd werden 60.000 Nederlandse mannen als vrijwilliger en later ook als dienstplichtige gerekruteerd. Zij deden dienst in Nederlandse eenheden, die onder Frans bevel stonden. De prijs die zij betaalden was hoog. Ongeveer 20.000 van hen stierven op het slagveld of als gevolg van ziektes. Dat is meer dan het aantal Nederlandse militairen dat in de Tweede Wereldoorlog omkwam.

Het boek Sous les armes beschrijft het Hollandse leger in de Franse tijd. Het is als proefschrift geschreven door Christiaan van der Spek, die verbonden is aan het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. De auteur heeft uit uiteenlopende bronnen geput. Behalve Nederlandse en Franse archieven zijn dat een paar honderd brieven en verder dagboeken en memoires van soldaten en officieren. Hieruit blijkt vaak een grote bewondering voor Napoleon, zeker onder hen die de Franse leider persoonlijk hadden ontmoet. In geschriften die na Napoleons definitieve verbanning in 1815 werden geschreven, wordt hij overigens minder positief beoordeeld.

Omgekeerd waren de Franse officieren doorgaans niet erg te spreken over de kwaliteiten van hun Nederlandse ondergeschikten. Ze zouden niet snel genoeg marcheren en niet voldoende opgewassen zijn tegen ontberingen. Maarschalk Claude Victor-Perron omschreef hen zelfs als “absoluut onbeduidend”.

Van der Spek corrigeert dat beeld. Hij toont aan dat de Nederlanders aan diverse veldtochten en veldslagen een betekenisvolle bijdrage leverden. Dat gebeurde onder andere in de guerilla-oorlog op het Iberisch schiereiland en tijdens de gedoemde poging van Napoleon om Rusland te onderwerpen. De tropen vochten ook aan het thuisfront. Zo hielpen ze Walcheren verdedigen, toen het Britse leger daar in 1809 een invasie uitvoerde. Tot 1810 was het Koninkrijk Holland bovendien redelijk autonoom voor zover het de landsverdediging betrof.

Van deze campagne weten de Nederlanders van vandaag de dag nog het meest. Het oversteken van de Berezina, in het huidige Wit-Rusland, is vrijwel het enige aspect van de Nederlandse militaire avonturen in de Napoleontische tijd, dat in het nationale geheugen is blijven hangen. Dat dit bekend is, is terecht. Nederlandse pontonniers bouwden in extreme omstandigheden twee bruggen, waarover de resten van het verslagen Franse leger zich kon terugtrekken, inclusief Napoleon zelf. Extreem heeft hier overigens twee betekenissen. Het winterweer was bijzonder koud en de troepen hadden te lijden onder zware aanvallen van Russische troepen. Van de 400 pontonniers, het merendeel Nederlander, overleefden er slechts acht.

Sous les armes schetst een breed en degelijk beeld van de manschappen, hun eenheden en hun rol binnen het Franse militaire apparaat. Het is een vlot geschreven boek, dat een belangrijke aanvulling is over een periode die in de militaire geschiedschrijving van ons land lange tijd onderbelicht is geweest.

Eerder gepubliceerd in Armex.