Donderdag, 20 januari, 2022

Geschreven door: Dolby, Thomas
Recensie door: Mourits, Bertram

Speed of Sound & Chamber Music

Engelse New Wave en Amerikaanse Hiphop

Speed of Sound , het verhaal van Thomas Dolby, begint met een grappige anekdote over hoe hij de kans mist om met Michael Jackson aan een liedje te werken. Dat betekent niet dat het boek een aaneenschakeling van zelfrelativerende anekdotes is, want Dolby krijgt wel degelijk succes. Eerst als muzikant, en nog vrij snel ook, aanvankelijk als solo-artiest: She Blinded Me With Science, I Scare Myself, Screen Kiss – van het prachtige The Flat Earth – en later als sessiemuzikant (van Foreigner tot Joan Armatrading) en vooral als producer – Prefab Sprout maakte onder zijn leiding een aantal mooie albums. Hij merkt wel hoe genadeloos en onplezierig de muziekindustrie is, en hoe weinig succes en kwaliteit met elkaar te maken hebben, en zo drijft hij weg van de muziek om in de tech-wereld terecht te komen. Ook daar is hij bij diverse doorbraken betrokken , maar ook dan merkt hij dat vrijheid en creativiteit botsen met de wereld van het geld. Hij vertelt geestig, ontwapenend en bewonderend (over David Bowie, Stevie Wonder), hij is niet te beroerd om terug te kijken naar wat hij fout deed (een productieklus voor Joni Mitchell), en niet te bescheiden om de lezer te laten weten wanneer iets ‘effing great’ klinkt.

‘Kamermuziek’ is geen term die je snel met de Wu-Tang Clan associeert maar hun befaamde debuutalbum heet nu eenmaal Enter the Wu-Tang: 36 Chambers, dus daarom heet het ongewone boek dat schrijver en voormalig muziekjournalist Will Ashon over die plaat heeft geschreven Chamber Music. Over de Wu-Tang (in 36 stukken). De opzet is ambitieus: in 36 hoofdstukken schrijft Ashon niet alleen over de groep, maar over zo ongeveer alles dat hij relevant acht om ze beter te kunnen begrijpen. Over muzikale achtergronden dus (Robert Johnson, Little Richard, Screaming Jay Hawkins), veel over de duistere kanten van de Amerikaanse geschiedenis (slavernij, Shinnecock-indianen, de FBI) en over geweld in cultuur en maatschappij (martial arts, wapens). De stukken over muziek zijn aanstekelijk: je wil ze meteen horen, de saxofoon van Illinois Jacquet die in 1943 de blauwdruk neerlegde voor het geluid van de Bomb Squad, de gospel shouters die als prototypische rappers worden beschreven, of Afrika Bambaata en Grandmaster Flash, naar wie je met verse oren gaat luisteren. Soms is het boek wel erg bombastisch (‘Dit is geen document. Dit is een rite.’) maar dat is het onderwerp van het boek eigenlijk ook. Het levert in elk geval een levendige essaybundel op – die zowel meer als minder is dan een monografie over een album.

Eerder verschenen in Heaven Magazine

TijdvoorTijdschriften