Maandag, 28 september, 2020

Geschreven door: Hoekstra, MaartenJan
Meyer, Han
Artikel door: Veen, Evert van der

Stedenbouw

Kern en perspectieven

Handboek over ontwerp en bouw van de stad

[Recensie] De drie auteurs zijn hoogleraar stedenbouwkunde, en universitair (hoofd)docent aan de Technische Universiteit in Delft. Voor wie een moeilijk vak voor uitsluitend vakgenoten verwacht, is dit boek een aangename verrassing. Het is namelijk zeer toegankelijk geschreven, alleen het laatste hoofdstuk is wat theoretischer van aard maar ook prima leesbaar voor niet-ingewijden. Het boek Stedenbouw is helder van opzet en bestaat uit vier hoofddelen, onderbroken door praktijkcases. Steden zijn voortdurend aan verandering onderhevig en behouden tegelijk iets van hun verleden is de stelling van de auteurs. Een ander centraal thema is de relatie tussen het openbare en private domein. Vele kaarten, vaak ook interessante met een historisch karakter, plattegronden en foto’s illustreren op aangename en zinvolle wijze de tekst. De auteurs weten hun vakkennis uitstekend over te brengen zodat de lezer veel leert over de wijze waarop steden tot stand zijn gekomen, welke visie daarachter schuilt en wat ontwerpers met hun plannen beogen.

In het eerste deel is er een typologie van stadplattegronden waarin visie en doel belangrijk zijn. De compositie van een stad dient aan de ene kant samenhang te vertonen waardoor er harmonie en rust vanuit gaat maar tegelijk is verscheidenheid ook belangrijk om monotonie te voorkomen.

Het intermezzo over de Kop van Zuid in Rotterdam laat op boeiende wijze zien hoe een verouderd havengebied is getransformeerd in een nieuw stadscentrum dat gezien mag worden. Ook de westelijke tuinsteden van Amsterdam worden in een intermezzo belicht. Doelstelling was destijds: ruimte en groen en veel variatie. Met behoud van het goede uit het verleden vinden er momenteel de nodige veranderingen plaats omdat er nieuwe inzichten en woonbehoeften zijn ontstaan.

Wandelmagazine

In het tweede deel spelen in de openbare ruimten vier systemen een rol: groen, water, verkeer en nutsvoorzieningen. Ook bestrating, beplanting, straatmeubilair komen hier naar voren. Interessant zijn de verschillende facetten van een stad: straat, plein, laan, boulevard, passage, gracht, singel, dijk, park, veld en stedelijke autosnelweg. De lezer maakt met al deze onderdelen kennis en leert ze op prettige wijze beter begrijpen.

In het derde deel komen soorten van verkaveling ter sprake. Ook de dichtheid van een grondgebied wordt duidelijk gemaakt aan de hand van allerlei voorbeelden van steden. Hier komen ook “Acht vingeroefeningen in de grammatica van het stedelijk weefsel” ter sprake zodat de lezer veel theoretische bezinning kan verbinden met de praktijk van ontwerpen, bouwen en bewonen.

Het laatste deel is wat theoretischer van aard en biedt een bezinning op elementaire voorvragen die aan het ontwerpen vooraf gaan. Wat zijn menselijke behoeften en aan welke functies moet een stad voldoen vandaag de dag? Ook de verhouding tot de natuur komt hier aan de orde. Dit deel biedt meer dan de voorgaande delen wetenschappelijke inzichten die nergens te moeilijk worden.

Een bijzonder interessant boek waaruit iedereen die zich voor de stedelijke leefomgeving interesseert, op onderhoudende wijze ontzettend veel kan leren.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles