Dinsdag, 10 mei, 2022

Geschreven door: Sepers, Henry
Recensie door: Dabrowski, Alek

Stofloze afdruk

Te veel afgeleid door de vormgeving

[Recensie] Sommige dichters herlees je automatisch. Aan het einde van een bundel voel je de neiging tot terugbladeren, opnieuw lezen. Je wilt dieper in het werk ondergedompeld worden. Bij eerste lezing van de nieuwe bundel Stofloze afdruk van Henry Sepers werd ik te veel afgeleid door de vormgeving, met name door de grote letters en de matige kwaliteit van de foto’s bij de gedichten in een van de zes delen. Daarom drong pas bij herlezing de inhoud goed tot mij door en ontdekte ik de schitterende regels die verborgen zitten in deze wat ongelijkmatige bundel. 

Sepers’ werk gaat over algemeen menselijke thema’s als liefde, verval en de dood. In de eerste twee delen – Oudkarspelse Gedichten en Amsterdam Regained – zet hij stad en platteland tegenover elkaar. In het eerste deel heerst rust en nostalgie, zij het onder spanning: “Achter het land, voorbij de laatste bomen/ verbranden oude boeren de resten van de dag”. Naar het einde toe doemen er machines op en neemt Sepers ons als vanzelf mee naar het volgende deel, waar het beeld van de stad wordt versterkt door ruwe straattaal. Aan het einde van dit deel ontmoet de dichter zijn vader en komen stad, platteland en taal samen.

“Zoek ik de vader op in zijn aanleunwoning/ wil hij onmiddellijk mijn taal kuisen// door het raam zien wij het vee contemplatief/ grazen angst trekt zich terug in de bijzinnen concentreert/ zich in een enkele lettergreep in een vraag”.

De sectie Plaatsen bestaat uit gedichten die rechtstreeks betrekking hebben op de foto’s die erbij zijn geplaatst. De beelden hebben soms iets weg van vakantiekiekjes, wat de poëzie wat eendimensionaal en weinig verrassend maakt. Bij een foto van vissers aan een strand in West-Java dicht Sepers: “Wat sleep je uit je zee/ wat blijft er haken in je netten?”

TijdvoorTijdschriften

De laatste twee delen van de bundel bevallen mij veel beter. Sepers is hier persoonlijker in gedichten die zijn gewijd aan een overleden vriend of aan zijn ouders. Hij gebruikt eenvoudige woorden, waar hij zo nu en dan een eigenaardig element in aanbrengt, zoals een ‘waterkathedraal’ of ‘ingeslikte woorden als pijlpunten’. Hij weet dit gebruik goed te doseren waardoor zijn poëzie ook weer niet te abstract wordt en mooi blijft aansluiten bij de gevoelige thematiek. Het meest aangrijpend in Stofloze afdruk zijn Sepers’ verbeeldingen van het verval, zoals in ‘De kleine farao’: 

“Je ligt beklemd tussen de wanden van de kamer
Muren schuren je huid, hier kom je niet meer uit
Voor je kleiner gaat wonen
Je meubels zijn in je gekrompen
Je snuisterijen hechten zich als paddenstoelen
Aan de vleesbomen die je organen verkankeren”

Eerder verschenen op Uitgelezen Boeken