Zondag, 21 november, 2021

Geschreven door: Dros, Imme
Recensie door: Aghina, Bas

Taal is alles wat het geval is

Hoe kan taal nog de sleutel zijn tot een gemeenschappelijke wereld?

[Recensie] “De wereld is verdeeld over vele subcultuurtjes en filterbubbels waar een gemeenschappelijke waarheid niet gemakkelijk mee correspondeert. Om elkaar te begrijpen zijn we voortdurend aan het vertalen, letterlijk omdat de wereld internationaler wordt, en figuurlijk omdat groepen en generaties zo hun eigen taal hebben. […] Hoe kan taal nog de sleutel zijn tot een gemeenschappelijke wereld?” Deze opdracht geven filosofen Frank Meester en Coen Simon mee aan Imme Dros in Taal is alles wat het geval is, de nieuwste parel in de essayreeks Nieuw Licht. Deze schrijver, vertaler en hertaler van veel vooral kinderboeken zoekt het antwoord op deze grote vraag met als vertrekpunt de Tractatus Logico-Philosophicus, de klassieker van filosoof Ludwig Wittgenstein.

In een soms meeslepende en prettig persoonlijke stijl voert Dros ons mee op een zoektocht door de taal. Te beginnen met de eerste stelling van de Oostenrijkse filosoof: “Die Welt, ist alles was der Fall ist”, meandert zij zich een weg door veel taalzaken heen, zoals de aangeboren grammatica, het vertaalwerk dat ieder van ons dagelijks bijna onbewust ook doet – want iedereen gebruikt woorden soms nét even anders – en hoe klank en melodie woordbetekenissen in andere taal een andere lading kunnen geven. Wij gaan interpreterend de diepte in met Shakespeares laatste geschreven woorden gericht aan zijn vrouw. We lezen hoe Odysseus, als taalkunstenaar en psycholoog met behulp van ironie (oorspronkelijk van het Griekse eironeia, geveinsde onwetendheid) zijn bemanning redde van de dood: “O vrienden, Niemand doodt me met list en niét met geweld.” en uiteindelijk het thuisland Ithaka weer bereikte om samen met zijn even schrandere als taalvaardige eega Penelope deze wereld weer tot de hunne te maken.

Nederlandse heldinnen en helden ontmoeten wij ook, zoals Annie M.G. Schmidt over het effect van archaïsche zinnen (in de klassieker Sebastiaan) en Multatuli’s Woutertje Pieterse, over de sociale context van de woorden: “Juffrouw Laps, je bent een zoogdier”.

Natuurlijk gaat het een en ander ook over taal en boeken voor alle leeftijden. Dros over volwassenen die kinderboeken schrijven bijvoorbeeld:

Geschiedenis Magazine

“Maar – en dat is de ironie van het genre – kinderboeken worden, uitzonderingen daargelaten, geschreven door volwassenen. Als Annie M.G. Schmidt stelt dat ze altijd acht is gebleven, wil ze daarmee misschien zeggen dat ze in haar rebelse teksten, ook die bedoeld voor volwassenen, uitdraagt wat ze voelde toen ze acht was – ‘ik word buitengesloten en toch zal ik me niet conformeren’ – maar niet over wie ze werd.”

Al met al weeft Dros virtuoos zo een leerzaam en mooie tapijt van de beknopte stellingen van Wittgenstein (die deels zijn opgenomen in dit boek) en haar eigen ruime ervaringen met en denken over taal. Geeft het boek dan antwoord op de beginvraag ‘Kan taal de sleutel zijn tot een gemeenschappelijke wereld?’

Het antwoord is een ‘Ja, mits’ Taal is alles wat het geval is geeft als boektitel het ‘Ja’ al aan, nog voor we de inhoud ervan hebben gelezen, zoals een goede boektitel betaamt. Op het einde van haar betoog spreekt Dros dan de samenvattende, bijna verlossende woorden:

“Taal is overal, we zijn doordrenkt van taal of om het met Dros te zeggen: “[…] taal glipt door je vingers als water, en water is volgens de loodgieter: ‘Een raar ding dat kruipt waar het niet gaan kan en ook nog eens als enige vloeistof uitzet als het bevriest.’ Maar net als water is taal voor de mens onmisbaar. Zonder taal geen verhalen, geen herinneringen, geen dubbele bodems, geen woordspelingen, geen leugens, geen grappen, geen ironie, geen drama, geen poëzie. Zonder taal geen leven! Taal is alles wat het geval is.”

De ‘mits’ in het antwoord is dan: zolang we ‘gemeenschappelijk’ niet opvatten als ‘dezelfde wereld’, een somewhere out there waarmee woorden en zinnen overeenkomen (de zogenoemde correspondentietheorie van de waarheid), kan taal inderdaad nog de sleutel zijn tot een gemeenschappelijke wereld. Maar wel als we deze wereld gemeenschappelijk in schrijven, lezen, luisteren, spreken en vertalen samenhang geven; impliciet sluit de schrijfster hiermee aan bij de latere Wittgenstein, die in de Philosophische Untersuchungen taal vooral verkende als taalspelen met eigen waarheidsconstructies.

In het boek lezen wij hoe de jongere Wittgenstein in zijn Tractatus (titel en mathematische methode overigens geïnspireerd door Spinoza’s werk ; ) steeds paradoxaler:

5.6 De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld

6.1 De zin van de wereld moet buiten de wereld liggen. 

6.522 Er bestaan stellig onuitsprekelijke zaken. Dit toont zich, het is het mystieke.

7. Van dat, waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen.

Oh ironie, ligt niet juist in de laatste twee stellingen een van de grote opdrachten voor iedereen, die het onzegbare wil uitdrukken of tenminste aanraken – of welke metafoor we hiervoor ook willen gebruiken? Gelukkig dat Imme Dros in haar boek wél geschreven heeft van een wereld die wij in dialoog opbouwen; een wereld die we telkens blijven ver- en hertalen, hoe jong of oud we ook zijn. En waar de zin van die wereld – ons Ithaka? – ook moge liggen.

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles